artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2003

thema: Grote pleeggezinnen

Wat vinden pleegzorgbegeleiders van grote pleeggezinnen?

Door: Emily Groenewegen, redacteur

Een e-mail interview met vijf pleegzorgwerkers van het ‘Grootpleeggezinnen project’ in de regio’s Haaglanden en Zuid-Holland-Noord.

Hoeveel kinderen zitten er gemiddeld in een groot pleeggezin?
Er wonen vier tot vijf pleegkinderen naast de eigen kinderen die sommige pleegouders ook hebben.

Aan welke eigenschappen moet een gezin volgens jou voldoen om als groot pleegadres te kunnen functioneren?
Naast de criteria die voor alle pleeggezinnen gelden, zijn er een aantal specifieke kenmerken en aandachtspunten:
• De leidende motivatie voor groot pleeggezinouders moet niet zijn: een groot gezin willen hebben, maar wel hulp aan kinderen willen geven en lol in kinderen hebben.
• Opvoedingservaring en ervaring in pleegzorg, liefst gekoppeld aan de leeftijden van de pleegkinderen.
• Pleegouders kunnen hun opvoedingsstijl aanpassen aan de specifieke behoefte van elk pleegkind.
• Pleegouders kunnen observeren, reflecteren en het gedrag bespreken van de (pleeg)kinderen en van henzelf met de pleegzorgwerker.
• Pleegouders zijn bereid veel mensen over de vloer te krijgen en frequent te overleggen. Ze kunnen accepteren dat begeleiders in hun keuken meekijken.
• Pleegouders zijn flexibel, hebben een groot incasseringsvermogen en veel energie. Ze zijn praktisch ingesteld en kunnen improviseren als de situatie er om vraagt.
• Pleegouders moeten ‘samen voor de klus gaan’, er samen over kunnen praten en één lijn trekken in de opvoeding.
• Eén van beide pleegouders dient steeds thuis te zijn.
• Een goed sociaal netwerk ter ondersteuning (even inspringen als je met het kind naar de dokter moet) en als uitlaatklep (mensen die begrijpen wat je bedoelt en niet meteen zeggen of denken "dan had je er maar niet aan moeten beginnen").
• Ze kunnen voor het pleegkind moeilijk te accepteren gedrag van ouders feitelijk en repectvol benoemen en ouders in hun waarde laten.
• Gezien de huidige vergoedingen moeten we helaas constateren dat groot pleeggezinouders enige financiële rek dienen te hebben om kosten voor te schieten of soms op te vangen.

Waarom passen sommige kinderen wel en anderen niet in zo’n groot gezin?
• Kinderen jonger dan vier jaar worden in gezinnen geplaatst met minder kinderen.
• Meerdere kinderen uit het gezin van herkomst worden bij elkaar geplaatst mits ze vanuit hun historie samen een band hebben en ze vanuit hun ontwikkeling positief op elkaar (kunnen) reageren.
• Kinderen die ‘verdunning’ nodig hebben, passen in een groot pleeggezin. Voor kinderen die vanuit hun geschiedenis het delen van aandacht moeilijk vinden, is een groot pleeggezin minder geschikt.

Wat zie jij als voordeel?
Voor de kinderen: Het kan voor pleegkinderen fijn zijn met andere pleegkinderen te wonen omdat ze dezelfde positie hebben. Onderling kunnen pleegkinderen elkaar steunen en van elkaar leren. Verder kan het fijn zijn om met meer te wonen, je valt minder op, je staat minder in de belangstelling.
Voor de begeleider: Met pleegouders samenwerken die veel ervaring hebben met pleegzorg. Het is organisatorisch handig om een aantal kinderen in één gezin te begeleiden in verband met reistijd en werkbelasting. Door de intensieve samenwerking leer je elkaar goed kennen. Groot pleeggezinouders doen zelf veel, weten snel de weg te vinden.

Wat maakt het lastig?
Voor de kinderen: Kinderen kunnen elkaar soms negatief beïnvloeden, elkaar opstoken bijvoorbeeld of niet meewerken aan een bezoekregeling. Ook kan een kind met moeilijk gedrag soms een ander kind meetrekken. Kinderen zien en horen veel van elkaar over hoe ouders met hen omgaan. Daar kunnen grote verschillen in zitten. De ene ouder brengt grote cadeaus mee, de ander niets. Ook kunnen de verschillende problemen van de kinderen botsen.
Voor de begeleider: Soms kunnen niet alle kinderen binnen de begeleidingstijd genoeg aan bod komen.

Zijn er specifieke problemen van grote pleeggezinnen?
• Er wordt soms veel van de eigen kinderen van pleegouders gevraagd. Soms komt het voor dat de eigen kinderen zorgtaken van hun ouders overnemen. Ze zien soms dat hun ouders het moeilijk hebben, dat is niet altijd positief.
• Allerlei praktische en financiële romslomp die pleegouders ook moeten regelen, komt erbij.
• Er is te weinig financiële ondersteuning: het is regelmatig schrijnend om te horen hoe grote pleeggezinnen met hun geld moeten redderen, terwijl ze zo’n goede plek bieden die veel voordeliger is dan een tehuis.
• Pleegouders hebben te maken met zeer diverse problematiek van pleegkinderen, soms ook erg zware problematiek.

Hoe ziet het project eruit?
Het was een project van de Centra voor Pleegzorg in Voorburg en Leiden voor in totaal vijf grote pleeggezinnen met elk vier tot vijf pleegkinderen. Nu die twee voorzieningen opgegaan zijn in Jeugdformaat en Horizon, is er veel onduidelijk over het project. Pleegouders en werkers weten niet waar zij aan toe zijn. Het is maar de vraag of het project in zijn huidige vorm kan blijven bestaan.

Wat maakt het project in begeleiding anders dan de begeleiding van een ‘normaal’ pleeggezin?
Het grootste verschil is dat je in de samenwerking met pleegouders soms met groepsdynamica bezig bent. Het is belangrijk om als werker daar ervaring en kennis over te hebben.