artikel uit Mobiel 6, december/januari 2003/4

De paradox van de gelukkige jeugd

Door: Ina Scholma-Huisman

Humanitas, dagblad Trouw en Jantje Beton organiseerden ook dit jaar weer de Nationale Jeugdlezing. Bas Levering, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht en Ernst Fortunati, jongerenwerker in Den Haag en Scheveningen konden deze keer hun mening geven over jeugd en opvoeding. Levering werkte in zijn toespraak de vraag uit of ouders er in de opvoeding wel toe doen. Een prikkelende vraag, daar de meeste ouders zich alle dagen volop inzetten voor het geluk van hun kinderen. Het antwoord van Levering: "Ouders doen er maar weinig toe".

Hij onderbouwde zijn uitspraak met verschillende, voornamelijk Amerikaanse onderzoeken. Uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek is gebleken dat ouders het wel erg bont moeten maken, willen ze hun kinderen schade toebrengen. Ook is gebleken dat een kind voor zijn geluk voor de helft afhankelijk is van erfelijke factoren en voor de andere helft van de omgeving. Ouders maken uiteraard deel uit van die omgeving, maar zijn niet het belangrijkste, dat zijn de leeftijdsgenoten.

Behalve op wetenschappelijke onderzoeken beroept Levering zich ook op informatie van ouders en kinderen. Uit het boek Het zwijgen van Maria Zachea' (boek van het jaar' in 2002) van Judith Koelemeijer blijkt dat dezelfde ouders voor de verschillende kinderen andere ouders zijn. Uit de mond van haar ene tante tekent Judith op: "Ze hadden niks voor ons en zichzelf over en ze vergaten je verjaardag". Een andere tante zegt: "We mochten alles, we hadden een heerlijke jeugd." De stelling van Levering luidt dan ook: Ouders kunnen hun kinderen niet gelukkig maken, dat moeten ze zelf doen. Kinderen doen dat door hun jeugd, hun opvoeding als het ware af te maken en een plek te geven in hun leven.

Uit geheugenonderzoek is gebleken dat verhalen die mensen van anderen hebben gehoord in de eigen herinnering worden ingeweven en daardoor echt gebeurd lijken. Levering: "Ouders kunnen kinderen toch een gelukkige jeugd geven door hun herinnering te voeden met bijvoorbeeld foto's en mooie anekdotes uit hun jeugd.

Ernst Fortunati constateert dat er in Den Haag voldoende sportverenigingen, voetbalvelden en bioscopen zijn, maar dat er toch vervelende jeugd op straat rondhangt. Hoe bezorg je deze kinderen een gelukkige jeugd? Fortunati: "Ouders hebben zeker invloed, maar dat zijn we vergeten. De jongeren daar zijn ratjes, maar vragen om aandacht. Ouders moeten de opvoeding weer ter hand nemen". Ook in de buurt moeten mensen betrokken zijn op elkaar. Dat geeft ouders de broodnodige steun in de opvoeding, waar de samenleving verder als los zand aan elkaar hangt! Verder denkt hij dat ouders weer veel meer tijd in hun kinderen moeten investeren.

Hoe staat het nu met de gelukkige jeugd' van pleegkinderen? Uit onderzoek is gebleken dat pleegkinderen meestal uitgroeien tot redelijk functionerende mensen, maar dat ze niet echt gelukkig zijn. In de jeugdlezing werden pleegkinderen niet genoemd. Maar als kinderen uithuis geplaatst worden, komt toch de gedachte op dat ze, objectief bezien, geen gelukkige jeugd hebben (gehad). Pleegouders die wel veel investeren in hun pleegkind kunnen niet de herinnering voeden met gelukkige verhalen uit het verleden. Hopelijk kunnen ze het kind helpen zijn verleden een plaats te geven en te verwerken op een manier dat het er mee verder kan.