Mobiel kijkt over de grenzen heen. Hoe is pleegzorg geregeld in
andere landen, van oost naar west, van noord naar zuid? In ieder
nummer een uniek verhaal. We geven u een sfeerimpressie, een persoonlijke
ervaring of een beschouwing over de organisatie van pleegzorg in
dat betreffende land.
In dit nummer Suriname.
Zomer 2003 bezocht Milja Jie (1) haar geboorteland Suriname. Zij
sprak met de Stichting Pleeggezinnencentrale Suriname (2) en met
pleegouders.
Ze is geschokt door de slechte economische situatie in Suriname.
Veel ouders zijn niet in staat voor hun kinderen te zorgen. Netwerkopvang
is niet meer vanzelfsprekend. Kindertehuizen zitten overvol.
Het pleegouderschap is alleen voor de rijkeren weggelegd,
want een pleeggezin krijgt geen financiële vergoeding. Met
een beetje geluk ontvangen ze twee keer per jaar een voedselpakket.
Toch is de betrokkenheid, de inzet en de liefde waarmee de medewerkers
van de Pleeggezinnencentrale en de pleegouders zich inzetten voor
de aan hen toevertrouwde kinderen er niet minder om. Integendeel.
Hoewel netwerkopvang nog altijd de meest voorkomende opvang is in
Suriname, is het niet meer vanzelfsprekend dat familieleden de zorg
overnemen. Zij wonen in Nederland of hebben er het geld niet voor.
De Pleeggezinnencentrale werkt alleen met bestandsgezinnen. Volgens
Milja melden netwerkgezinnen zich niet aan omdat zij geen overheidsbemoeienis
willen. Een belangrijke rol speelt ook het ontbreken van een vergoeding.
Zouden pleeggezinnen een vergoeding ontvangen, dan zouden velen zich
wel aanmelden, zo is haar inschatting.
De Pleeggezinnencentrale werft pleegouders door middel van folders,
radio- en televisiespotjes. Soms melden mensen zich spontaan. Aspirant
pleegouders worden gescreend door een maatschappelijk werker, die
drie à vier gesprekken met het gezin voert. De pleeggezinnen
spreken hun wensen bijvoorbeeld een jongen of een meisje en aanbod
uit. Er wordt zelden gevraagd om een kind uit een bepaalde cultuur,
bijvoorbeeld een Chinees, Hindoestaans of Javaans kind. De maatschappelijk
werker komt ook aan huis om de thuissituatie van het gezin te bekijken.
Wordt een gezin geaccepteerd, dan volgt de matching.
Kindertehuis
In Suriname worden de meeste kinderen geplaatst vanuit een kindertehuis.
Men is huiverig voor rechtstreekse plaatsing vanuit het ouderlijk
gezin, vanwege de mogelijk aanzuigende werking. Men is bang dat veel
ouders hun kind dan zelf komen melden - of erger: gewoon dumpen -
omdat ze er niet meer voor kunnen zorgen. Veel kindertehuizen zitten
overvol. De pleegouders hoeven niet lang te wachten op een plaatsing.
De pleegkinderen vaak wel. Milja vertelt het schrijnende verhaal
van een twaalfjarige jongen. Zijn moeder is verslaafd aan drugs en
zwerft rond. Hij is door zijn familie in Nederland opgevoed. Tijdens
een vakantie in hun geboorteland hebben zij hem achtergelaten. Ze
zijn zonder hem naar Nederland teruggekeerd. Hij zit nu in een kindertehuis
en wacht op plaatsing in een pleeggezin.
Suriname kent langdurige opvang en weekeind- en/of vakantieopvang.
Crisisopvang is er niet. Bij de Pleeggezinnencentrale zijn circa
veertig pleeggezinnen aangesloten. In twintig gezinnen worden kinderen
langdurig opgevangen. De andere helft vangt kinderen op, die in kindertehuizen
wonen, gedurende de weekeinden en/of vakantie. Een pleegmoeder die
jarenlang in Nederland heeft gewoond, heeft zich zelf aangemeld voor
crisisopvang. Het ontbreekt de Pleeggezinnencentrale echter aan mogelijkheden
om haar te ondersteunen. De afgelopen twee jaar hebben de diverse
instanties die bij pleegzorg betrokken zijn (3) 114 kinderen aangemeld
bij de Pleeggezinnencentrale. Hoeveel gezinnen en kinderen bij netwerkopvang
betrokken zijn, is niet bekend. De biologische ouders van de pleegkinderen
zijn zelden in beeld. Als zij wel bekend zijn, wordt er altijd geprobeerd
een omgangsregeling op te zetten. Ouders en kinderen ontmoeten elkaar
dan op een neutrale plek. Dit is, volgens Milja, vooral om het in
de kleine gemeenschap gebruikelijke geroddel te voorkomen.
Wegens gebrek aan geld en deskundigen wordt de STAP-training niet
gegeven in Suriname. Wel worden er thema-avonden georganiseerd, bijvoorbeeld
over gedragsproblemen bij kinderen of seksueel misbruik. Elk pleeggezin
wordt begeleid door een maatschappelijk werker. Deze probeert het
pleeggezin eenmaal per maand te bezoeken.
Er is echter een dusdanig tekort aan maatschappelijk werkers dat
een gezin in feite alleen bezocht kan worden, als er (ernstige) problemen
zijn. Er is niet of nauwelijks sprake van professionele hulpverlening.
De behandeling van verwaarloosde, getraumatiseerde kinderen staat
nog in de kinderschoenen. Pleegouders zelf komen regelmatig bij elkaar
of hebben telefonisch contact om ervaringen uit te wisselen en om
elkaar te ondersteunen.
Zo nu en dan een voedselpakket
De opvang wordt niet vergoed.
Wel wordt materiële hulp verleend
in de vorm van een voedselpakket (twee keer per jaar), kleding en
soms medicijnen. De Pleeggezinnencentrale is gestart met een nieuwe
wervingsactie. Zij zoeken zogenaamde peetgezinnen die kinderen die
in pleeggezinnen zijn opgenomen, financieel willen ondersteunen.
Alle bevolkingsgroepen zijn in de pleegzorg vertegenwoordigd, maar
wel alleen diegenen die het zich financieel kunnen veroorloven.
Milja noemt het veelzeggende voorbeeld van aspirant pleegouders
die aangaven een ouder kind te willen opvangen. Tijdens de screening
bleek dat zij dit kind wilden gebruiken als oppas. Wegens geldgebrek.
Interviews: Milja Jie.
Bewerking: Antoinette van Wijngaarden
(1) Pleegzorgwerker bij Amstelstad Pleegzorg en oud-redactielid
van Mobiel.
(2) Verder te noemen de Pleeggezinnencentrale.
(3) Bureau Familie Rechtelijke
Zaken (te vergelijken met de Nederlandse Raad voor de Kinderbescherming),
de mr. Hubertstichting (voogdijinstelling), diverse kindertehuizen,
Jeugdzaken (ministerie van Justitie en Politie) en Jeugdzorg (ministerie
van Sociale Zaken en Huisvesting).