In dit nummer vindt u vier bijdragen met als centrale thema netwerkpleegzorg.
In deze vorm van pleegzorg (ongeveer 40% van alle pleegzorgplaatsingen)
wordt een jeugdige in een pleeggezin binnen de sociale omgeving (het
netwerk) van het gezin geplaatst: de familie (grootouders, tante/oom,
broer/zus) of het sociale netwerk (bijvoorbeeld ouders van vrienden,
buren, leerkracht, kerk).
Vanaf pagina 11 staat een artikel over het
boek ‘Dichter bij huis. Netwerkpleegzorg in Nederland’
van de hand van Riet Portengen. Het boek is nog niet verschenen.
Maar als schrijfster geeft zij u alvast een voorproefje!
In Zeeland is een steunpunt netwerkpleegzorg ingesteld, met een medewerkster
die zorgt dat hele traject van aanmelding tot begeleiding van het
netwerkgezin op rolletjes loopt. Daarover kunt u alles lezen
op pagina 15.
De grootouders van Paul en Rosa, die netwerkpleegouders zijn geworden,
vertellen hun verhaal vanaf pagina 16.
Mariska Kramer gaat in de rubriek ‘Hoe zit dat’ in op
de stelling ‘Van je
netwerk moet je het hebben?’
Het ‘portret van een pleeggezin’
(vanaf pagina 23) staat in het teken van een Surinaams netwerkpleeggezin.
Dit themadeel werd voorbereid door Judith Zijtregtop, Jeanny Gijzen
en Gabrielle Langhout. De illustraties zijn van Judith Zijtregtop.