artikel uit Mobiel 6, december/januari 2003/4

Beste lezers

Door: José van Ek-Nijenhuis, redactielid

Er was een jaar of vijftien geleden een idealistische moeder. Ze wilde niet alleen voor haar eigen kinderen zorgen, maar ook voor kinderen die het minder goed getroffen hadden. Op een dag werd ze gebeld door iemand van een kindertehuis in de buurt. Voelde ze er wat voor om een tijdje voor een baby te zorgen? Ze bedacht zich geen moment en reageerde enthousiast. Het kindertehuis was niet op baby's en peuters ingesteld. De kinderen die er verbleven, waren overdag naar school. Met een lege kinderwagen toog ze heen om het kindje op te halen. Eenmaal thuis bedacht ze: Wat nu?' Praktische zaken waren zo geregeld. Van de grote zolder werden allerlei spullen gehaald en liefde was er in overvloed. Maar: luiers, voeding, kleding, verzorgingsspulletjes en een voortdurend draaiende wasmachine sloegen een gat in haar huishoudbudget. Met enige schroom belde ze het kindertehuis. Tot haar opluchting mocht ze de kassabonnen van de boodschappen voor de baby inleveren, die werden vergoed.

Een ander probleem was het kindje. Met een strak snoetje keek het voor zich uit. Het huilde nooit en waarom lachte het niet? Na maanden vol twijfels, onzekerheden en eenzaam aanmodderen' durfde ze eindelijk aan de bel te trekken. Kort daarna werd het kindje weggehaald en in een pleeggezin geplaatst. Beduusd bleef ze achter. Maar misschien was officieel pleegouderschap' wat voor haar. Ze wilde de moed niet zomaar opgeven. Ze vroeg de pleegouders, waar de baby geplaatst was, om inlichtingen. Na enige overwegingen meldde ze zich aan bij de officiële instanties.Korte tijd later werd het eerste pleegkind geplaatst.

Op deze niet alledaagse manier kwam ik in aanraking met pleegzorg. In het kader van het 30-jarig bestaan van Mobiel, is het goed om eens terug te kijken naar hoe het vroeger ging. Wat is er veel veranderd! Bovenstaande bijna vergeten ervaringen zijn gelukkig niet meer van deze tijd.