artikel uit Mobiel 2, april/mei 2003

Portret van een pleeggezin ...

... voor verstandelijk gehandicapte kinderen

Door: Emily Groenewegen, redacteur

Jol en Henk zijn 30 jaar pleegouders. Ze hebben alle soorten pleegzorg in hun gezin had. 20 jaar geleden begonnen ze kinderen met het syndroom van Down in hun gezin op te nemen. Ze hebben er nu drie.

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?

Jol (56) is naast gepassioneerd pleegouder lerares Frans. Zij is getrouwd met Henk (72 jaar) die gepensioneerd pastor is. Hun zoon Gijs (29) en adoptiezoon Floris (25) wonen en werken buitenshuis. Twintig jaar geleden kwam eerst Vonneke (21), toen Frans (17) en tot slot Manuel (15). Vonneke en Frans gaan dagelijks per taxi naar het dagactiviteitencentrum en Manuel zit op een school voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen.

Waarom zijn jullie pleeggezin geworden?

"Toen we trouwden", vertelt Jol," wilde ik graag veel kinderen, maar niet allemaal van mezelf. Zo kwamen we bij de toenmalige Centrale voor Pleeggezinnen. Zij vonden dat we eerst zelf kinderen moesten krijgen. Vlak na de geboorte van onze Gijs is Angeliek van 6 jaar bij ons gekomen. Zij is 10 jaar gebleven. Ondertussen hebben wij Floris geadopteerd uit Indonesië. Door Henks werk (hij organiseerde cursussen voor hulpverleners in de geestelijk gehandicaptenzorg) hoorden we dat er ook voor die kinderen pleeggezinnen gezocht werden. Ik heb een zusje gehad met het Downsyndroom. Ik was gek op haar en daarom wilde ik proberen voor die kinderen pleegouder te worden."

Waar had je hulp bij nodig? Waar was je onzeker over?

"Het gevoel hulp nodig te hebben, heeft wel gespeeld bij Angeliek destijds. Dat was echt heel moeilijk, ook voor de andere kinderen. Zij was altijd boos op ons en leek niet bij ons te willen horen. Vaak was het huis vol ruzie. Jammer genoeg was er juist toen geen begeleiding om mee te overleggen. Dat is heel zwaar geweest. Angeliek is, toen ze 16 was, bij ons weggelopen. Zij is toen begeleid op kamers gaan wonen en dat is een goede oplossing voor haar gebleken. Gelukkig hebben we nu weer contact met haar en haar dochtertje."

Hoe ziet de begeleiding van je gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

"De laatste jaren hebben wij een vaste gezinsbegeleidster van de William Schrikker Stichting. Zij komt eens per twee maanden. Dat is genoeg. Bij de jeugdbeschermers was er altijd veel verloop. Wat echt nodig was, werken aan het contact van Manuel en zijn moeder, is daardoor nooit van de grond gekomen.
Veel steun hebben we van het logeerhuis. Manuel gaat daar 1 midweek per maand heen ter verlichting van ons (en tot zijn plezier!). Vonneke gaat één weekend per maand om te leren wat losser van ons te komen."

Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?

"Over het algemeen wel van "wat halen jullie aan?". De meeste mensen vonden dat we fors overdreven, vooral toen Manuel er ook bij kwam. Anderzijds hebben sommige mensen ook een soort heiligenverering voor ons, waar ik niets mee kan."

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

"Vonneke is bij ons gebracht toen ze baby was. In de eerste tijd kwamen haar ouders heel frequent, nu om de drie weken. Ze konden haar niet opvoeden, maar wilden haar wel zien opgroeien. Sinds twee jaar realiseert Vonneke zich dat ze twee moeders heeft en dat vindt ze prima. Met de ouders van Frans is geen contact. Manuel ziet zijn vader en broer iedere maand. Het contact met zijn moeder is een jaar of twee geleden stuk gelopen."

Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing van de kinderen?

"Wij kunnen nooit zomaar weg, moeten altijd oppas regelen. Ons gezin blijft achter in de groei vergeleken met gezinnen met kinderen van dezelfde leeftijd, maar we genieten dan ook wel lang van de ontwikkelingen van de kinderen. En we hebben een geweldige oppas die ons gezin al 30 jaar helpt draaien."

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen? Draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?

"Gijs heeft jarenlang met eindeloos geduld dingen geleerd aan Vonneke. Toen zij in de puberteit kwam, accepteerde ze dat niet meer van hem. Dat heeft hij moeilijk gevonden. Met Frans heeft hij een bijzonder goede band. Floris is altijd wat afstandelijker gebleven, maar hij gaat ook voor ze door het vuur als het nodig is. Vonneke en Frans beschouwen ze als hun broer en zus. Manuel kwam hier binnen als logé en is dat voor ons gevoel gebleven, doordat lang leek dat hij weer weg zou gaan en ook wel door zijn moeilijke gedrag.
Gijs en Floris zullen, denk ik, zelf niet zo gauw pleegouder worden, wel wordt Gijs curator van Frans. Dat heeft hij jaren geleden al besloten."

Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit aan moeten beginnen?’

"Bij Vonneke en Frans heb ik dat nooit gehad. Bij Manuel wel regelmatig. Hij is erg bewerkelijk en lijkt in veel dingen op Angeliek. Ik merk ook aan de grote zonen dat ze moeite hebben met zijn gedrag en de onrust die hij vaak veroorzaakt."

Beschrijf een ervaring die illustreert: ‘daar doe ik het voor’.

"Als we met zijn vieren op de speciaal voor ons gemaakte fiets met aanhanger zitten en luid galmend door de stad fietsen. Als ze allemaal meetrappen gaan we fantastisch snel!"