artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2002

Portret van een netwerkpleeggezin

auteur: José van Ek

Karina zorgt voor de twee kinderen van een ver familielid: Lilian en Roy. Ze hebben allemaal een Surinaamse achtergrond. "In Suriname is het normaal dat je elkaar helpt."

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn ieders activiteiten?

Karima: "Lilian is 12 jaar en zit in groep 8 van de basisschool. Roy is 11 jaar, hij zit in groep 6. Ik ben een alleenstaande (gescheiden) moeder van 51 jaar. Mijn vier volwassen dochters wonen inmiddels allemaal zelfstandig. Eén van mijn dochters heeft een meervoudig gehandicapt kindje van 7 jaar. Regelmatig pas ik op. Ik ben actief op diverse gebieden, waar ik onder meer samenwerk met vrouwen van verschillende nationaliteiten."

Waarom ben je pleegouder geworden?

Karima: "Het ging vanzelf en was niet gepland. De moeder van de kinderen is een ver familielid. We kenden elkaar via de Surinaamse vereniging. Omdat ze als dakloze zwierf met een baby (Lilian) van 3 maanden bood ik haar hulp en ving haar op in mijn eigen huis. Later kreeg ze eigen woonruimte. Ik hield contact met haar. Bij de geboorte van Roy was ik aanwezig. Toen Roy 10 dagen oud was werd hij bij mij gebracht. Het lukte haar niet om voor hem te zorgen. Een paar maanden later werd ook Lilian gebracht omdat moeder opgenomen werd op de PAAZ-afdeling van een ziekenhuis."

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?

Karima: "Nederland heeft veel wetten en regels. Het is moeilijk om daar de weg in te vinden. Bij toeval kwam ik in contact met een pleegzorgwerker een jaar nadat de kinderen bij mij kwamen. Hij gaf me adviezen en zorgde voor de officiële kant."

Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?

Karima: "Raar. Na de scheiding zorgde ik alleen voor mijn vier kinderen. Men vond dat ik rustig aan moest doen en genieten. De studie waar ik net aan was begonnen moest ik afbreken door de komst van de kinderen."

Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet dat aan de behoefte?

Karima: "De begeleiding is goed. Dankzij goede adviezen loopt de omgangsregeling nu veel beter. Omdat Lilian weinig zelfvertrouwen heeft, krijgt ze extra begeleiding. De gezinsvoogd zien we zelden. Ze maakte een rapport dat niet klopte nadat we elkaar anderhalf jaar niet gezien hadden."

Hoe ziet het contact met de ouders en de familie eruit?

Karima: "De moeder van de kinderen beschuldigde mij. Ik had de kinderen afgepakt en kreeg er ook nog geld voor. De pleegzorgbegeleidster adviseerde de kinderen vragen te laten stellen aan hun eigen moeder. Moeder moest hen de waarheid vertellen. Het contact is nu goed."

Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing?

Karima: "Geen. Mijn vier dochters en later ook de schoonzoon hielpen enorm. Voor Surinaamse mensen is dat vanzelfsprekend."

Hoe gaan de kinderen om met de pleegkinderen, draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?

Karima: "Als met een eigen broer en zus. Vooral Lilian heeft moeite met het woord ‘pleegkind’. Mijn dochters hielpen altijd al met de opvoeding, niet alleen in praktische zin, maar ook met morele steun.

Zijn er momenten waarop u dacht: "Hier had ik nooit aan moeten beginnen"?

Karima: "Nee. Het heeft invulling gegeven aan mijn leven. Mijn schoonzoons complimenteerden mij toen ze ontdekten dat ik me uit de naad rende naar de voetbaltrainingen van Roy. Ik ben ook best wel trots op mezelf als ik zie hoe goed het allemaal loopt. De gebondenheid aan wetten en regels vind ik frustrerend, ik werk liever met mijn gevoel."

Beschrijf een ervaring die illustreert "daar doe ik het voor".

Karima: "Als ik het over moest doen zou ik het weer net zo doen. De jongste heb ik geboren zien worden. Omdat hij zich niet warm kon houden heb ik hem een paar dagen op mijn buik gedragen. Dat schept een bijzondere band. In het begin was er sprake van dat moeder met de kinderen naar een tehuis zou gaan of bij de bovenbuurman zou intrekken. Beide keuzes waren niet goed. Ik ben blij dat ik voor de kinderen heb gekozen." l