Humanitas, dagblad Trouw en Jantje Beton organiseerden ook dit jaar
weer de Nationale Jeugdlezing. Bas Levering, docent en onderzoeker
aan de Universiteit van Utrecht en Ernst Fortunati, jongerenwerker
in Den Haag en Scheveningen konden deze keer hun mening geven over
jeugd en opvoeding. Levering werkte in zijn toespraak de vraag uit
of ouders er in de opvoeding wel toe doen. Een prikkelende vraag,
daar de meeste ouders zich alle dagen volop inzetten voor het geluk
van hun kinderen. Het antwoord van Levering: "Ouders doen er
maar weinig toe".
Hij onderbouwde zijn uitspraak met verschillende, voornamelijk Amerikaanse
onderzoeken. Uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek is gebleken
dat ouders het wel erg bont moeten maken, willen ze hun kinderen
schade toebrengen. Ook is gebleken dat een kind voor zijn geluk voor
de helft afhankelijk is van erfelijke factoren en voor de andere
helft van de omgeving. Ouders maken uiteraard deel uit van die omgeving,
maar zijn niet het belangrijkste, dat zijn de leeftijdsgenoten.
Behalve op wetenschappelijke onderzoeken beroept Levering zich ook
op informatie van ouders en kinderen. Uit het boek Het zwijgen van
Maria Zachea' (boek van het jaar' in 2002) van Judith Koelemeijer
blijkt dat dezelfde ouders voor de verschillende kinderen andere
ouders zijn. Uit de mond van haar ene tante tekent Judith op: "Ze
hadden niks voor ons en zichzelf over en ze vergaten je verjaardag".
Een andere tante zegt: "We mochten alles, we hadden een heerlijke
jeugd." De stelling van Levering luidt dan ook: Ouders kunnen
hun kinderen niet gelukkig maken, dat moeten ze zelf doen. Kinderen
doen dat door hun jeugd, hun opvoeding als het ware af te maken en
een plek te geven in hun leven.
Uit geheugenonderzoek is gebleken dat verhalen die mensen van anderen
hebben gehoord in de eigen herinnering worden ingeweven en daardoor
echt gebeurd lijken. Levering: "Ouders kunnen kinderen toch
een gelukkige jeugd geven door hun herinnering te voeden met bijvoorbeeld
foto's en mooie anekdotes uit hun jeugd.
Ernst Fortunati constateert dat er in Den Haag voldoende sportverenigingen,
voetbalvelden en bioscopen zijn, maar dat er toch vervelende jeugd
op straat rondhangt. Hoe bezorg je deze kinderen een gelukkige jeugd?
Fortunati: "Ouders hebben zeker invloed, maar dat zijn we vergeten.
De jongeren daar zijn ratjes, maar vragen om aandacht. Ouders moeten
de opvoeding weer ter hand nemen". Ook in de buurt moeten mensen
betrokken zijn op elkaar. Dat geeft ouders de broodnodige steun in
de opvoeding, waar de samenleving verder als los zand aan elkaar
hangt! Verder denkt hij dat ouders weer veel meer tijd in hun kinderen
moeten investeren.
Hoe staat het nu met de gelukkige jeugd' van pleegkinderen? Uit
onderzoek is gebleken dat pleegkinderen meestal uitgroeien tot redelijk
functionerende mensen, maar dat ze niet echt gelukkig zijn. In de
jeugdlezing werden pleegkinderen niet genoemd. Maar als kinderen
uithuis geplaatst worden, komt toch de gedachte op dat ze, objectief
bezien, geen gelukkige jeugd hebben (gehad). Pleegouders die wel
veel investeren in hun pleegkind kunnen niet de herinnering voeden
met gelukkige verhalen uit het verleden. Hopelijk kunnen ze het kind
helpen zijn verleden een plaats te geven en te verwerken op een manier
dat het er mee verder kan.