Ik was tien jaar oud toen ik van mijn moeder Kuifje in Tibet
kreeg. In dit boek gaat Kuifje op zoek naar zijn dood gewaande
vriend, ondanks dat iedereen hem dit afraadt. Hij wil zijn vriend
koste wat het kost redden. Het motto is dat je problemen (ook
psychische) zelden oplost door ze uit de weg te gaan. Ik lag
toen
in het ziekenhuis en had dus alle tijd om veel stripboeken achter
elkaar uit te lezen; alle Kuifjes tot dan toe had
ik verslonden.
Maar dit was een andere Kuifje!
Waarschijnlijk dacht ik toen dat het kwam omdat ik in het
ziekenhuis lag: met veel andere kinderen, maar toch redelijk
eenzaam. Ik was helemaal ondersteboven van het stripboek en kon
mijn tranen nauwelijks bedwingen.
Ik moest daar met al die andere kinderen, verpleegsters en artsen
toch laten zien dat ik een grote jongen was die tegen een stootje
kon? Weliswaar net geopereerd, maar heel wat pijnen manmoedig
doorstaan! Hoe kon ik nu emotioneel worden van een stripverhaal?
Pas geleden kwam ik erachter hoe dat eigenlijk kwam. Kuifje
in
Tibet was het antwoord van maker Hergé op de problemen
die hij
op dat moment moest verwerken.
Ik realiseerde me dat toen al de kiem werd gelegd voor mijn
latere beroep en mijn interesses! Werken met jongeren en hun
ouders en daar ook zo nu en dan over schrijven, zoals nu in Mobiel,
om mijn mening aan anderen kenbaar te maken of zelfs af en toe
mijn gram te halen. Maar ook om te informeren en om nieuwe
dingen de wereld in te slingeren. Werken in de redactie
van Mobiel is ook erg verruimend. Het is nu niet meer alleen mijn
mening, maar anderen vullen die aan of gooien hem overboord,
geven mij ongezouten kritiek (en ik weer terug).