Ad en Maria waren 30 jaar geleden pleegouders. We stellen hen de
tien vaste vragen van deze rubriek anno 2003, beantwoord met een
tijdsverschil van 30 jaar.
Wat was de samenstelling van uw gezin en waren ieders activiteiten?
Ad was kapitein op de grote handelsvaart. Als hobby sneed hij aan
boord prachtige modeltreinen uit hout, voor zijn emplacementen thuis.
Ik koos ervoor om fulltime voor de kinderen te zorgen, hoewel ik
fysiotherapeute van beroep was. De weelderige moestuin en de zorg
voor de schapen en geiten, waren mijn hobby. We hadden drie kinderen
in de tijd dat de eerste pleegkinderen kwamen. Zoon Hub van 11 jaar
en dochters Lisa en Berdien van 7 en 5 jaar. Peter en Paul, een 12-jarige
tweeling die al jaren in een tehuis woonden, kwamen bij ons. De hobby
van de jongens was ruimtevaart. Ze bouwden échte raketten
van vuurpijlen, die ze in de achtertuin afschoten. Een jaar of vijf
later kwam de zeventienjarige Richard erbij. Hij was dol op muziek.
Toen de jongens op eigen benen stonden, werd tot drie keer toe een
tienermeisje door de puberteit geloodst.
Waarom ben je pleegouder geworden?
Bij ons thuis kwamen vaak kinderen uit het tehuis spelen met de
eigen kinderen. De tweeling kon uitstekend leren. Helaas was daar
in het kindertehuis geen mogelijkheid voor. We vonden dat zonde en
wilden hen een kans geven.
Waar had je steun bij nodig, waar was je onzeker over?
De begeleiding wisselde vaak, we kregen weinig steun. Het omgaan
met de ouders vonden we de eerste keer erg bedreigend. Later, met
meer ervaring, konden we hen zien als slachtoffer van de omstandigheden.
Het was moeilijk om niet naast de zorg voor je pleegkind ook nog
de zorg voor de ouders op je nek te nemen. Hoe graag ik dat ook zou
willen.
Ik streed ervoor om van een vooroordeel af te komen. Voor de instanties
waren ze onvolledig gezin omdat Ad vaak op zee was. Zelf beleefde
ze dat helemaal niet zo. Als hij thuis was, was hij er helemaal voor
haar en de kinderen. Op zee leefde hij in gedachten met hen mee.
Hoe reageerde je omgeving en je familie op het pleegouderschap?
De eigen familie vond het goed. In de omgeving verklaarde de een
ons voor heilig, de ander voor gek.
Hoe zag de begeleiding van je gezin eruit en
voldeed die aan de behoefte?
De begeleiding was minimaal. Een maal per half jaar was er contact.
We vertrouwden op onze eigen intuïtie, namen zelf initiatieven
en gingen onze eigen weg. In de voorbereiding misten ze vooral de
voorlichting.
Hoe zag het contact met de eigen ouders en de familie eruit?
De moeder van de tweeling was een zwakbegaafde vrouw. Ze kwam één
keer, zag dat het goed ging met de jongens en liet nooit meer iets
van zich horen. We wilden haar er graag bij betrekken, maar dat lukte
niet. Contacten met ouders van later geplaatste kinderen liepen beter.
Welke praktische problemen kwam je tegen door de plaatsing?
Het huis en de auto waren te klein. Een fiets aanvragen duurde eindeloos
lang. Uiteindelijk kochten we die maar, want de kinderen moesten
naar school. We wachtten dan maar af of er iets vergoed werd.
Hoe gingen de eigen kinderen om met de pleegkinderen? Droeg dit
bij aan hun ontwikkeling of maakte dit het moeilijk?
Beide. De competitie tussen eigen en pleegkinderen was moeilijk.
Ze probeerden in alles beter te zijn. Ze wilden steeds bewijzen hoe
goed ze waren, dat gaf de nodige spanningen. Met name de tweeling
vormde één blok. Nadat een dochter in de psychiatrie
ging werken, gaf ze aan dat ze meer begrip voor hen kreeg. Ze kon
zich voorstellen dat mensen ziek konden worden van hun ervaringen.
Zijn er momenten waarop jullie dachten, hier had ik nooit aan moeten
beginnen?
Ondanks alle negatieve ervaringen en ook al was het soms erg zwaar:
we hebben nooit spijt gehad.
Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor.
Dankzij de kans die de twee jongens kregen om een goede opleiding te
volgen, hebben ze prima banen en goede gezinnen. Ze hebben goede manieren
geleerd en kunnen zich overal presenteren.