artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2003

thema: Grote pleeggezinnen

Portret van een groot pleeggezin

Door: Flip Woltering, redacteur

Paul en Abigail hebben vier eigen kinderen en negen pleegkinderen. Mogelijk is er een tiende op komst. Het is een club waar zij, net als van hun huis, enorm van genieten en uren over kunnen vertellen. Sinds kort hebben ze ook een grote lobbes van een hond.

Wat is de samenstelling van jullie gezin en wat zijn ieders activiteiten?

Abigail is fulltime manager van het huishouden. Een morgen per maand is ze actief voor een inzamelingspunt van kleding voor gebieden in het Oostblok en de Derde Wereld. Paul werkt, in deeltijd, als leraar op twee scholen. Hij is gestart op een V.M.B.O. school en heeft er nu een baan op een scholengemeenschap als leraar Frans. Na de zomer vervalt zijn baan bij het V.M.B.O. zodat er dan weer meer tijd komt voor het gezin en de studie. Zoon Dirk van 20 jaar woont samen met pleegzoon Jaap in een bij het huis horende woning. Ditzelfde geldt voor dochter Ingeborg en pleegdochter Jeanine van twintig. De beide huisjes zijn verbonden met het grote huis, maar hebben hun voordeur aan een andere straat. Het is de bedoeling dat de jongelui zo zelfstandig mogelijk hun huishouden draaien als voorbereiding op de zelfstandigheid. Jaap en Jeanine werken en de anderen studeren nog.

In huis wonen de dochters Adriana van achttien en Johanna van veertien en de andere zeven pleegkinderen. Twee jongens van dertien: Ronald en Dimitri. Verder wonen Yussuf van tien, Ellie en Hans van acht en vijf en Rosanne en Vivian van zeven en zes in het gezin. De zes jongsten volgen het basisonderwijs, Dimitri gaat naar het V.S.O.

Waarom zijn jullie pleegouder geworden?

Paul vertelt dat zijn vader al heel jong wees was en daar zijn leven lang sporen van heeft meegedragen. Voor Paul, daarmee geconfronteerd, betekende dat al vroeg de wens iets voor kinderen te betekenen. Toen hij Abigail leerde kennen is daarover gesproken. Maar eenmaal getrouwd kwamen er vier eigen kinderen en hadden ze de handen vol. Vanuit zijn toenmalige beroep als journalist bij een christelijke krant werd hij geconfronteerd met de spanningen die het huisvesten van asielzoekende kinderen in Huize Valentijn met zich meebracht. Alle christelijke partijen waren tegen. Hij heeft toen een vrij fel artikel geschreven dat hard aankwam en hij werd uitgenodigd voor een discussieavond, samen met de toenmalige directeur van dat tehuis. Aan het eind van de avond bleek de zaal om te zijn. Die avond hoorde hij ook dat er zo weinig pleeggezinnen waren en kreeg hij de vraag: "Is dat niks voor jou?". Via een korte zoektocht belandde hij bij pleegzorg en volgden ze samen een STAP cursus. In 1995 kwam de eerste crisisplaatsing. Het is allemaal een beetje uit de hand gelopen, want op zeker moment woonden drie tot vier pleegkinderen tegelijk in huis. En dat beviel eigenlijk prima.

In 1999 kreeg Paul een genereus aanbod waardoor hun droom: ‘een thuis te zijn voor veel kinderen’ mogelijk werd. Er kon een groter huis komen en ook tal van andere zaken werden met hulp vlot geregeld. Zo kon Paul zijn wens om er zoveel mogelijk te zijn voor de kinderen, waarmaken. Het gaat hem dan niet meer om een carrière maar om leven zoals hij dat graag wil en iets betekenen voor de zwaksten in de maatschappij.

Hoe reageert de omgeving en je familie op het pleegouderschap?

"Ons doel is kinderen te helpen om te bereiken wat voor hen nog haalbaar is. Daar willen we voor leven. We krijgen ook veel hulp en power uit de omgeving, soms materieel in de vorm van kleding, een voetbalspel, een kist groente of zomaar een paar blikken. We willen ook graag in een ander vrijstaand gebouwtje op het erf de mogelijkheid maken zelfstandig te wonen. De architect heeft het ontwerp en de hele papierwinkel voor ons verzorgd en wilde hiervoor niet betaald worden. Pauls ouders zijn af en toe de tel even kwijt. Met zijn allen op bezoek is niet haalbaar, maar beide grootouderstellen komen graag een paar dagen. Al is het wel wat druk… Moeilijk is soms dat een van de kinderen, als je teveel ruimte biedt, net een ongeleid projectiel is. Soms merk je jaloezie op het huis. Ook bewondering voor wat je doet, anderen verklaren ons voor gek. Men ziet het als opoffering. Terwijl het het mooiste is wat je kunt doen. Wat zeker niet vergeten mag worden is de hulp van ons nichtje Joke, die twee keer in de week bijspringt in het huishouden, want er gaat zoveel tijd inzitten om zes kinderen naar school te brengen, voogden en begeleiders en soms ook ouders te ontvangen en noem maar op."

Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

Paul en Abigail vertellen het met de begeleiding eigenlijk best goed getroffen te hebben. De contacten zijn prettig. Het allerbelangrijkst is dat je open en eerlijk tegen elkaar bent en open over de voorgeschiedenis van een kind. Dat is een keer misgelopen: "We hadden hem met die wetenschap ook wel een kans geboden, maar nu hadden we een enorm probleem terwijl men het wist. Het heeft toen flink gestormd."

Hoe zien de contacten met ouders en familie eruit?

Niet alle kinderen hebben frequent contact met hun ouders. De een ziet zijn moeder elke veertien dagen, de ander een maal per drie maanden. Dat geeft soms druk en is zeker de jongere kinderen niet makkelijk uit te leggen. Soms moet je remmen in contacten, soms ouders juist wat stimuleren. De contacten vinden deels bij ons, deels op het kantoor van de Stichting of bij de ouders thuis plaats. Voor ons heeft dit facet het voordeel dat je het leven van heel verschillende kanten leert zien.

Welke praktische problemen kom je tegen?

We zijn zeer bevoorrecht dat we dit mogen doen en een heel mooi huis ter beschikking hebben. Uiteraard zijn de kinderen dubbel geleend. Maar wij ervaren het als een voorrecht dit te mogen doen.

Hoe gaan de kinderen om met de pleegkinderen, draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt het dit moeilijker?

Pleegzorg draagt zeker bij aan hun ontwikkeling. Ze nemen het mee in hun toekomst en de oudsten begeleiden ieder een pleegkind bij de groei naar zelfstandigheid.

Zijn er momenten waarop u dacht: "Hier had ik nooit aan moeten beginnen?"

We zijn echt nog steeds razend enthousiast.

Beschrijf een ervaring die illustreert "daar doe ik het voor"

Onze pleegzoon, die als adoptiekind geen contact maakte, komt nu op zijn tijd om een knuffel. En het gekke is: hij is de meest ‘knuffelige’ van allemaal.