Milja Jie, oud redactielid van Mobiel en pleegzorgwerker Amstelland
Pleegzorg was in Suriname. Zij heeft op verzoek van de redactie de
tien vaste vragen van deze rubriek voorgelegd aan een Surinaams pleeggezin
Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten
van de gezinsleden?
Het pleeggezin bestaat uit de heer en mevrouw Silen en de twee pleegzonen
Jair en Luciandro, beiden 3 jaar oud, maar geen familie van elkaar.
Pleegmoeder is lerares op een middelbare school. Meneer Silen heeft
zijn baan opgezegd om te zorgen voor de kinderen.
Waarom bent u pleeggezin geworden?
Mevrouw Silen vertelt: Ik reed elke dag na mijn werk langs het
kindertehuis. Op mijn verjaardag besloot ik naar het tehuis te gaan
en de kinderen te trakteren. Ik loop al lang rond met het idee een
kind te adopteren. Toen ik in het tehuis was, vroeg ik naar de mogelijkheid
daartoe. Ik werd doorverwezen naar de Pleeggezinnencentrale. Ik sprak
persoonlijk met de directrice. Kort daarna kregen we een telefoontje:
er was een jongetje dat langer dan een jaar op een pleeggezin wachtte.
We hebben een paar gesprekken gehad en toen kwam Jair bij ons. Eerst
kwam hij alleen in de weekenden en de vakantie. Na deze proefperiode
tekenden wij een contract. Nu woont hij bij ons. Meneer Silen vervolgt: Luciandro
is rechtstreeks uit het ziekenhuis bij ons gekomen. Ook hij blijft
langdurig bij ons.
De zuster van de pleegvader is op jonge leeftijd weduwe geworden.
Toen heeft het echtpaar Silen één van haar acht kinderen
in huis genomen. Het sprak vanzelf, dat we dat deden. Toen de zuster
een nieuwe relatie kreeg, is het kind weer bij haar gaan wonen. Dat
was natuurlijk goed, maar je gaat je in die twee jaar hechten aan
het kind en omgekeerd ook. Voor het kind was het moeilijk om terug
te gaan en voor ons ook. De pleegouders hebben liever een kind van
een plaatsende instantie. Je tekent een contract en na twee jaar
kun je de voogdij aanvragen. Als een kind uit het netwerk komt,
worden er geen afspraken gemaakt.
Waar had u hulp bij nodig? Waar was u onzeker over?
Jair was in het begin een moeilijke jongen: als hij iets deed wat
niet mocht en je corrigeerde hem, dan ging hij schreeuwen en met
zijn hoofd tegen de muur slaan. Ik wist niet hoe ik hiermee om moest
gaan. Andere pleegouders hebben mij toen geholpen. In het begin was
ik ook onzeker of de kinderen wel zouden mogen blijven. Pas na de
proefperiode en het tekenen van het contract kon ik me gaan hechten
aan de kinderen. We weten dat de kans er is dat de kinderen ooit
weer naar de ouders terug kunnen.
Hoe ziet de begeleiding van uw gezin eruit en voldoet die aan de
behoefte?
"Wij hebben geen individuele begeleiding. Een pleegzorgwerker
zoals in Nederland kennen wij hier niet. We krijgen alleen begeleiding
als we het echt nodig hebben. En we kunnen andere pleegouders bellen.
We vinden dit voldoende.
Hoe reageren omgeving en familie op het pleegouderschap?
Onze eigen ouders houden van de jongens. Zij hebben hen liefdevol
geaccepteerd als hun eigen kleinkinderen. De kinderen noemen hen
opa en oma. De jongens logeren vaak bij hen. Mijn zus (van de pleegmoeder)
heeft ook een pleegzoon. Hij is even oud als Jair en Luciandro en
zij spelen zij met elkaar."
Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?
Er is geen contact met de ouders. De moeder van Luciandro heeft
hem achtergelaten in het ziekenhuis. De moeder van Jair heeft negen
kinderen en heeft afstand van hem gedaan omdat zij het financieel
niet kan redden."
Welke problemen komt u tegen door de plaatsing van het kind?
De kinderen hebben last van verlatingsangst. Soms plassen ze in
bed. Ze slapen allebei slecht.
Hoe gaan uw kinderen om met het pleegkind? Draagt het bij aan hun
ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?
De pleegouders hebben geen kinderen. De jongens spelen met nichtjes
en neefjes van beide pleegouders.
Zijn er momenten waarop u denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Toen Jair pas in ons gezin kwam. We wisten toen niet hoe we met
zijn gedrag om moesten gaan. We vonden het vreselijk dat Jair zichzelf
pijn deed door met zijn hoofd tegen de muur te slaan. We konden hem
niet helpen, ook al namen we hem op schoot en probeerden we hem te
troosten. We voelden ons machteloos.
Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
Tja, we zijn trots op de jongens. Ze noemen ons papa en mama. Ze
zijn lief en luisteren goed.