artikel uit Mobiel 2, april/mei 2003

thema: Pleegzorg voor gehandicapte kinderen

Handicaps en de multi-culturele samenleving

Door: Siemen Spinder, redacteur

In de jeugdzorg is het aandeel van allochtone cliënten de laatste decennia zichtbaar toegenomen; zo ook in de gehandicaptenzorg. Welke beelden en opvattingen hebben mensen vanuit hun land van herkomst meegebracht? Ook voor de pleegzorg is dit een vraag die er toe doet.

Een goed contact met de ouders van een uithuis geplaatst kind is voor alle betrokkenen bij de pleegzorg van groot belang. Om dat te realiseren zullen ouders zich gerespecteerd en begrepen moeten voelen. Het heeft weinig zin om ouders te benaderen vanuit het idee dat er een algemene Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of islamitische visie op gehandicapten bestaat. Ga maar na: wat is ‘de’ Nederlandse visie op gehandicapten? Er zijn wel beleidsvisies van de overheid en instellingen op dit gebied. Daarin wordt verwoord dat een gehandicapte op de eerste plaats benaderd moet worden als burger. Als lid van de samenleving die net als iedereen bepaalde rechten en keuzemogelijkheden heeft. Iemand die respect mag verwachten en controle heeft over het eigen bestaan. Hierin worden bepaalde normen en waarden die leven binnen de Nederlandse samenleving tot uitdrukking gebracht met betrekking tot gehandicapten. Daar is een ontwikkeling aan vooraf gegaan. Nog slechts enkele tientallen jaren geleden overheerste bijvoorbeeld een sterk medisch gekleurde kijk.

Zielig

Een visieverandering heeft doorgaans ook een uitwerking in de wetgeving, in de werkwijze van hulpverleningsinstellingen en in de individuele hulpvragen van de gehandicapte zelf of de ouders. Het betekent echter niet dat onmiddellijk iedereen op dezelfde manier, vanuit die nieuwe visie tegen gehandicapten aankijkt en hen overeenkomstig bejegent. We kennen allemaal de ervaringen van gehandicapten zelf. Nog dikwijls worden zij eerder als zielig of onmondig gezien dan als ‘burger’. Mensen die vanuit hulp- en dienstverleningsinstellingen met gehandicapten werken, hebben voortdurend te maken met een variëteit aan beelden, opvattingen en vooroordelen. Het vraagt van hen die daarbij betrokken zijn, een open houding om die ideeën te onderzoeken. Extra boeiend wordt het als het gaat om bijvoorbeeld Turkse of Marokkaanse gezinnen met een gehandicapt kind. Meestal speelt dan de islamitische levensbeschouwing een belangrijke rol. De wil van Allah staat daarin centraal.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit wat een moeder van een gehandicapt kind zegt, die veel leest over religie en ook de koran kent. Daar heeft ze veel steun aan, zo vertelt zij en ze heeft gelezen dat Allah in het bijzonder houdt van mensen met een handicap. "Zij zijn een geschenk van God en zullen na dit leven het paradijs binnen gaan." Een ouderpaar dat aan een gesprek over alternatieve genezers deelneemt, zegt bijvoorbeeld: "Eigenlijk is het voor moslims verboden om gebruik te maken van dit soort genezers. In de koran staat dat dit niet mag. Alle genezing komt namelijk van Allah en mensen kunnen daar geen invloed op uitoefenen." Zulke uitspraken vormen interessante opstapjes naar hoe ouders vervolgens tegen hun eigen gehandicapte kind aankijken. Een paar kapstokken om het gesprek - eventueel met steun van pleegzorgwerker of gezinsvoogd - op gang te helpen, kunnen de volgende vragen zijn:

• Denken de ouders dat de handicap van hun kind te genezen is? Wat denken zij dat de oorzaak is?
• Welke artsen of genezers hebben de ouders tot nu toe geraadpleegd (ook bijvoorbeeld in het land van herkomst.)
• Welke raad hebben ouders gekregen van familieleden? Welke waarde hechten zij daaraan?
• Hebben de ouders steun aan hun geloof bij het verwerken van hun verdriet over de handicap van hun kind?
• Wat hebben ouders als moeilijk ervaren bij de opvoeding van hun gehandicapte kind?
• Welke raad willen zij meegeven aan de pleegouders?
• Hoe zien ouders de toekomst? Wat denken zij dat hun kind nog kan leren? Welke ontwikkelingsmogelijkheden zouden in hun ogen nog mogelijk zijn?

Oprechte geïnteresseerdheid vanuit de pleegouders kan de afstand tot de ouders verkleinen en op die manier bijdragen aan acceptatie van de plaatsing. l

Voor dit artikel is gebuik gemaakt van ‘Verstandelijk gehandicapte kinderen in Marokkaanse en Turkse gezinnen’ van Lotty Eldering e.a. (1999).