Er was een jaar of vijftien geleden een idealistische moeder. Ze
wilde niet alleen voor haar eigen kinderen zorgen, maar ook voor
kinderen die het minder goed getroffen hadden. Op een dag werd ze
gebeld door iemand van een kindertehuis in de buurt. Voelde ze er
wat voor om een tijdje voor een baby te zorgen? Ze bedacht zich geen
moment en reageerde enthousiast. Het kindertehuis was niet op baby's
en peuters ingesteld. De kinderen die er verbleven, waren overdag
naar school. Met een lege kinderwagen toog ze heen om het kindje op te halen.
Eenmaal thuis bedacht ze: Wat nu?' Praktische zaken waren zo geregeld. Van
de grote zolder werden allerlei spullen gehaald en liefde was er in overvloed.
Maar: luiers, voeding, kleding, verzorgingsspulletjes en een voortdurend draaiende
wasmachine sloegen een gat in haar huishoudbudget. Met enige schroom belde
ze het kindertehuis. Tot haar opluchting mocht ze de kassabonnen van de boodschappen
voor de baby inleveren, die werden vergoed.
Een ander probleem was het kindje. Met een strak snoetje keek het
voor zich uit. Het huilde nooit en waarom lachte het niet? Na maanden
vol twijfels, onzekerheden en eenzaam aanmodderen' durfde ze eindelijk
aan de bel te trekken. Kort daarna werd het kindje weggehaald en
in een pleeggezin geplaatst. Beduusd bleef ze achter. Maar misschien
was officieel pleegouderschap' wat voor haar. Ze wilde de moed niet
zomaar opgeven. Ze vroeg de pleegouders, waar de baby geplaatst was,
om inlichtingen. Na enige overwegingen meldde ze zich aan bij de
officiële instanties.Korte tijd later werd het eerste pleegkind
geplaatst.
Op deze niet alledaagse manier kwam ik in aanraking met pleegzorg.
In het kader van het 30-jarig bestaan van Mobiel, is het goed om eens
terug te kijken naar hoe het vroeger ging. Wat is er veel veranderd!
Bovenstaande bijna vergeten ervaringen zijn gelukkig niet meer van
deze tijd.