artikel uit Mobiel 6, december/januari 2003/4

thema: Verhuizen

kind op stoelTussenstation, uit De Poort 1966

Door: mevr. B van Ginkel

Door publicaties werden wij opmerkzaam gemaakt op het feit dat er kinderen in tehuizen verbleven die nooit bezoek kregen van familie of kennissen. Je kon je dan opgeven om een bepaald kind eens een kaart of pakje te sturen of eens voor een dagje te logeren te vragen. Wij hebben dat toen gedaan en hebben er nooit spijt van gehad.

Wanneer kinderen door omstandigheden thuis in een kinderhuis geplaatst worden, hebben ze meestal heel veel gezien en meegemaakt wat hen een totaal verkeerde indruk van het gezinsleven heeft gegeven.

Als een terugplaatsing in het eigen gezin tot de onmogelijkheden behoort is het vaak de bedoeling, dat de kinderen naar een pleeggezin gaan.

Ze hebben echter vaak geen idee hoe het in een normaal gezin toe gaat en reageren dus vaak heel anders dan de aanstaande pleegouders gedacht of gehoopt hadden, zodat het soms op een teleurstelling uitloopt.

Dit is niet prettig voor de pleegouders maar veel erger is het voor het kind. Hij moet terug omdat het niet gaat.

Als kinderen een poosje in het kinderhuis zijn, leek het ons daarom goed als ze vandaar eerst eens regelmatig in een gezin komen, zodat ze merken dat het anders kan dan ze thuis gewend waren. Het is een schakel op de weg naar het volledig pleeggezin, zou je kunnen zeggen.

Sinds enige jaren zijn wij zo'n schakelgezin. Zijn de kinderen een poosje in een kindertehuis, dan halen we ze eerst eens voor één dag, dat is ter kennismaking, daarna worden de bezoeken steeds iets langer, net naar het kind er behoefte aan heeft. Volgens ons is dit een manier om het kind naar de andere omstandigheden te laten toegroeien. Het is veel minder definitief als een echt pleeggezin. Ze hebben dan de tijd om zich geleidelijk op de voor hen onbekende omstandigheden in te stellen. Dit is vooral nodig voor hen die vóór een plaatsing in een kindertehuis zoveel hebben meegemaakt, dat ze een heel verwrongen beeld hebben van het gezinsleven.

Om dit met een voorbeeld te staven het volgende:

Het meisje was vijf jaar toen ze voor het eerst bij ons kwam. Ik haalde haar zelf, daar mijn man naar zijn werk was. Het ging de hele dag prima, maar toen mijn man thuis kwam, werd ze stil en trok zich terug. We gingen aan tafel om te eten en toen kwam de reactie: ze begon opeens erg te huilen en toen ik vroeg wat er was, kwam het er uiteindelijk uit, wijzend op mijn man: ,,Hij moet weg!!!". We hebben haar rustig laten zitten en hebben later geïnformeerd of er moeilijkheden met haar vader waren geweest. Dat was maar al te waar. Haar vader was heel vaak dronken en sloeg haar moeder en de kinderen. De laatste nacht dat ze thuis geslapen had, was hij midden in de nacht dronken thuis gekomen en had alles kort en klein geslagen. Haar angst was dus volkomen te begrijpen.kind met tas We hebben het heel rustig laten bezinken en toen ze zag dat mijn man erg rustig en vriendelijk was en nóóit schreeuwde of sloeg raakte ze haar angst langzaamaan kwijt. Als ze mijn man nu ziet, vliegt ze naar hem toe en laat zich lekker knuffelen of ze maakt iets op de kleuterschool, speciaal iets voor hem.

Op onze eerste aanvraag kregen we een bericht dat het ging om een jongen van negen jaar, die vanaf zijn eerste jaar in verschillende tehuizen verzorgd was, maar nog nooit bezoek had gehad of in een gezin was geweest. Nu dat hebben we gemerkt, het was een fijne knul, niet erg intelligent, maar erg lief, maar hij bleek geen idee van een normaal gezin te hebben, hoe de verhoudingen waren tussen de verschillende gezinsleden.

Zo waren er veel dingen waaraan je kon merken dat hij eigenlijk buiten de maatschappij had geleefd. Want welke normale jongen van negen jaar weet onderandere niet het verschil tussen een kwartje, dubbeltje, of een gulden? Na verloop van tijd wist hij het echter best, daar wij hem vaak boodschappen lieten doen en dan samen controleerden of hij goed teruggekregen had.

Na een paar logeerpartijtjes hebben wij ook zijn broer, die elf jaar was, eens meegenomen. Dit was ons door de leiding van het tehuis eerst wel afgeraden, omdat hij debiel was. Maar dat konden wij niet, de één wel halen en zijn broertje die tenslotte ook nooit bezoek kreeg of een uitje had, daar laten omdat hij bij zijn geboorte minder had meegekregen dan normaal wordt geacht. Het is met allebei prima gegaan. Ze hebben genoten van hun logeerpartijtjes en daardoor ons ook veel genoegen gedaan. Als je de blijheid alleen al zag wanneer je ze kwam halen... niet dat ze het niet goed hadden in het tehuis, dat was allemaal goed maar het brak zo lekker de sleur van alle dag. Dit is zo vijf jaar geweest en het heeft de jongens absoluut goed gedaan. De oudste is nu zestien jaar en is vorig jaar naar een speciale inrichting gegaan, daar hij geestelijk minder werd, en hij is nu tussen gelijkwaardigen wat beter voor hem is. Het kontakt blijft, wij schrijven regelmatig en in de zomervakantie komt hij weer logeren. Zijn broertje die nu veertien is, is naar een pleeggezin waar ze een boerderij hebben wat hij prachtig vindt, want hij wil boer worden. Twee andere jongens die enige tijd bij ons kwamen, waren twee broertjes van drie en vier jaar. De oudste was heel erg driftig en gooide alles overhoop.

kind met blokkenDe jongste was een knulletje, dat niets deed. Zette je hem in de kamer op de grond, dan bleef hij daar heel rustig een paar uur zitten zonder iets te doen. We hebben hem eerst alles maar eens rustig laten verkennen, later hebben we erg veel met hem gespeeld, en kreeg hij veel aandacht. Wat is dat enorm dankbaar, je zag hem opbloeien en nu is het een reuze levenslustige jongentje geworden, hoor, en de grootste boef die we gehad hebben. Zijn broertje leerde zijn driftbuien beheersen, want hij merkte dat het geen resultaat had al maakte hij zich nog zo kwaad. Het is nu een fijne jongen geworden, die alles voor zijn broertje over heeft. Dit is natuurlijk niet in een paar weken of maanden te bewerkstelligen, het heeft ruim een jaar geduurd voor we zover waren. De voogdijvereniging heeft een pleeggezin voor hen gevonden, waar men dolgelukkig met de jongens is. En de jongens hebben het prima naar hun zin.

We hebben dus ervaren dat het volgens onze ervaringen practisch altijd goed komt wanneer je de kinderen maar rustig de tijd geeft, en hun eigen tempo laat volgen. We hebben zo door de loop der jaren verschillende kinderen op onze manier mogen helpen hun weg weer te vinden. De kinderen zijn nu in verschillende pleeggezinnen en hebben het goed, wat ons tevreden maakt...

Af en toe gaan wij hen, zoals andere ooms en tantes, nog eens bezoeken.