artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2004

Portret van een pleeggezin ...

... uit Suriname

door: Milja Jie en Antoinette van Wijngaarden

Milja Jie, oud redactielid van Mobiel en pleegzorgwerker Amstelland Pleegzorg was in Suriname. Zij heeft op verzoek van de redactie de tien vaste vragen van deze rubriek voorgelegd aan een Surinaams pleeggezin

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?

Het pleeggezin bestaat uit de heer en mevrouw Silen en de twee pleegzonen Jair en Luciandro, beiden 3 jaar oud, maar geen familie van elkaar. Pleegmoeder is lerares op een middelbare school. Meneer Silen heeft zijn baan opgezegd om te zorgen voor de kinderen.

Waarom bent u pleeggezin geworden?

Mevrouw Silen vertelt: Ik reed elke dag na mijn werk langs het kindertehuis. Op mijn verjaardag besloot ik naar het tehuis te gaan en de kinderen te trakteren. Ik loop al lang rond met het idee een kind te adopteren. Toen ik in het tehuis was, vroeg ik naar de mogelijkheid daartoe. Ik werd doorverwezen naar de Pleeggezinnencentrale. Ik sprak persoonlijk met de directrice. Kort daarna kregen we een telefoontje: er was een jongetje dat langer dan een jaar op een pleeggezin wachtte. We hebben een paar gesprekken gehad en toen kwam Jair bij ons. Eerst kwam hij alleen in de weekenden en de vakantie. Na deze proefperiode tekenden wij een contract. Nu woont hij bij ons. Meneer Silen vervolgt: Luciandro is rechtstreeks uit het ziekenhuis bij ons gekomen. Ook hij blijft langdurig bij ons.

De zuster van de pleegvader is op jonge leeftijd weduwe geworden. Toen heeft het echtpaar Silen één van haar acht kinderen in huis genomen. Het sprak vanzelf, dat we dat deden. Toen de zuster een nieuwe relatie kreeg, is het kind weer bij haar gaan wonen. Dat was natuurlijk goed, maar je gaat je in die twee jaar hechten aan het kind en omgekeerd ook. Voor het kind was het moeilijk om terug te gaan en voor ons ook. De pleegouders hebben liever een kind van een plaatsende instantie. Je tekent een contract en na twee jaar kun je de voogdij aanvragen. Als een kind uit het netwerk komt, worden er geen afspraken gemaakt.

Waar had u hulp bij nodig? Waar was u onzeker over?

Jair was in het begin een moeilijke jongen: als hij iets deed wat niet mocht en je corrigeerde hem, dan ging hij schreeuwen en met zijn hoofd tegen de muur slaan. Ik wist niet hoe ik hiermee om moest gaan. Andere pleegouders hebben mij toen geholpen. In het begin was ik ook onzeker of de kinderen wel zouden mogen blijven. Pas na de proefperiode en het tekenen van het contract kon ik me gaan hechten aan de kinderen. We weten dat de kans er is dat de kinderen ooit weer naar de ouders terug kunnen.

Hoe ziet de begeleiding van uw gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

"Wij hebben geen individuele begeleiding. Een pleegzorgwerker zoals in Nederland kennen wij hier niet. We krijgen alleen begeleiding als we het echt nodig hebben. En we kunnen andere pleegouders bellen. We vinden dit voldoende.

Hoe reageren omgeving en familie op het pleegouderschap?

Onze eigen ouders houden van de jongens. Zij hebben hen liefdevol geaccepteerd als hun eigen kleinkinderen. De kinderen noemen hen opa en oma. De jongens logeren vaak bij hen. Mijn zus (van de pleegmoeder) heeft ook een pleegzoon. Hij is even oud als Jair en Luciandro en zij spelen zij met elkaar."

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

Er is geen contact met de ouders. De moeder van Luciandro heeft hem achtergelaten in het ziekenhuis. De moeder van Jair heeft negen kinderen en heeft afstand van hem gedaan omdat zij het financieel niet kan redden."

Welke problemen komt u tegen door de plaatsing van het kind?

De kinderen hebben last van verlatingsangst. Soms plassen ze in bed. Ze slapen allebei slecht.

Hoe gaan uw kinderen om met het pleegkind? Draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?

De pleegouders hebben geen kinderen. De jongens spelen met nichtjes en neefjes van beide pleegouders.

Zijn er momenten waarop u denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?

Toen Jair pas in ons gezin kwam. We wisten toen niet hoe we met zijn gedrag om moesten gaan. We vonden het vreselijk dat Jair zichzelf pijn deed door met zijn hoofd tegen de muur te slaan. We konden hem niet helpen, ook al namen we hem op schoot en probeerden we hem te troosten. We voelden ons machteloos.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.

Tja, we zijn trots op de jongens. Ze noemen ons papa en mama. Ze zijn lief en luisteren goed.