Onze pleegdochter van ruim twee jaar oud heeft heel lang, sluik haar.
Speldjes en elastiekjes willen maar één ding en dat
is: eruit zakken. Ik ben een handige doe-het-zelver en besluit haar
haar op een mooie, handelbare lengte af te knippen. Voor de spiegel
gezeten, spelend met m’n speciale haarknipdoosje, geniet ze
van m’n knip- en kapactie.
Als we de week daarop bij moeder op bezoek gaan, is die minder blij:
"Ze moet lang haar hebben, tot op de billen", uit ze haar
wens. Mijn argumenten dat het zo lelijk om haar hoofd sliert, dat
er steeds snot in zit en dat ze huilt bij het borstelen, maken geen
indruk. Tamara’s haar moet dóórgroeien. Ik besluit
Tamara’s haar heel regelmatig te knippen, elke keer na een bezoek
aan moeder, zodat het niet opvalt dat er wat af is. En zo ontstaat
ons driewekelijks knipritueel. Het haar groeit niet meer en het lijkt
alsof er nooit wat af gaat.