Ruim 400 pleegzorgbetrokkenen waren donderdag 30 oktober naar Amsterdam
getogen om daar de landelijke studiedag over Terug naar Huis' projecten
mee te maken. In plenaire lezingen en workshops konden de deelnemers
kennismaken met verschillende projecten of onderdelen daarvan.
Hoewel
pleegouders de dag gratis mochten meemaken, waren er slechts 21 aanwezig.
Begrijpelijk, de meeste pleegouders zullen hun handen vol hebben
aan hun werk, hun gezin en niet in de laatste plaats aan hun pleegkind(eren).
Hun interesse zal ook vooral uitgaan naar de vraag wat Terug naar
Huis' in de praktijk voor hen betekent.
In een workshop over dit onderwerp vertelde een pleegmoeder dat
ze zeer intensief heeft meegewerkt aan de terugkeer van haar pleegpeuter.
Ze had de moeder thuis ontvangen, die had daar gezien hoe de dagelijkse
verzorging verliep en kon daarmee oefenen. Het contact tussen kind
en moeder werd steeds frequenter en de datum van definitieve terugplaatsing
werd afgesproken. Een week voor het zover was, meldde moeder er van
af te zien: "Ik wilde jullie niet teleurstellen en niet de indruk
wekken dat ik geen goede moeder ben, maar ik kan het toch niet aan",
zo verklaarde zij haar gedrag. In de workshop blijkt al snel dat
het voor pleegouders niet meevalt mee te werken aan zo'n project
wanneer het pleegkind al geruime tijd bij hen woont en geplaatst
is in het kader van een perspectief biedende plaatsing. Het kind
is niet voor niets bij hen geplaatst. Zijn er garanties dat de omstandigheden
nu beter zijn? Workshopleider Jeannette Stronkhorst is gezinsbegeleidster
van Perspectief Thuis in Leiden. Ze vertelt dat zo'n project voor
pleegouders moeilijk kan zijn, doordat het ouders regelmatig ontbreekt
aan respect voor de pleegouders. Die worden als concurrenten gezien
en als mensen die hen bij hun kind weghouden. Zo'n periode van terug
naar huis waarbij ouders ouders helpen' werkt dan niet.
Oplossingen
Riet Portengen werkt ruim 13 jaar met ouders, jeugdigen en pleegouders.
Samen met anderen werkt zij sinds Trillium aan de methodiekontwikkeling
van Terug naar Huis'. Op de studiedag schetst zij in haar plenaire
lezing een aantrekkelijk en logisch beeld van Terug naar Huis' projecten.
Wanneer het kind uithuis geplaatst moet worden, komt het bij voorkeur
terecht in een gezin dat het al kent. Direct wordt afgesproken dat
het kind met een half jaar weer bij de ouders gaat wonen. Om dat
te bewerkstelligen komen alle betrokkenen (die samen met de deskundigen
het zorgteam vormen) bij elkaar om te praten over de situatie. Wat
zijn de mogelijke oplossingen? Wat is daar voor nodig en wat kan
een ieder aan hulp inbrengen? Onder het motto ouders helpen ouders'
draagt het pleeggezin haar steen bij. Het bijzondere van dit project
is dat ouders zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor hun leven
en hun kind. Op die onderdelen waar het hen zelf niet lukt, roepen
zij hulp in van mensen die ze zelf uitzoeken. Het is heel belangrijk
dat ouders en pleegouders elkaar bij de aanvang van de plaatsing
al spreken, zodat bij beide partijen duidelijk is dat er geen sprake
is van concurrenten, maar van partners in de zorg voor een kind.
Naarmate het half jaar vordert, nemen de ouders steeds meer de daadwerkelijke
zorg voor hun kind over van de pleegouders.
Energie
Plenair werd er een video-interview vertoond uit Perth (Australië)
met Turnell, die al vele jaren werkzaam is in de kinderbescherming.
In zijn contacten met gezinnen vraagt hij altijd naar de goede tijden
die er ongetwijfeld geweest zijn en laat hij er een foto bij halen
waar het gezin opstaat als happy family'. "Dat geeft het gezin
en ons energie", is zijn verklaring. Verder werkt hij met een
schaal van veiligheid. Aan de ouders wordt gevraagd: hoeveel veiligheid
kunt u uw kind bieden, als u uitgaat van een schaal van 1-10? Als
de ouder aangeeft dat hij veel veiligheid kan bieden (Turnell weet
ook wel dat ouders wel eens overdrijven) wordt een toelichting gevraagd
en bij overdrijving blijkt dat de ouder daarvan geen voorbeelden
geven kan. Ook het kind wordt gevraagd waar het zit op de schaal
van veiligheid en uit dat antwoord valt goed af te leiden wanneer
de ouders overdreven hebben.
Turnell geeft het voorbeeld van een moeder die regelmatig haar zelfbeheersing
verliest en haar kind mishandelt. Via het ziekenhuis, waar ze naar
toe gaat met haar gewonde kind, komt ze in aanraking met de kinderbescherming.
Uit de gesprekken blijkt dat zij haar zelfbeheersing vaak verliest
en haar kind slaat. Toch weet ze ook momenten te noemen waarop ze
haar beheersing had kunnen verliezen, maar iets anders heeft gedaan
dan afreageren op het kind. Het kind is uithuis geplaatst, omdat
de doktoren ernstig letsel vrezen. Dat geeft de moeder de kans te
werken aan haar zelfbeheersing door hulp te vragen of door op iets
anders af te reageren. Zij kon zelf aangeven dat ze graag hulp wilde
ontvangen van jonge ouders van de kerk waar ze wel eens naar toe
ging. De psychiater waar ze eerder naar verwezen was en de pillen
die hij haar voorschreef wees ze af. Bij het begin van de plaatsing
maakt de kinderbescherming duidelijk dat voor terugplaatsing de veiligheid
gegarandeerd moet zijn en dat het de kinderbescherming is die daar
uiteindelijk over beslist. "Een loodzware beslissing",
vindt Turnell.
Praten met kinderen
Praten met kinderen: veel hulpverleners, ouders en pleegouders moeten
toegeven dat dat wel eens te weinig gebeurt. Begrijpelijk: je wilt
het kind niet belasten met moeilijke problemen. Op de studiedag was
een plenaire lezing en een workshop over praten met kinderen', een
belangrijk onderwerp dus! Karel Mulderij somde de vooroordelen op
die volwassenen hebben over kinderen, zoals: als het kind er niet
over praat, heeft het er ook geen weet van. Of: als jij er niet over
praat, denkt het kind er niet over. En: als een kind niet in een
gesprek betrokken is, hoort het dat gesprek niet. Allemaal mis, het
kind hoort en begrijpt veel meer dingen dan jij denkt en heeft daar
ook een mening over. Karel Mulderij weet dat volwassenen voor 80%
van de gesprekstijd tegen de kinderen aan praten en slechts 20% van
de tijd iets van het kind te weten willen komen. Hoe moet het dan
wel? Als je echt iets wilt weten, luister dan goed, wacht minstens
zeven tellen voor je een volgende vraag stelt, want vaak komt er
nog wat, stel niet teveel waarom' vragen en realiseer je dat kinderen
frequentie- en tijdsbepalingen het allermoeilijkste vinden. Dus ook
vragen naar hoe vaak' en wanneer' zijn moeilijk te beantwoorden.
Tijd en energie
Ik kan me voorstellen dat jeugdbeschermers weer enthousiast zijn
geraakt door deze dag. Maar gaat het hen lukken op deze manier om
te gaan met problemen in gezinnen? Het wordt mij wel eens wat benauwd
om het hart wanneer ik hoor van subsidiestops, opnamestops, ontvlechting
en fusering en een rapport van de Inspectie die de Voorzieningen
voor Pleegzorg op verschillende onderdelen onder de maat verklaart.
Laten we hopen dat er veel tijd en energie geïnvesteerd kan
worden in waar het werkelijk om gaat: de veiligheid van het kind
in zijn of haar gezin.
www.kidpartners.nl
Martine Delfos (2003): Luister je wel naar míj, gespreksvoering
met kinderen tussen vier en twaalf jaar
Riet Portengen: Bouwstenen voor terug naar huis, kernpunten vaneen
methodiek. ()