In de jeugdzorg is het aandeel van allochtone cliënten de laatste
decennia zichtbaar toegenomen; zo ook in de gehandicaptenzorg. Welke
beelden en opvattingen hebben mensen vanuit hun land van herkomst
meegebracht? Ook voor de pleegzorg is dit een vraag die er toe doet.
Een goed contact met de ouders van een uithuis geplaatst kind is
voor alle betrokkenen bij de pleegzorg van groot belang. Om dat te
realiseren zullen ouders zich gerespecteerd en begrepen moeten voelen.
Het heeft weinig zin om ouders te benaderen vanuit het idee dat er
een algemene Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of islamitische visie
op gehandicapten bestaat. Ga maar na: wat is ‘de’ Nederlandse
visie op gehandicapten? Er zijn wel beleidsvisies van de overheid
en instellingen op dit gebied. Daarin wordt verwoord dat een gehandicapte
op de eerste plaats benaderd moet worden als burger. Als lid van de
samenleving die net als iedereen bepaalde rechten en keuzemogelijkheden
heeft. Iemand die respect mag verwachten en controle heeft over het
eigen bestaan. Hierin worden bepaalde normen en waarden die leven
binnen de Nederlandse samenleving tot uitdrukking gebracht met betrekking
tot gehandicapten. Daar is een ontwikkeling aan vooraf gegaan. Nog
slechts enkele tientallen jaren geleden overheerste bijvoorbeeld een
sterk medisch gekleurde kijk.
Zielig
Een visieverandering heeft doorgaans ook een uitwerking in de wetgeving,
in de werkwijze van hulpverleningsinstellingen en in de individuele
hulpvragen van de gehandicapte zelf of de ouders. Het betekent echter
niet dat onmiddellijk iedereen op dezelfde manier, vanuit die nieuwe
visie tegen gehandicapten aankijkt en hen overeenkomstig bejegent.
We kennen allemaal de ervaringen van gehandicapten zelf. Nog dikwijls
worden zij eerder als zielig of onmondig gezien dan als ‘burger’.
Mensen die vanuit hulp- en dienstverleningsinstellingen met gehandicapten
werken, hebben voortdurend te maken met een variëteit aan beelden,
opvattingen en vooroordelen. Het vraagt van hen die daarbij betrokken
zijn, een open houding om die ideeën te onderzoeken. Extra boeiend
wordt het als het gaat om bijvoorbeeld Turkse of Marokkaanse gezinnen
met een gehandicapt kind. Meestal speelt dan de islamitische levensbeschouwing
een belangrijke rol. De wil van Allah staat daarin centraal.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit wat een moeder van een gehandicapt kind
zegt, die veel leest over religie en ook de koran kent. Daar heeft
ze veel steun aan, zo vertelt zij en ze heeft gelezen dat Allah in
het bijzonder houdt van mensen met een handicap. "Zij zijn een
geschenk van God en zullen na dit leven het paradijs binnen gaan."
Een ouderpaar dat aan een gesprek over alternatieve genezers deelneemt,
zegt bijvoorbeeld: "Eigenlijk is het voor moslims verboden om
gebruik te maken van dit soort genezers. In de koran staat dat dit
niet mag. Alle genezing komt namelijk van Allah en mensen kunnen daar
geen invloed op uitoefenen." Zulke uitspraken vormen interessante
opstapjes naar hoe ouders vervolgens tegen hun eigen gehandicapte
kind aankijken. Een paar kapstokken om het gesprek - eventueel
met steun van pleegzorgwerker of gezinsvoogd - op gang te helpen,
kunnen de volgende vragen zijn:
• Denken de ouders dat de handicap van hun kind te genezen
is? Wat denken zij dat de oorzaak is?
• Welke artsen of genezers hebben de ouders tot nu toe geraadpleegd
(ook bijvoorbeeld in het land van herkomst.)
• Welke raad hebben ouders gekregen van familieleden? Welke
waarde hechten zij daaraan?
• Hebben de ouders steun aan hun geloof bij het verwerken
van hun verdriet over de handicap van hun kind?
• Wat hebben ouders als moeilijk ervaren bij de opvoeding
van hun gehandicapte kind?
• Welke raad willen zij meegeven aan de pleegouders?
• Hoe zien ouders de toekomst? Wat denken zij dat hun kind
nog kan leren? Welke ontwikkelingsmogelijkheden zouden in hun ogen
nog mogelijk zijn?
Oprechte geïnteresseerdheid vanuit de pleegouders kan de afstand
tot de ouders verkleinen en op die manier bijdragen aan acceptatie
van de plaatsing. l
Voor dit artikel is gebuik gemaakt van ‘Verstandelijk
gehandicapte kinderen in Marokkaanse en Turkse gezinnen’ van
Lotty Eldering e.a. (1999).