artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2003

thema: Behandeling in pleegzorg

Vormen van behandeling

Sherborne Samen-spel
Psycho Motorische Kindertherapie (P.M.T.)
Dagpleegzorg
VIB-Video Interactie Begeleiding
TGV niet snel wel degelijk

Sherborne ‘Samen-Spel’

Een lichaamsgerichte methode om hechting en vertrouwen binnen de pleeg- en adoptiezorg te bevorderen.

Na de geboorte geven ouders hun baby ‘op maat gesneden zorg’: liefde, voeding, aandacht, zorg, bescherming, speels contact: dat zijn de elementen waardoor het kind zich veilig voelt en zich kan hechten. De kinderen waar wij in de pleegzorg mee werken, hebben deze elementen niet of te weinig ervaren, waardoor ze onvoldoende kans kregen zich veilig te hechten. De gevolgen hiervan ervaren (pleeg)ouders dagelijks. Allerlei vormen van hulp en therapie geven hun bijdrage aan het helen van deze beschadigde kinderen, waarbij vooral gebruik wordt gemaakt van het ‘gesprek’ om iets (ook gevoelens) over te brengen en duidelijk te maken. Dit is tot op zekere hoogte een zeer bruikbaar middel. Het doel van ‘Samen-Spel’ is het bevorderen van basisvertrouwen van het kind in zichzelf en in de ander. ‘Samen-Spel’ is een doe-methode waar met ouders en kind(eren) op gerichte wijze spelletjes en oefeningen worden gedaan, die het kind een kans geven om samen met de (pleeg)ouders een essentiële inhaalslag te maken op het meest basale element van hechting: vertrouwen. De begeleider van de bijeenkomsten let goed op alles wat het kind doet, bedenkt en onderneemt; hij benoemt wat hij ziet en benoemt ook gedrag van (pleeg)ouders en zichzelf. Dit stimuleert het bewustwordingsproces bij zowel kind als pleegouders. Elke volgende oefening laat hij aansluiten op de signalen die het kind geeft. Pleegouders worden uitgenodigd vanuit deze zelfde sensitiviteit te reageren op het kind. Bij de oefeningen gaat het nooit om prestaties. Contact, plezier (eigen creativiteit) en individuele groei zijn het uitgangspunt. Hiermee worden gevoelens van veiligheid en van eigenwaarde aangereikt en opgebouwd: de bouwstenen voor hechting. Tijdens het spel worden veel gemiste vroegkinderlijke ervaringen opnieuw beleefd en deze keer in een positief kader geplaatst, waardoor ook het zelfbeeld van het kind positief ontwikkeld wordt.

Els Hasselaar, maatschappelijk werker adoptieteam Rotterdam en Jacqueline van der Vijver, maatschappelijk werker TGV Rotterdam

Voor verdere informatie of contact over deze methode kunt u zich wenden tot: of .

Literatuur
- Developmental Movement for children, Veronica Sherborne.
- Een ontwikkelingspsychologische kijk op de bewegingsmethodiek volgens Sherborne, Gerrit Loots en Erika Malschaert.
- Eigen ontwikkelingsmateriaal, Els Hasselaar en Jacqueline van der Vijver.

Psycho Motorische Kindertherapie (P.M.T.)

Dit is een therapievorm waarin kinderen leren hun lichaam en zintuigen te ervaren en te gebruiken. Door het leren omgaan met je eigen lichaam wordt het zelfvertrouwen van kinderen vergroot en leren ze omgaan met angst- en stressreacties en hoe die te voorkomen zijn. De therapie wordt vaak één op één of hooguit met twee kinderen tegelijk gedaan. Er wordt een situatie geschapen waarin kinderen vertrouwd kunnen raken met hun lichaam en dat positief leren ervaren en beleven. Bijvoorbeeld door te leren dat je dingen in een bepaalde volgorde moet of kunt doen waardoor je greep houdt op wat er gebeurt, maar ook door aan te geven wat je wel en niet prettig vindt en hoe je daarmee om kunt gaan.

Men werkt meestal in nauwe samenwerking met (pleeg)ouders. Het probleem wordt in een startgesprek geïnventariseerd en er wordt een plan opgezet waarlangs de therapie zal gaan verlopen. In regelmatige evaluaties wordt gekeken of de therapie aanslaat en waar deze eventueel aangepast moet worden of gestopt. De hele therapie gaat uit van deze gedachte: wanneer je je thuis voelt in je eigen lichaam, werkt dat positief in op je geestelijk welbevinden en het vergroot je zelfvertrouwen en je vertrouwen in je medemens. Thema’s bij P.M.T. kunnen zijn: afstand en nabijheid, leiden en volgen, grenzen stellen en ervaren, maar ook agressie reguleren.

P.M.T. heeft ook onderdelen in zich die je onder andere terugziet bij Sherborne. P.M.T. is gericht op het beter beheersen van de motoriek en het leren verwerken van trauma’s die het gevolg zijn van lichamelijk geweld of verwaarlozing of onderstimulatie. Maar P.M.T. kan daarnaast worden toegepast bij andere problemen zoals aan autisme verwante- en contactstoornissen (PDD NOS) en het syndroom van Gilles de la Tourette. Uitgangspunt is jezelf leren accepteren en leren omgaan met je handicap, maar ook het uitbuiten van de mogelijkheden die er wel zijn. P.M.T. is met name geschikt voor jonge kinderen en kinderen die grote moeite hebben over hun problemen te praten.

Flip Woltering, maatschappelijk werker CvP Zeeland

Dagpleegzorg

Bij dagpleegzorg is een uithuisplaatsing niet nodig, want de thuisbasis is stevig genoeg. Toch is er iets extra’s nodig: een aanvullend opvoedmilieu zoals dat in vaktermen heet. Deze ondersteuning kan nodig zijn om verschillende redenen, zoals het verlichten van de draaglast bij ouders, maar ook om kinderen de kans te geven zich in een veilige gezinssituatie te ontwikkelen en ‘nieuwe dingen’ te leren. Kinderen gaan doorgaans drie of vier dagdelen per week naar het dagpleeggezin. Meestal na schooltijd tot en met het avondeten. Het dagpleeggezin wordt gezocht in de buurt van waar het kind woont, zodat het vervoer zo min mogelijk problemen oplevert. Soms worden ook heel jonge kinderen aangemeld bij dagpleegzorg, bijvoorbeeld voor vier ochtenden per week, omdat moeder een zware depressie heeft.

Het bijzondere aan dagpleegzorg is dat ouders en dagpleegouders veel met elkaar samenwerken. Vaak is er regelmatig contact door het halen en brengen. Des te belangrijker is het daarom dat de wederzijdse ‘klik’ er is. Deze samenwerking wordt begeleid door een maatschappelijk werker van het team dagpleegzorg, die er voor zorgt dat de afspraken goed lopen en die regelmatig afstemmingsgesprekken organiseert. Door het wederzijds uitwisselen van ervaringen kunnen ouders zich erkend voelen in de omgang met hun kind en krijgen ze net die ene handige tip aangereikt van de dagpleegouder, die het kind inmiddels goed heeft leren kennen.
Het komt ook voor dat dagpleegouders uit het netwerk van de ouders komen. De begeleiding van dagpleegzorg draagt er dan toe bij dat de afspraken en verantwoordelijkheden helder blijven. Ieder half jaar vindt er een kindbespreking plaats, waarbij ouders en dagpleegouders worden uitgenodigd. De maatschappelijk werker maakt een verslag, waarbij zowel de gang van zaken in het gezin als in het dagpleeggezin worden beschreven. Ook andere aspecten zoals school, medische bijzonderheden en eventuele andere hulpverlening worden hierin genoemd. Verder schuiven bij deze bespreking ook de plaatser van Bureau Jeugdzorg en de orthopedagoog van dagpleegzorg aan. De coördinator van dagpleegzorg leidt de bespreking. Tijdens de kindbespreking worden de behandeldoelen geëvalueerd en de afspraken voor het komende half jaar gemaakt.

Dagpleegzorg wordt ten onrechte gezien als een ‘lichte’ vorm van hulpverlening. Van dagpleegouders wordt veel gevraagd. Er altijd zijn voor je dagpleegkind is geen geringe opgave. Ook het samenwerken met ouders en hulpverleners kost veel tijd en energie. Tegelijkertijd is het ook geweldig om te zien dat het beter gaat met het kind en dat je daar met zijn allen via dagpleegzorg aan bijdraagt.

Cecile de Quay, orthopedagoog dagpleegzorg Z-Holland noord

VIB-Video Interactie Begeleiding

Meestal verloopt de ontwikkeling van een kind goed. Echter, eenderde van alle kinderen heeft te weinig basisvertrouwen, oftewel geen ‘veilige hechting’ ontwikkeld. Een of meer van de volgende problemen kunnen daarvan het gevolg zijn: overmatig huilen, driftbuien, contactproblemen, gespannen, alles in de gaten houden, jaloers, geen troost toestaan, claimen, leerproblemen, allemansvriendje, afwerend, slaapproblemen, verzet, puberteitsproblemen, moeilijk samen kunnen spelen, angsten, onrust, ruzies, concentratieproblemen. Video Interactie Begeleiding kan helpen deze problemen op te lossen.

Sommige kinderen hebben een moeizame start gehad en huilden bijvoorbeeld overmatig veel. Veel pleegkinderen hebben een ingewikkelde, vaak traumatische, voorgeschiedenis. De gevolgen van een slechte start kunnen lange tijd daarna nog voelbaar zijn. Pleegouders kunnen het gevoel hebben dat het contact met het pleegkind beter kan, of ze zien dat het pleegkind zich niet naar tevredenheid ontwikkelt. Wellicht is er allang sprake van ernstige problemen en was er niet de gepaste ondersteuning. Het herstel van dergelijke problemen vraagt meer dan het gewone van opvoeders. In feite vraagt het van hen specifieke deskundigheid. VIB biedt deze specifieke ondersteuning.

Als een kind eenmaal basisvertrouwen heeft, dan ontwikkelt het zich meestal op alle gebieden goed. In principe wordt bij VIB daarom gelijk gestart met het ontwikkelen van dat basisvertrouwen. Als de opvoeders de instructies goed oppakken, worden de gewenste doelen in de regel bereikt. Mogelijk kan daarna nog aanvullende therapie of onderzoek gewenst zijn.

VIB is, mits uitgevoerd door een VIB-er met hechtingsdeskundigheid, op dit moment de enige in Nederland bekende methode om in relatief korte tijd op een natuurlijke manier basisvertrouwen oftewel een veilige hechting te ontwikkelen. Een video-opname is bij uitstek geschikt om te ontdekken wat uw kind nodig heeft en hoe u als opvoeder daarop aan kunt sluiten. Met behulp van de video-opname wordt nagegaan wat de sterke kanten zijn van de pleegouders en hoe ze die kunnen gebruiken bij de hulp aan het pleegkind. Pleegouders krijgen instructies mee naar huis. In korte tijd worden veel vaardigheden opgedaan om met het specifieke probleem van het pleegkind om te gaan. Bij jongeren van twaalf jaar en ouder kan, afhankelijk van de situatie, de jongere zelf meer betrokken worden bij de hulpverlening.

Nelleke Polderman, orthopedagoog TGV/Adoptieteam Rotterdam en Laura Schaink, psycholoog VIB project Leiden

Literatuur:
- ‘Voor jou zeker…?! Over gehechtheid en basisvertrouwen door Hans van der Ham, Uitgeverij Bohn Stafleu, Houten, 2001. (Zie recensie op pagina 27, red) Meer informatie via www.aitnl.org

TGV niet snel wel degelijk

Therapeutische Gezins Verpleging (TGV) is voor de ‘moeilijkste’ pleegkinderen. De kinderen die het zonder extra hulp en inzet niet zullen redden in een pleeggezin, worden ervoor aangemeld. Door het TGV-team worden kind en pleeggezin zorgvuldig gematched. TGV is er voor die pleegouders die rond hun pleegkind willen samenwerken met een multidisciplinair team. Geen superouders, maar mensen die er naast het opvangen van een lastig (lees druk, chaotisch of teruggetrokken) kind in hun gezin, lol in hebben steeds weer na te denken met hun begeleider hoe het kind een stapje verder te helpen. Het gebeurt vaak dat kind en pleeggezin samen worden aangemeld omdat tijdens een plaatsing pleegouders en begeleiders zich realiseren dat de problematiek van het kind zwaarder is dan tevoren was ingeschat.

Therapeutische pleegzorg is de specialistische afdeling van pleegzorg. Het behandelteam bestaat uit maatschappelijk werker, gedragsdeskundige, kinderpsychiater, zo nodig een therapeut en pleegouders. Samen wordt gevolgd hoe het met het kind in het pleeggezin gaat, met aandacht voor alle leden van het pleeggezin. De maatschappelijk werker komt elke twee weken bij pleegouders op huisbezoek. Het gaat om behandeling van het kind in het pleeggezin. Als het nodig is voor het kind wordt er diagnostisch onderzoek gedaan. Extra hulp voor kind (denk aan spel-, motorische, of muziektherapie) en/of pleegouders (bijvoorbeeld VIB) kan worden ingezet. Elk half jaar wordt bekeken hoe ver de behandeling is en hoe verder te gaan. In principe duurt een TGV behandeling 3 jaar. Dan wordt de begeleiding overgedragen aan reguliere pleegzorg.

Emily Groenewegen-Gülcher, maatschappelijk werker TGV