artikel uit Mobiel 6, december/januari 2003/4thema: VerhuizenMensenverhuizer van beroepDoor: Antoinmette van WijngaardenIk dacht een leuke avond tegemoet te gaan, maar maakte kennis met de mensenverhuizer. Mijn eerste ontmoeting met de STAP (voorbereidingscursus voor pleegouders, red) leidde tot boosheid en verwarring. Nu -jaren later en werkend aan dit themanummer- snap ik pas waarom ik met hem mee moest.Ik moet in mijn geheugen graven voor de datum het was ergens in de vorige eeuw maar de gebeurtenis zelf staat me nog helder voor de geest. Mijn kennismaking met de STAP. Mijn man moest alleen naar de eerste twee bijeenkomsten. Ik zat in het buitenland. Bij terugkomst hoorde ik zijn verhalen over de leuke medecursisten, de enthousiaste opleiders, de interessante onderwerpen (goed gebracht, niet te soft'), de leuke werkvormen en de koffie met lekkere koekjes. Misschien viel zelfs de term warm bad'. Hoe dan ook, die avond in april stapte ik vol blijde verwachting op de fiets. Bij binnenkomst viel mijn oog direct op de koekjes. Overal stonden schalen met krakelingen, biscuitjes, spritsen. Dat begon goed. Ik keek om me heen. Zoveel mensen had ik niet verwacht. Zeker 20 waren er. Ze knikten vriendelijk naar me. Iemand stond op en zei: "Zullen we beginnen?". En toen ik weet niet meer wat er toen gebeurde. Ben ik voorgesteld aan de groep? Maakte ik kennis met de opleiders? Werd de vorige keer nabesproken? Waren er nog vragen? Ik weet het echt niet meer. Ga je spullen maar pakkenIk heb nog slechts één herinnering aan deze avond: de man die opeens op me afkwam. Met een doos. En een vriendelijke stem. "Kom jij maar mee. Hier (hij zette de doos voor me neer). Je hebt vijf minuten om je spullen in te pakken." Hij glimlachte. Ik keek om me heen. Iedereen glimlachte. Waarom? Dit was helemaal niet leuk! "Wie bent u?" "Ik ben mensenverhuizer", antwoordde hij nog steeds even vriendelijk en hij pakte me zachtjes bij de arm. "Kom". Ik werd boos. "Waarom moet ik mijn spullen pakken, ik ga met jou nergens heen!" Ik keek hulpzoekend naar mijn man. "Ga maar", zei hij. Ook hij liet me dus in de steek, de verrader. Uiteindelijk liet ik me ergens in een hoek van de kamer zetten. Met een lege doos. Dachten ze nou echt dat ik daar iets in zou doen. Mooi niet. Terwijl ik daar boos en verward stond te wezen, stelde de man vragen aan mijn echtgenoot over hoe hij het vond dat ik zo plotseling bij hem was weggehaald. Langzaam drong het tot me door: ik was verzeild geraakt in een rollenspel. Rouwen om wat je verloren hebt: verdrietig en boosOf een geleide fantasie, zoals Hannie van der Horst, projectleider bij STAP, het noemt. Zij legt uit: "Die man, die was mensenverhuizer van beroep. Met de mensenverhuizer proberen we de toekomstige pleegouder iets te laten voelen van wat een kind voelt als het uit huis geplaatst wordt. Als je uit huis geplaatst wordt, verlies je ontzettend veel, je verliest je ouders en andere dierbare mensen, je raakt je (t)huis kwijt, je wordt losgemaakt van je vertrouwde omgeving. Knuffels, schoolkameraden, geuren, kleuren, het vertrouwde plekje op de bank, alles is opeens weg. Op dit verlies wordt in eerste instantie gereageerd met schrik, ontkenning (dit kan niet waar zijn, dit gebeurt mij niet') en/of boosheid. Normale fases van rouw", volgens Hannie. Wat dat betreft speelde ik mijn rol dus erg goed. En dan vertelt de mensenverhuizer je dat je naar zo'n leuk pleeggezin gaat, dat ze naar je uitzien en blij zijn dat je komt. Alsof jou dat op dit moment interesseert. Misschien staat het pleeggezin wel te trappelen, maar het pleegkind absoluut niet. Als je alles verloren hebt, hecht je niet meer zo snelHet kind kan langdurig rouwen om het geleden verlies. Het is helemaal niet in' voor nieuwe indrukken. Bovendien ben je, wanneer je plotseling alles waar je aan gehecht was, los hebt moeten laten, wantrouwend geworden. Je hecht je niet zo snel nog een keer. Je kijkt wel uit. Wie weet, straks raak je alles weer kwijt. Als dan - na verloop van tijd - de mensenverhuizer het pleegkind weer komt halen om het terug naar het ouderlijk huis te brengen of naar een volgend adres, maakt het kind alles nog een keer mee. Weer moet het kind de dingen, waar het aan gehecht geraakt is, achterlaten; het nieuwe schoolvriendje, de hond van het pleeggezin, de foto van zijn moeder naast zijn bed. Met elke volgende verhuizing zal het kind zich moeilijker kunnen hechten en zal hechting langer op zich laten wachten. "Een uithuisplaatsing is altijd traumatisch en moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Probeer het kind er goed op voor te bereiden als uithuisplaatsing niet te vermijden is", adviseert Hannie. "Vertel dat het gaat gebeuren en wanneer. Regel een kennismaking. Geef het kind de gelegenheid om afscheid te nemen. Geef het kind de kans om zijn of haar doos te vullen'". Uitgebreide informatie over de STAP vindt u op www.stap-pleegzorg.nl. |