artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2003thema: Grote pleeggezinneninleidingDoor: redactieDe opvattingen binnen pleegzorg over grote pleeggezinnen zijn zeer divers. Het lijkt alsof je òf fervent voorstander bent òf faliekant tegen. In een aantal voorzieningen kunnen slechts onder strikte voorwaarden meer dan drie pleegkinderen in een gezin geplaatst worden. Een deel van die voorwaarden is overigens wettelijk vastgelegd in de Wet op de Jeugdhulpverlening. Er moet bijvoorbeeld een familieband zijn tussen de kinderen die al in het pleeggezin wonen en kinderen die bijgeplaatst worden. Pleegouders moeten niet financieel afhankelijk worden van de plaatsingen. Men moet het aankunnen en het mag niet ten nadele werken van de andere kinderen. Toch roepen ook deze standpunten vragen op. Waarom kun je wel in een gezin met zeven of acht eigen kinderen twee pleegkinderen plaatsen en in een gezin zonder eigen kinderen geen vier? Zijn er geen kinderen die veel beter in een groot pleeggezin passen, waar de aandacht toch meer verdeeld is? Kan deze vorm niet bij uitstek geschikt zijn voor die kinderen die als het ware tussen pleeggezin en internaatsgroep vallen? Die de nabijheid van een gewoon gemiddeld gezin niet kunnen hanteren en de kans lopen in een internaatsgroep kopje onder te gaan vanwege de vele wisselende diensten van soms zes man, vrouw groepsleiding. Zo’n groot pleeggezin mag dan wellicht op een internaatsgroep lijken, er is wel steeds dezelfde groepsleiding in dienst! Genoeg vragen om een thema te vullen dus. Het thema start met een artikel uit de Mobiel van december 1974. Dit themadeel werd voorbereid door Flip Woltering, Rick van de Locht en Emily Groenewegen. De tekeningen zijn van Judith Zijtregtop. |