Tussen alle Hollandse moeders die elke dag op het schoolplein staan
valt ze mij altijd weer op. Niet omdat ze een Marokkaanse is, maar
omdat ze zo'n zelfbewuste Marokkaanse is. Zelfverzekerde tred, hoofd
fier omhoog, felle ogen. En altijd net een tikje beter gekleed dan
wij allemaal. Ze intrigeert me. Ik zou haar best eens willen aanspreken,
maar durf niet zo goed. Onverwacht doet de gelegenheid zich voor.
We hebben een Marokkaanse jongen in huis gekregen en weten weinig
van de Ramadan en hoe moeten we hem ons Kerstfeest uitleggen? Ik stap op haar
af en vraag om raad. En zo zit ik op een winderige maandagmorgen in november
op een Amsterdamse bovenwoning in Marokko. Koffie en een schaal met kokoskoekjes
en pepernoten. Een verrassende combinatie. Ze weet nog meer zaken met elkaar
te combineren. "Kijk, ik kom uit de stad, uit Rabat. Daar woonde van alles
door en naast elkaar: Islamieten, Joden en Christenen. Onze naaste buren waren
Fransen. Die hadden met Kerstmis een kerstboom. Prachtig vond ik dat. Met mijn
eigen gezin heb ik ook altijd een boom, met versiering en lampjes. Wij houden
ons helemaal aan de Ramadan. Die jongen van jou hoeft dat nog niet. Die is
nog te jong. Chaimae is nu zeven en probeert dit jaar voor het eerst ook een
dag te vasten. Die dag komt er familie op bezoek en krijgt Chaimae allemaal
cadeautjes. Een paar jaar geleden was het Kerstfeest tijdens de Ramadan. Er
kwamen vrienden eten. Ook Nederlandse vrienden. Ik maakte bestella en mhamr
en allerlei salades. Goed Marokkaans eten. Natuurlijk geen varkensvlees. Voor
de gasten was er lekkere wijn. Wijzelf drinken nooit alcohol. Weet je, Jezus
was een bijzondere profeet. Die is wel een feest waard."