artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2003

Hij blijft wie hij is: het kind van mijn broer!

een gesprek met Pepe's tante

Door: Siemen Spinder

We hebben een gesprek met tante Sylvia Rosa, de zus van zijn vader. Zij vertelt dat Pepe’s vader zich tijdens zijn ziekteperiode ernstig zorgen maakte over de toekomst van zijn kinderen. Hij had nooit gedacht dat hij eerder zou komen te overlijden dan zijn vrouw. Toen zijn einde naderde voorzag hij dat zij het ook niet lang meer maken zou, daarvoor waren haar gezondheids- en (alcohol)verslavingsproblemen te ernstig. Mevrouw Rosa: “Ik had mijn broer beloofd dat de kinderen goed terecht zouden komen. Dat was het laatste wat ik tegen hem zei.”

Wat herinnert u zich nog van die periode?

“Pepe moest door de omstandigheden thuis al heel vroeg voor zichzelf zorgen. Zijn moeder had een hoop problemen. Hij is ook geholpen door het gezin van een vriendje in de buurt. Daar ging hij bijvoorbeeld ontbijten. Op een gegeven moment ben ik met de zus van zijn moeder naar de huisarts gestapt en zo hebben we de Kinderbescherming ingeschakeld en gezegd dat die jongen niet thuis kon blijven. Hij was al veel bij mij, maar zonder dat zijn moeder het wist. Dan zou ze boos geweest zijn dat ik hem uit huis gehaald had. Ik zou er niet meer binnen mogen komen. Terwijl ik daar toch wel af en toe de boel in de gaten moest houden. Een zuster van zijn moeder heeft hem toen uit huis gehaald. Eerst voor zes weken. Dat is dus langer geworden, een maand of twee. Het weekend was hij bij mijn schoonzus. ’s Maandags werd hij bij mij gebracht. In verband met school at en sliep hij bij ons tot vrijdag. Dat is zo gebleven tot zijn moeder overleed, acht maanden na het overlijden van mijn broer .”

“Ons idee was: zo’n jong kind hoort in een jong gezin met ouders die nog van alles kunnen ondernemen. Dat zat er bij ons niet in. Mijn man liep tegen de VUT-leeftijd. We hebben dat ook aan hem uitgelegd.” Via via werd een pleeggezin gevonden. Die plaatsing liep echter al gauw spaak. “Het ligt niet aan jou”, zeiden ze tegen hem, “maar we durven het niet aan.” Hij schrok daarvan, hij was er kapot van. Toen heb ik gezegd: “Je hoeft niet bang te zijn. je gaat nooit naar een weeshuis of iets dergelijks, òf je gaat naar een pleeggezin òf je blijft gewoon bij mij.” Dat had ik ook nooit gedaan, hoor.”

“Via mijn broer kwamen we in contact met Mirjam en Edward. Toen hebben we ook de instanties ingeschakeld. We wilden er echt een beetje buiten blijven. We wilden het officieel doen. Zij zijn fantastische mensen. Een lot uit de loterij. We hebben het enorm getroffen. Ze zijn alledrie heel gelukkig met elkaar. Mirjam en Edward doen alles wat een jong gezin doet, op wintersport en zwemmen…, dat deden wij niet. Die jongen is helemaal opgebloeid. Hij praat nu wel over zijn ouders, maar in het begin niet. Toen was hij echt kwaad op ze, dat ze dood waren. Later ging dat wel over. Ik geef hem foto’s van hen mee van vroeger, met zijn moeder toen hij baby was. Hij plakt ze allemaal op. Hij heeft een leuke familie erbij gekregen. Het enige dat ik vreemd blijf vinden, is dat hij pappa en mamma tegen ze zegt. Toen hij dat de eerste keer zei…, dat doet wel even zeer. Wat zou mijn broer daarvan gevonden hebben? Maar goed, als hij het van boven kon zien dan zou hij blij zijn dat hij goed terecht gekomen is.”

Eerst was er nog sprake van voogdij, maar later is hij geadopteerd. Wat vindt u daarvan?

“Ik vind het prima. Ik heb er helemaal geen moeite mee. Hij blijft wie hij is: het kind van mijn broer. Daar kan geen naam iets aan veranderen. Zij wilden hem graag adopteren en hij wilde het. Ik heb daar nooit een probleem van gemaakt. We hebben nog steeds contact en dat gaat erg leuk. Ze gaan ook mee naar mijn moeder in het verzorgingstehuis. Ze gaan ook leuk met mijn kinderen om. Ze horen er ook helemaal bij. Ik ben blij dat er zulke mensen zijn die een jongetje van acht jaar met een moeilijke achtergrond in hun gezin willen opnemen. Ik neem mijn petje daarvoor af.”