In Nederland is iedereen die 18 jaar wordt volgens de wet meerderjarig.
Het ouderlijk gezag of de (gezins)voogdij vervalt. Volgens de wet
kunnen meerderjarigen zelfstandig beslissen en rechtshandelingen verrichten.
Voor gehandicapte pleegkinderen is dit niet vanzelfsprekend. Zij kunnen
letterlijk of figuurlijk (nog) niet op eigen benen staan.
Als voortzetting van pleegzorg door alle betrokkenen wenselijk wordt
geacht, kan de William Schrikker Stichting (W.S.S.) de pleeggezinbegeleiding
verlengen. Ieder half jaar moet de indicatie ‘pleegzorg’
opnieuw gesteld worden. Pleegzorg kan voortgezet worden tot het 23e
levensjaar van het kind. Als de plaatsing doorloopt, houdt het pleeggezin
zijn pleeggezinbegeleider en de pleegzorgvergoeding. Dit gaat dan
niet meer automatisch, maar er moet dan elke maand een declaratie
ingediend worden. Uit de eigen inkomsten van het pleegkind, bijvoorbeeld
de A.A.W.-uitkering, moet het kind een bijdrage betalen aan de kosten
voor de jeugdhulpverlening.
Het pleegkind kan ook bij de pleegouders blijven wonen zonder voortzetting
van begeleiding en vergoeding. Het kind kan dan uit zijn eigen inkomen
kostgeld betalen. De meest voorkomende inkomstenbron voor gehandicapte
pleegkinderen is een A.A.W.-uitkering, eventueel aangevuld met een
tegemoetkoming in de studiekosten VO 18+.
Wanneer een pleegkind door zijn handicap voor meer dan 25% arbeidsongeschikt
is, kan er voor hem een A.A.W.-uitkering worden aangevraagd. De hoogte
van de uitkering hangt af van de leeftijd en de mate van arbeidsongeschiktheid.
Hieraan gaat een medische keuring vooraf. Mocht het pleegkind onvoldoende
inkomsten verwerven uit loon, A.A.W. of tegemoetkoming in de studiekosten,
dan kan het kind een beroep doen op de Algemene Bijstandswet bij de
Sociale Dienst van zijn gemeente.
Mochten er problemen te verwachten zijn rond het beheer van de eigen
rekening van het kind dan moet er een beschermende maatregel worden
aangevraagd. Feitelijk worden beschermende maatregelen alleen getroffen
bij verstandelijk gehandicapten of bij mensen met een psychiatrisch
beeld. Er bestaan drie vormen van beschermende maatregelen:
- curatele
- bewindvoering
- mentorschap
In overleg met het kind, de pleegouders, de ouders en/of de (gezins)voogd
wordt bekeken of een beschermende maatregel nodig is. Een beschermende
maatregel moet bij de rechter aangevraagd worden. Het is raadzaam
tijdig te bespreken welke maatregel nodig is.