artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2003

Internationale pleegzorgontmoetingen

IFCO 2003 in Argentinië

Door: Siemen Spinder en Irene Stam, redacteuren

Een paar honderd mensen staan rondom een podium in de grote hal van het stadhuis van La Plata, Argentinië. Vuurwerk spuit omhoog vanaf het podium en omlaag vanuit het plafond. Tientallen gekleurde ballonnen dwarrelen naar beneden. Muziek zwelt aan. Er klinkt een daverend applaus voor de groep in bonte kleuren geklede en geschminkte jonge mensen. Ze hebben zojuist uitgebeeld hoe de droom van een kind werkelijkheid werd.

Ze leefde alleen in een sprookjesachtige wereld, slechts vergezeld van twee bewakers. De droom zei haar dat er een andere wereld moest zijn, vol met kinderen die spelen en plezier hebben. Een plaats als een warm nest waarin kinderen zich geborgen voelen. Als die wereld blijkt te zijn vernietigd, weet zij met hulp van anderen de aangerichte schade te herstellen. Het lukt om met hulp van anderen opnieuw de vleugels te spreiden die nodig zijn om naar dat nest te vliegen. Muziek, dans en vreugde alom! En daarmee is de 13e internationale conferentie van de IFCO met als titel ‘Spreading the Wings of Foster Care’, geopend. De ceremoniële vlaggenparade die volgt, brengt 43 jongeren-met-vlag op het podium. Dat betekent dat even zovele landen op het congres vertegenwoordigd zijn.

Vlaggenstokken

Bep van Sloten gunt ons een kijkje achter de schermen en vertelt dat de vlaggen een week voor de opening nog niet compleet waren en dat de vlaggenstokken één dag tevoren nog geheel ontbraken. Niet alles ging van een leien dakje. Vele hindernissen moesten worden genomen, mede door de verslechterde economische omstandigheden in het land. Het gegeven dat men moest opereren vanuit een minikantoortje met sterk verouderde apparatuur maakte het er niet eenvoudiger op. Zelfs door het uitvallen van de verwarming (het is momenteel hartje winter) liet men zich niet uit het veld slaan. Met jas en handschoenen aan werkte men vrolijk en onvermoeibaar door.

Solidariteit

Tijdens de eerste dag werd al direct duidelijk dat het heel bijzonder is dat Argentinië het middelpunt is van kinderhulp. Meneer Alejandro Cussiánovich Villarás hoopt dat deze conferentie het startpunt is om problemen aan te pakken en op te lossen, zodat kinderen een goede toekomst tegemoet gaan. Het is belangrijk dat er een bepaalde tederheid komt om andere mensen (vooral kinderen) te helpen een toekomst op te bouwen. Dit is niet eenvoudig in een land waarin men nog aan het zoeken is naar nieuwe vormen van veiligheid. Vooral de solidariteit staat hoog in het vaandel. Als men hulp van elkaar wil, kan men een heel eind komen. Wat belangrijk is, is dat men elkaar in hun waarde laat, bij de geboorte zijn we allemaal anders, wat voor het ene ras geldt is vreemd voor het andere. Met verve vertelt hij dat de band tussen zee, licht en grond in Zuid-Amerikaanse landen vaak al bij de geboorte vast ligt. Hier moet je geen verandering in willen brengen. Dit land moet naar een nieuwe cultuur waarin kinderen rechten hebben, want één ding moet duidelijk zijn: kinderen maken ons ouders, leraren enzovoort. Het congres geeft Argentinië een hart om de komende jaren te werken aan de toekomst waarin iedereen de plaats krijgt die hem toebehoort. Een ding is duidelijk: de wil is aanwezig, nu nog de daad.

Armoede

Het blijkt niet eenvoudig om een goed beeld te krijgen van hoe pleegzorg in Argentinië en in andere Latijns-Amerikaanse landen functioneert. Nog al te vaak is armoede de reden die ten grondslag ligt aan het uithuis plaatsen van een kind. Er lijkt een conferentiebrede overeenstemming te heersen over de onwenselijkheid hiervan.
De Braziliaanse Erica Dantes bekritiseert het idee dat ‘foster care’ iets is wat nog niet of in een weinig ontwikkelde vorm in de Latijns-Amerikaanse landen bestaat. Er zou meer gekeken moeten worden naar reeds bestaande manieren waarop voor kinderen gezorgd wordt door anderen dan de eigen moeder of vader. Chili heeft in 1990 het UN Verdrag voor de Rechten van het Kind geratificeerd (vijf jaar eerder dan Nederland). Het ministerie voor minderjarigen heeft het verdrag als uitgangspunt genomen voor allerlei drastische hervormingen. Er is echter nog een lange weg te gaan.
Een vrouw uit Uruguay kan boeiend vertellen over haar werk met straatkinderen. Met heel veel geduld en intensief werken, worden kinderen, zonder verdere tussenkomst van bijvoorbeeld pleegzorg, weer in contact gebracht met het gezin van herkomst of andere familieleden.
Over het algemeen is er nog weinig directe financiële ondersteuning vanuit overheden. Bijna alle organisaties moeten het hebben van fondsen, geldinzamelingen en donaties.

Spectaculair

"Kan ik u helpen?" staat er in het Engels en Spaans schuin gedrukt op de gele hesjes van tientallen vrijwilligers. Er is er altijd wel één in de buurt om even te tolken of je de weg te wijzen naar een workshop. De behulpzaamheid en vriendelijkheid van deze mensen is overweldigend. Zo spectaculair als de conferentie begon, zo spectaculair eindigt hij. In enkele dagen tijd hebben de kinderen (van klein tot groot) die aan het jongerenprogramma deelnamen, het ‘Murga’-dansen onder de knie gekregen. Met aanstekelijke, expressieve bewegingen, begeleid door drums en zang, weten de jongeren de andere deelnemers aan te zetten tot klappen, joelen en meebewegen. Zo eindigt de conferentie in een ware Zuid-Amerikaanse carnavalssfeer

IFCO staat voor International Foster Care Organisation. Het is een organisatie die is voortgekomen uit de behoefte van pleegouders om zich te organiseren en elkaar te ontmoeten in internationaal verband. De organisatie bestaat 22 jaar. Pas onlangs is er als uitvloeisel van de IFCO conferentie 2001 in Nederland, een kantoor geopend ter ondersteuning van de werkzaamheden. Dit kantoor is gevestigd in (en wordt bekostigd door) de stad ’s-Gravenhage. Het enige staflid is Bep van Sloten. Mede vanwege haar ervaringen met de Nederlandse conferentie werd ze gevraagd om ondersteuning te bieden in Argentinië.