Sherborne Samen-spel
Psycho Motorische Kindertherapie (P.M.T.)
Dagpleegzorg
VIB-Video Interactie Begeleiding
TGV niet snel wel degelijk
Sherborne ‘Samen-Spel’
Een lichaamsgerichte methode om hechting en vertrouwen binnen de
pleeg- en adoptiezorg te bevorderen.
Na de geboorte geven ouders hun baby ‘op maat gesneden zorg’:
liefde, voeding, aandacht, zorg, bescherming, speels contact: dat
zijn de elementen waardoor het kind zich veilig voelt en zich kan
hechten. De kinderen waar wij in de pleegzorg mee werken, hebben deze
elementen niet of te weinig ervaren, waardoor ze onvoldoende kans
kregen zich veilig te hechten. De gevolgen hiervan ervaren (pleeg)ouders
dagelijks. Allerlei vormen van hulp en therapie geven hun bijdrage
aan het helen van deze beschadigde kinderen, waarbij vooral gebruik
wordt gemaakt van het ‘gesprek’ om iets (ook gevoelens)
over te brengen en duidelijk te maken. Dit is tot op zekere hoogte
een zeer bruikbaar middel. Het doel van ‘Samen-Spel’ is
het bevorderen van basisvertrouwen van het kind in zichzelf en in
de ander. ‘Samen-Spel’ is een doe-methode waar met ouders
en kind(eren) op gerichte wijze spelletjes en oefeningen worden gedaan,
die het kind een kans geven om samen met de (pleeg)ouders een essentiële
inhaalslag te maken op het meest basale element van hechting: vertrouwen.
De begeleider van de bijeenkomsten let goed op alles wat het kind
doet, bedenkt en onderneemt; hij benoemt wat hij ziet en benoemt ook
gedrag van (pleeg)ouders en zichzelf. Dit stimuleert het bewustwordingsproces
bij zowel kind als pleegouders. Elke volgende oefening laat hij aansluiten
op de signalen die het kind geeft. Pleegouders worden uitgenodigd
vanuit deze zelfde sensitiviteit te reageren op het kind. Bij de oefeningen
gaat het nooit om prestaties. Contact, plezier (eigen creativiteit)
en individuele groei zijn het uitgangspunt. Hiermee worden gevoelens
van veiligheid en van eigenwaarde aangereikt en opgebouwd: de bouwstenen
voor hechting. Tijdens het spel worden veel gemiste vroegkinderlijke
ervaringen opnieuw beleefd en deze keer in een positief kader geplaatst,
waardoor ook het zelfbeeld van het kind positief ontwikkeld wordt.
Els Hasselaar, maatschappelijk werker adoptieteam Rotterdam en
Jacqueline van der Vijver, maatschappelijk werker TGV Rotterdam
Voor verdere informatie of contact over deze methode kunt u zich
wenden tot:
of .
Literatuur
- Developmental Movement for children, Veronica Sherborne.
- Een ontwikkelingspsychologische kijk op de bewegingsmethodiek volgens
Sherborne, Gerrit Loots en Erika Malschaert.
- Eigen ontwikkelingsmateriaal, Els Hasselaar en Jacqueline van der
Vijver.

Psycho Motorische Kindertherapie (P.M.T.)
Dit is een therapievorm waarin kinderen leren hun lichaam en zintuigen
te ervaren en te gebruiken. Door het leren omgaan met je eigen lichaam
wordt het zelfvertrouwen van kinderen vergroot en leren ze omgaan
met angst- en stressreacties en hoe die te voorkomen zijn. De therapie
wordt vaak één op één of hooguit met twee
kinderen tegelijk gedaan. Er wordt een situatie geschapen waarin kinderen
vertrouwd kunnen raken met hun lichaam en dat positief leren ervaren
en beleven. Bijvoorbeeld door te leren dat je dingen in een bepaalde
volgorde moet of kunt doen waardoor je greep houdt op wat er gebeurt,
maar ook door aan te geven wat je wel en niet prettig vindt en hoe
je daarmee om kunt gaan.
Men werkt meestal in nauwe samenwerking met (pleeg)ouders. Het probleem
wordt in een startgesprek geïnventariseerd en er wordt een plan
opgezet waarlangs de therapie zal gaan verlopen. In regelmatige evaluaties
wordt gekeken of de therapie aanslaat en waar deze eventueel aangepast
moet worden of gestopt. De hele therapie gaat uit van deze gedachte:
wanneer je je thuis voelt in je eigen lichaam, werkt dat positief
in op je geestelijk welbevinden en het vergroot je zelfvertrouwen
en je vertrouwen in je medemens. Thema’s bij P.M.T. kunnen zijn:
afstand en nabijheid, leiden en volgen, grenzen stellen en ervaren,
maar ook agressie reguleren.
P.M.T. heeft ook onderdelen in zich die je onder andere terugziet
bij Sherborne. P.M.T. is gericht op het beter beheersen van de motoriek
en het leren verwerken van trauma’s die het gevolg zijn van
lichamelijk geweld of verwaarlozing of onderstimulatie. Maar P.M.T.
kan daarnaast worden toegepast bij andere problemen zoals aan autisme
verwante- en contactstoornissen (PDD NOS) en het syndroom van Gilles
de la Tourette. Uitgangspunt is jezelf leren accepteren en leren omgaan
met je handicap, maar ook het uitbuiten van de mogelijkheden die er
wel zijn. P.M.T. is met name geschikt voor jonge kinderen en kinderen
die grote moeite hebben over hun problemen te praten.
Flip Woltering, maatschappelijk werker CvP Zeeland

Dagpleegzorg
Bij dagpleegzorg is een uithuisplaatsing niet nodig, want de thuisbasis
is stevig genoeg. Toch is er iets extra’s nodig: een aanvullend
opvoedmilieu zoals dat in vaktermen heet. Deze ondersteuning kan nodig
zijn om verschillende redenen, zoals het verlichten van de draaglast
bij ouders, maar ook om kinderen de kans te geven zich in een veilige
gezinssituatie te ontwikkelen en ‘nieuwe dingen’ te leren.
Kinderen gaan doorgaans drie of vier dagdelen per week naar het dagpleeggezin.
Meestal na schooltijd tot en met het avondeten. Het dagpleeggezin
wordt gezocht in de buurt van waar het kind woont, zodat het vervoer
zo min mogelijk problemen oplevert. Soms worden ook heel jonge kinderen
aangemeld bij dagpleegzorg, bijvoorbeeld voor vier ochtenden per week,
omdat moeder een zware depressie heeft.
Het bijzondere aan dagpleegzorg is dat ouders en dagpleegouders
veel met elkaar samenwerken. Vaak is er regelmatig contact door het
halen en brengen. Des te belangrijker is het daarom dat de wederzijdse
‘klik’ er is. Deze samenwerking wordt begeleid door een
maatschappelijk werker van het team dagpleegzorg, die er voor zorgt
dat de afspraken goed lopen en die regelmatig afstemmingsgesprekken
organiseert. Door het wederzijds uitwisselen van ervaringen kunnen
ouders zich erkend voelen in de omgang met hun kind en krijgen ze
net die ene handige tip aangereikt van de dagpleegouder, die het kind
inmiddels goed heeft leren kennen.
Het komt ook voor dat dagpleegouders uit het netwerk van de ouders
komen. De begeleiding van dagpleegzorg draagt er dan toe bij dat de
afspraken en verantwoordelijkheden helder blijven. Ieder half jaar
vindt er een kindbespreking plaats, waarbij ouders en dagpleegouders
worden uitgenodigd. De maatschappelijk werker maakt een verslag, waarbij
zowel de gang van zaken in het gezin als in het dagpleeggezin worden
beschreven. Ook andere aspecten zoals school, medische bijzonderheden
en eventuele andere hulpverlening worden hierin genoemd. Verder schuiven
bij deze bespreking ook de plaatser van Bureau Jeugdzorg en de orthopedagoog
van dagpleegzorg aan. De coördinator van dagpleegzorg leidt de
bespreking. Tijdens de kindbespreking worden de behandeldoelen geëvalueerd
en de afspraken voor het komende half jaar gemaakt.
Dagpleegzorg wordt ten onrechte gezien als een ‘lichte’
vorm van hulpverlening. Van dagpleegouders wordt veel gevraagd. Er
altijd zijn voor je dagpleegkind is geen geringe opgave. Ook het samenwerken
met ouders en hulpverleners kost veel tijd en energie. Tegelijkertijd
is het ook geweldig om te zien dat het beter gaat met het kind en
dat je daar met zijn allen via dagpleegzorg aan bijdraagt.
Cecile de Quay, orthopedagoog dagpleegzorg Z-Holland noord

VIB-Video Interactie Begeleiding
Meestal verloopt de ontwikkeling van een kind goed. Echter, eenderde
van alle kinderen heeft te weinig basisvertrouwen, oftewel geen ‘veilige
hechting’ ontwikkeld. Een of meer van de volgende problemen
kunnen daarvan het gevolg zijn: overmatig huilen, driftbuien, contactproblemen,
gespannen, alles in de gaten houden, jaloers, geen troost toestaan,
claimen, leerproblemen, allemansvriendje, afwerend, slaapproblemen,
verzet, puberteitsproblemen, moeilijk samen kunnen spelen, angsten,
onrust, ruzies, concentratieproblemen. Video Interactie Begeleiding
kan helpen deze problemen op te lossen.
Sommige kinderen hebben een moeizame start gehad en huilden bijvoorbeeld
overmatig veel. Veel pleegkinderen hebben een ingewikkelde, vaak traumatische,
voorgeschiedenis. De gevolgen van een slechte start kunnen lange tijd
daarna nog voelbaar zijn. Pleegouders kunnen het gevoel hebben dat
het contact met het pleegkind beter kan, of ze zien dat het pleegkind
zich niet naar tevredenheid ontwikkelt. Wellicht is er allang sprake
van ernstige problemen en was er niet de gepaste ondersteuning. Het
herstel van dergelijke problemen vraagt meer dan het gewone van opvoeders.
In feite vraagt het van hen specifieke deskundigheid. VIB biedt deze
specifieke ondersteuning.
Als een kind eenmaal basisvertrouwen heeft, dan ontwikkelt het zich
meestal op alle gebieden goed. In principe wordt bij VIB daarom gelijk
gestart met het ontwikkelen van dat basisvertrouwen. Als de opvoeders
de instructies goed oppakken, worden de gewenste doelen in de regel
bereikt. Mogelijk kan daarna nog aanvullende therapie of onderzoek
gewenst zijn.
VIB is, mits uitgevoerd door een VIB-er met hechtingsdeskundigheid,
op dit moment de enige in Nederland bekende methode om in relatief
korte tijd op een natuurlijke manier basisvertrouwen oftewel een veilige
hechting te ontwikkelen. Een video-opname is bij uitstek geschikt
om te ontdekken wat uw kind nodig heeft en hoe u als opvoeder daarop
aan kunt sluiten. Met behulp van de video-opname wordt nagegaan wat
de sterke kanten zijn van de pleegouders en hoe ze die kunnen gebruiken
bij de hulp aan het pleegkind. Pleegouders krijgen instructies mee
naar huis. In korte tijd worden veel vaardigheden opgedaan om met
het specifieke probleem van het pleegkind om te gaan. Bij jongeren
van twaalf jaar en ouder kan, afhankelijk van de situatie, de jongere
zelf meer betrokken worden bij de hulpverlening.
Nelleke Polderman, orthopedagoog TGV/Adoptieteam Rotterdam en
Laura Schaink, psycholoog VIB project Leiden
Literatuur:
- ‘Voor jou zeker…?! Over gehechtheid en basisvertrouwen
door Hans van der Ham, Uitgeverij Bohn Stafleu, Houten, 2001. (Zie
recensie op pagina 27, red) Meer informatie via www.aitnl.org

TGV niet snel wel degelijk
Therapeutische Gezins Verpleging (TGV) is voor de ‘moeilijkste’
pleegkinderen. De kinderen die het zonder extra hulp en inzet niet
zullen redden in een pleeggezin, worden ervoor aangemeld. Door het
TGV-team worden kind en pleeggezin zorgvuldig gematched. TGV is er
voor die pleegouders die rond hun pleegkind willen samenwerken met
een multidisciplinair team. Geen superouders, maar mensen die er naast
het opvangen van een lastig (lees druk, chaotisch of teruggetrokken)
kind in hun gezin, lol in hebben steeds weer na te denken met hun
begeleider hoe het kind een stapje verder te helpen. Het gebeurt vaak
dat kind en pleeggezin samen worden aangemeld omdat tijdens een plaatsing
pleegouders en begeleiders zich realiseren dat de problematiek van
het kind zwaarder is dan tevoren was ingeschat.
Therapeutische pleegzorg is de specialistische afdeling van pleegzorg.
Het behandelteam bestaat uit maatschappelijk werker, gedragsdeskundige,
kinderpsychiater, zo nodig een therapeut en pleegouders. Samen wordt
gevolgd hoe het met het kind in het pleeggezin gaat, met aandacht
voor alle leden van het pleeggezin. De maatschappelijk werker komt
elke twee weken bij pleegouders op huisbezoek. Het gaat om behandeling
van het kind in het pleeggezin. Als het nodig is voor het kind wordt
er diagnostisch onderzoek gedaan. Extra hulp voor kind (denk aan spel-,
motorische, of muziektherapie) en/of pleegouders (bijvoorbeeld VIB)
kan worden ingezet. Elk half jaar wordt bekeken hoe ver de behandeling
is en hoe verder te gaan. In principe duurt een TGV behandeling 3
jaar. Dan wordt de begeleiding overgedragen aan reguliere pleegzorg.
Emily Groenewegen-Gülcher, maatschappelijk werker TGV
