artikel uit Mobiel 2, april/mei 2003

thema: Pleegzorg voor gehandicapte kinderen

Als je gehandicapte pleegkind 18 jaar wordt

Door: José van Ek, redacteur

In Nederland is iedereen die 18 jaar wordt volgens de wet meerderjarig. Het ouderlijk gezag of de (gezins)voogdij vervalt. Volgens de wet kunnen meerderjarigen zelfstandig beslissen en rechtshandelingen verrichten. Voor gehandicapte pleegkinderen is dit niet vanzelfsprekend. Zij kunnen letterlijk of figuurlijk (nog) niet op eigen benen staan.

Als voortzetting van pleegzorg door alle betrokkenen wenselijk wordt geacht, kan de William Schrikker Stichting (W.S.S.) de pleeggezinbegeleiding verlengen. Ieder half jaar moet de indicatie ‘pleegzorg’ opnieuw gesteld worden. Pleegzorg kan voortgezet worden tot het 23e levensjaar van het kind. Als de plaatsing doorloopt, houdt het pleeggezin zijn pleeggezinbegeleider en de pleegzorgvergoeding. Dit gaat dan niet meer automatisch, maar er moet dan elke maand een declaratie ingediend worden. Uit de eigen inkomsten van het pleegkind, bijvoorbeeld de A.A.W.-uitkering, moet het kind een bijdrage betalen aan de kosten voor de jeugdhulpverlening.

Het pleegkind kan ook bij de pleegouders blijven wonen zonder voortzetting van begeleiding en vergoeding. Het kind kan dan uit zijn eigen inkomen kostgeld betalen. De meest voorkomende inkomstenbron voor gehandicapte pleegkinderen is een A.A.W.-uitkering, eventueel aangevuld met een tegemoetkoming in de studiekosten VO 18+.

Wanneer een pleegkind door zijn handicap voor meer dan 25% arbeidsongeschikt is, kan er voor hem een A.A.W.-uitkering worden aangevraagd. De hoogte van de uitkering hangt af van de leeftijd en de mate van arbeidsongeschiktheid. Hieraan gaat een medische keuring vooraf. Mocht het pleegkind onvoldoende inkomsten verwerven uit loon, A.A.W. of tegemoetkoming in de studiekosten, dan kan het kind een beroep doen op de Algemene Bijstandswet bij de Sociale Dienst van zijn gemeente.

Mochten er problemen te verwachten zijn rond het beheer van de eigen rekening van het kind dan moet er een beschermende maatregel worden aangevraagd. Feitelijk worden beschermende maatregelen alleen getroffen bij verstandelijk gehandicapten of bij mensen met een psychiatrisch beeld. Er bestaan drie vormen van beschermende maatregelen:

- curatele
- bewindvoering
- mentorschap

In overleg met het kind, de pleegouders, de ouders en/of de (gezins)voogd wordt bekeken of een beschermende maatregel nodig is. Een beschermende maatregel moet bij de rechter aangevraagd worden. Het is raadzaam tijdig te bespreken welke maatregel nodig is.