artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2003

Portret van een pleeggezin uit Curaçao

Door: Ina Scholma

Op Curaçao wonen Bep en Herman Gijsbers, een Nederlands echtpaar, dat ernstig zieke kinderen in huis opneemt en verzorgt. Vaak betreft het kinderen met HIV of aids, van wie de ouders ziek of overleden zijn. Door bij Herman en Bep te wonen, wordt voorkomen dat de kinderen, die vaak binnen afzienbare tijd zullen overlijden, onnodig in het ziekenhuis moeten blijven. Een wel heel bijzonder pleeggezin.

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?

Herman en Bep zijn beiden 52 jaar. In 1989 is het gezin op Curaçao gaan wonen om vanuit hun christelijke levensovertuiging iets te kunnen betekenen voor kinderen in nood. Herman was 23 jaar gemeenteambtenaar, terwijl Bep van beroep verpleegkundige was in de kinderzwakzinnigenzorg. Herman en Bep wijden zich fulltime aan de zorg voor hun patiëntjes. Op dit moment wonen er 10 kinderen bij hen, de oudste is 11 jaar, er zijn 3 baby’s van 10 en 15 maanden, een peuter van 21/2 en de andere 5 zitten daar qua leeftijd tussenin. “Om half 6 ’s ochtends begint onze dag en na het gebruikelijke ochtendritueel breng ik een deel van de kinderen naar school, therapie, ziekenhuis of laboratorium. De rest blijft thuis bij Bep. Rond 3 uur zijn alle kinderen weer thuis. Om een uur of 6 eten we en daarna brengen we de kinderen naar bed. Wij doen dan de dingen waar we overdag niet aan toe komen, zoals administratie, correspondentie en kleding wassen. Om 11 uur laten we de kinderen nog eens plassen, doen we de laatste medicijnronde en gaan zelf ook slapen. Ernstig zieke kinderen of baby’s slapen bij ons op de slaapkamer in hun eigen (hospitaal)bedjes”.

Waarom zijn jullie pleeggezin geworden?

“We beschouwen onze taak als een persoonlijke roeping van God. We zijn niet door een kerk of organisatie uitgezonden of gestuurd. We doen dit werk met liefde en plezier voor kinderen die dat het allermeeste nodig hebben.”

Waar had je hulp bij nodig? Waar was je onzeker over?

“Op alle gebieden hebben we hulp nodig. Daarom hebben we de Stichting Klein Jerusalem opgericht en leven sindsdien van giften en donaties van mensen, groepen, bedrijven en kerken (op Curaçao en in Nederland) die ons werk een warm hart toedragen” ( postgironummer 7668272, afdeling Buitenland, Stichting Klein Jerusalem ‘Siloam’. P.O.BOX 4706, Curaçao). Zo afhankelijk te zijn zou veel onzekerheid met zich mee kunnen brengen, maar Herman en Bep vertrouwen op Gods hulp.

Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

“We hebben een goede relatie met doktoren, specialisten, ziekenhuizen en de wijkverpleging. Twee ochtenden per week komt er een hulp in de huishouding. Verder zijn we inmiddels gewend veel zelf te regelen en te doen.”

Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?

“Onze familie vond het maar vreemd en raar, ex-collega’s snapten er niets van en verklaarden ons voor gek. Wie neemt nu zijn ontslag en stopt er met zijn carrière? Waarvoor geef je een goed salaris en een waardevast pensioen op? Wie gaat er nou op een eiland wonen dat nauwelijks op de landkaart te vinden is om voor andermans (dood)zieke kinderen te zorgen, voor niets….geen salaris, geen subsidie. Ze vroegen ons: Ben je wel goed bij je (verloren) verstand of ben je (geloofs)waanzinnig geworden?”.

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

“Een enkel familielid komt op bezoek. Zelf gaan wij met de kinderen die (nog) wel familie hebben in het weekend op bezoek. Uiteraard zolang dit voor het kind n\og mogelijk is”.

Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing van het kind?

“Sommige kinderen zijn niet verzekerd. Dat is op zich geen probleem, maar we moeten wel medische begeleiding en medicatie kunnen krijgen. Zonder dat is opname onverantwoord. We hebben veel extra kosten omdat de meeste kinderen een uitgebalanceerd dieet hebben. Ook dragen wij de begrafeniskosten wanneer ze niet verzekerd zijn. Daarnaast maken we natuurlijk extra kosten voor hygiënische en veiligheidsmaatregelen”.

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen? Draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?

“Onze dochter is al getrouwd en de deur uit, maar zij staat van harte achter ons werk en wat ze ons hier ziet doen, vormt haar ook.”

Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit aan moeten beginnen?’

“Nee.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: ‘daar doe ik het voor.’

“De glimlach van een kind is ons salaris en onze voldoening. Als het kind vredig en met een glimlach overlijdt, staan wij erbij met een gemengd gevoel van verdriet en blijdschap en nemen afscheid.”