artikel uit Mobiel 6, december/januari 2003/4

Portret van een pleegggezin van 30 jaar geleden

Door: José van Ek-Nijenhuis

Ad en Maria waren 30 jaar geleden pleegouders. We stellen hen de tien vaste vragen van deze rubriek anno 2003, beantwoord met een tijdsverschil van 30 jaar.

Wat was de samenstelling van uw gezin en waren ieders activiteiten?

Ad was kapitein op de grote handelsvaart. Als hobby sneed hij aan boord prachtige modeltreinen uit hout, voor zijn emplacementen thuis. Ik koos ervoor om fulltime voor de kinderen te zorgen, hoewel ik fysiotherapeute van beroep was. De weelderige moestuin en de zorg voor de schapen en geiten, waren mijn hobby. We hadden drie kinderen in de tijd dat de eerste pleegkinderen kwamen. Zoon Hub van 11 jaar en dochters Lisa en Berdien van 7 en 5 jaar. Peter en Paul, een 12-jarige tweeling die al jaren in een tehuis woonden, kwamen bij ons. De hobby van de jongens was ruimtevaart. Ze bouwden échte raketten van vuurpijlen, die ze in de achtertuin afschoten. Een jaar of vijf later kwam de zeventienjarige Richard erbij. Hij was dol op muziek. Toen de jongens op eigen benen stonden, werd tot drie keer toe een tienermeisje door de puberteit geloodst.

Waarom ben je pleegouder geworden?

Bij ons thuis kwamen vaak kinderen uit het tehuis spelen met de eigen kinderen. De tweeling kon uitstekend leren. Helaas was daar in het kindertehuis geen mogelijkheid voor. We vonden dat zonde en wilden hen een kans geven.

Waar had je steun bij nodig, waar was je onzeker over?

De begeleiding wisselde vaak, we kregen weinig steun. Het omgaan met de ouders vonden we de eerste keer erg bedreigend. Later, met meer ervaring, konden we hen zien als slachtoffer van de omstandigheden. Het was moeilijk om niet naast de zorg voor je pleegkind ook nog de zorg voor de ouders op je nek te nemen. Hoe graag ik dat ook zou willen.

Ik streed ervoor om van een vooroordeel af te komen. Voor de instanties waren ze onvolledig gezin omdat Ad vaak op zee was. Zelf beleefde ze dat helemaal niet zo. Als hij thuis was, was hij er helemaal voor haar en de kinderen. Op zee leefde hij in gedachten met hen mee.

Hoe reageerde je omgeving en je familie op het pleegouderschap?

De eigen familie vond het goed. In de omgeving verklaarde de een ons voor heilig, de ander voor gek.

Hoe zag de begeleiding van je gezin eruit en voldeed die aan de behoefte?

De begeleiding was minimaal. Een maal per half jaar was er contact. We vertrouwden op onze eigen intuïtie, namen zelf initiatieven en gingen onze eigen weg. In de voorbereiding misten ze vooral de voorlichting.

Hoe zag het contact met de eigen ouders en de familie eruit?

De moeder van de tweeling was een zwakbegaafde vrouw. Ze kwam één keer, zag dat het goed ging met de jongens en liet nooit meer iets van zich horen. We wilden haar er graag bij betrekken, maar dat lukte niet. Contacten met ouders van later geplaatste kinderen liepen beter.

Welke praktische problemen kwam je tegen door de plaatsing?

Het huis en de auto waren te klein. Een fiets aanvragen duurde eindeloos lang. Uiteindelijk kochten we die maar, want de kinderen moesten naar school. We wachtten dan maar af of er iets vergoed werd.

Hoe gingen de eigen kinderen om met de pleegkinderen? Droeg dit bij aan hun ontwikkeling of maakte dit het moeilijk?

Beide. De competitie tussen eigen en pleegkinderen was moeilijk. Ze probeerden in alles beter te zijn. Ze wilden steeds bewijzen hoe goed ze waren, dat gaf de nodige spanningen. Met name de tweeling vormde één blok. Nadat een dochter in de psychiatrie ging werken, gaf ze aan dat ze meer begrip voor hen kreeg. Ze kon zich voorstellen dat mensen ziek konden worden van hun ervaringen.

Zijn er momenten waarop jullie dachten, hier had ik nooit aan moeten beginnen?

Ondanks alle negatieve ervaringen en ook al was het soms erg zwaar: we hebben nooit spijt gehad.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.

Dankzij de kans die de twee jongens kregen om een goede opleiding te volgen, hebben ze prima banen en goede gezinnen. Ze hebben goede manieren geleerd en kunnen zich overal presenteren.