artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2004

Pleegzorg over de grenzen

Suriname, pleegzorg de dupe van financiële crisis

door: Antoinette van Wijngaarden

Mobiel kijkt over de grenzen heen. Hoe is pleegzorg geregeld in andere landen, van oost naar west, van noord naar zuid? In ieder nummer een uniek verhaal. We geven u een sfeerimpressie, een persoonlijke ervaring of een beschouwing over de organisatie van pleegzorg in dat betreffende land.

In dit nummer Suriname.

Zomer 2003 bezocht Milja Jie (1) haar geboorteland Suriname. Zij sprak met de Stichting Pleeggezinnencentrale Suriname (2) en met pleegouders.

Ze is geschokt door de slechte economische situatie in Suriname. Veel ouders zijn niet in staat voor hun kinderen te zorgen. Netwerkopvang is niet meer vanzelfsprekend. Kindertehuizen zitten overvol.

Het pleegouderschap is alleen voor de rijkeren weggelegd, want een pleeggezin krijgt geen financiële vergoeding. Met een beetje geluk ontvangen ze twee keer per jaar een voedselpakket. Toch is de betrokkenheid, de inzet en de liefde waarmee de medewerkers van de Pleeggezinnencentrale en de pleegouders zich inzetten voor de aan hen toevertrouwde kinderen er niet minder om. Integendeel.

Hoewel netwerkopvang nog altijd de meest voorkomende opvang is in Suriname, is het niet meer vanzelfsprekend dat familieleden de zorg overnemen. Zij wonen in Nederland of hebben er het geld niet voor.

De Pleeggezinnencentrale werkt alleen met bestandsgezinnen. Volgens Milja melden netwerkgezinnen zich niet aan omdat zij geen overheidsbemoeienis willen. Een belangrijke rol speelt ook het ontbreken van een vergoeding. Zouden pleeggezinnen een vergoeding ontvangen, dan zouden velen zich wel aanmelden, zo is haar inschatting.

De Pleeggezinnencentrale werft pleegouders door middel van folders, radio- en televisiespotjes. Soms melden mensen zich spontaan. Aspirant pleegouders worden gescreend door een maatschappelijk werker, die drie à vier gesprekken met het gezin voert. De pleeggezinnen spreken hun wensen bijvoorbeeld een jongen of een meisje en aanbod uit. Er wordt zelden gevraagd om een kind uit een bepaalde cultuur, bijvoorbeeld een Chinees, Hindoestaans of Javaans kind. De maatschappelijk werker komt ook aan huis om de thuissituatie van het gezin te bekijken. Wordt een gezin geaccepteerd, dan volgt de matching.

Kindertehuis

In Suriname worden de meeste kinderen geplaatst vanuit een kindertehuis. Men is huiverig voor rechtstreekse plaatsing vanuit het ouderlijk gezin, vanwege de mogelijk aanzuigende werking. Men is bang dat veel ouders hun kind dan zelf komen melden - of erger: gewoon dumpen - omdat ze er niet meer voor kunnen zorgen. Veel kindertehuizen zitten overvol. De pleegouders hoeven niet lang te wachten op een plaatsing. De pleegkinderen vaak wel. Milja vertelt het schrijnende verhaal van een twaalfjarige jongen. Zijn moeder is verslaafd aan drugs en zwerft rond. Hij is door zijn familie in Nederland opgevoed. Tijdens een vakantie in hun geboorteland hebben zij hem achtergelaten. Ze zijn zonder hem naar Nederland teruggekeerd. Hij zit nu in een kindertehuis en wacht op plaatsing in een pleeggezin.

Suriname kent langdurige opvang en weekeind- en/of vakantieopvang. Crisisopvang is er niet. Bij de Pleeggezinnencentrale zijn circa veertig pleeggezinnen aangesloten. In twintig gezinnen worden kinderen langdurig opgevangen. De andere helft vangt kinderen op, die in kindertehuizen wonen, gedurende de weekeinden en/of vakantie. Een pleegmoeder die jarenlang in Nederland heeft gewoond, heeft zich zelf aangemeld voor crisisopvang. Het ontbreekt de Pleeggezinnencentrale echter aan mogelijkheden om haar te ondersteunen. De afgelopen twee jaar hebben de diverse instanties die bij pleegzorg betrokken zijn (3) 114 kinderen aangemeld bij de Pleeggezinnencentrale. Hoeveel gezinnen en kinderen bij netwerkopvang betrokken zijn, is niet bekend. De biologische ouders van de pleegkinderen zijn zelden in beeld. Als zij wel bekend zijn, wordt er altijd geprobeerd een omgangsregeling op te zetten. Ouders en kinderen ontmoeten elkaar dan op een neutrale plek. Dit is, volgens Milja, vooral om het in de kleine gemeenschap gebruikelijke geroddel te voorkomen.

Wegens gebrek aan geld en deskundigen wordt de STAP-training niet gegeven in Suriname. Wel worden er thema-avonden georganiseerd, bijvoorbeeld over gedragsproblemen bij kinderen of seksueel misbruik. Elk pleeggezin wordt begeleid door een maatschappelijk werker. Deze probeert het pleeggezin eenmaal per maand te bezoeken.

Er is echter een dusdanig tekort aan maatschappelijk werkers dat een gezin in feite alleen bezocht kan worden, als er (ernstige) problemen zijn. Er is niet of nauwelijks sprake van professionele hulpverlening.

De behandeling van verwaarloosde, getraumatiseerde kinderen staat nog in de kinderschoenen. Pleegouders zelf komen regelmatig bij elkaar of hebben telefonisch contact om ervaringen uit te wisselen en om elkaar te ondersteunen.

Zo nu en dan een voedselpakket

De opvang wordt niet vergoed.
Wel wordt materiële hulp verleend in de vorm van een voedselpakket (twee keer per jaar), kleding en soms medicijnen. De Pleeggezinnencentrale is gestart met een nieuwe wervingsactie. Zij zoeken zogenaamde peetgezinnen die kinderen die in pleeggezinnen zijn opgenomen, financieel willen ondersteunen.

Alle bevolkingsgroepen zijn in de pleegzorg vertegenwoordigd, maar wel alleen diegenen die het zich financieel kunnen veroorloven.

Milja noemt het veelzeggende voorbeeld van aspirant pleegouders die aangaven een ouder kind te willen opvangen. Tijdens de screening bleek dat zij dit kind wilden gebruiken als oppas. Wegens geldgebrek.

Interviews: Milja Jie.

Bewerking: Antoinette van Wijngaarden

(1) Pleegzorgwerker bij Amstelstad Pleegzorg en oud-redactielid van Mobiel.

(2) Verder te noemen de Pleeggezinnencentrale.

(3) Bureau Familie Rechtelijke Zaken (te vergelijken met de Nederlandse Raad voor de Kinderbescherming), de mr. Hubertstichting (voogdijinstelling), diverse kindertehuizen, Jeugdzaken (ministerie van Justitie en Politie) en Jeugdzorg (ministerie van Sociale Zaken en Huisvesting).