artikel uit Mobiel 2, april/mei 2003

thema: Pleegzorg voor gehandicapte kinderen

Netwerkpleegzorg voor speciale kinderen

Door: Saar-Ine van Fulpen, staffunctionaris van VvP W.S.S.

Zoals u heeft kunnen lezen in het themanummer van Mobiel van juni/juli 2002 heeft netwerkpleegzorg veel voordelen, maar vereist het tot stand brengen en het begeleiden van netwerkpleeggezinnen een wat andere kijk op pleegzorg. Het was en is een actueel onderwerp, ook binnen de pleegzorg van de William Schrikker Stichting.

De W.S.S. biedt hulpverlening aan gehandicapte kinderen of kinderen van een ouder met een handicap.

De visie: gezinsopvoeding, tenzij… ook voor een gehandicapt kind, leek al een goede eerste stap naar die ‘andere kijk’ en de opdracht van de overheid om vooral eerst letterlijk of figuurlijk ‘dicht bij huis’ te zoeken naar opvangmogelijkheden, leek daar naadloos op aan te sluiten.

De voordelen van netwerkplaatsing voor met name verstandelijk of zintuiglijk gehandicapte kinderen liggen voor de hand: de pleegouders kennen het kind en accepteren zijn verleden en culturele achtergrond èn zijn beperkingen. Zij kiezen ervoor om juist voor hem te zorgen. Dikwijls kennen zij het ‘recept’ al om met dit bijzondere kind om te gaan. Voor een kind dat door zijn verstandelijke handicap nieuwe informatie moeilijk of langzaam verwerkt of voor een blind of doof kind, heeft het heel veel voordelen als de omgeving, de mensen en de regels waarmee hij te maken krijgt, bekend en vertrouwd zijn.

Ook is het voor het (gehandicapte) kind en zijn (gehandicapte) ouder prettig als zij goed en regelmatig contact met elkaar kunnen houden in een omgeving die zij kennen en die de ouders accepteren als verblijfplaats voor hun kind.

Maar er kleven ook nadelen aan. Het gemak waarmee sommige netwerkpleegouders de beperkingen van het kind accepteren kan als nadeel hebben dat zij hem te weinig in zijn ontwikkeling stimuleren en ongewenst gedrag niet corrigeren. Dat kan de begeleiding bemoeilijken: de pleeggezinbegeleider die dat ter sprake brengt, wordt dan al gauw beschouwd als een pottenkijker die zoveel mogelijk buiten de deur gehouden moet worden.

Er is veel minder kans op loyaliteitsconflicten voor het kind als de netwerkplaatsing in goed overleg binnen het netwerk en met de eigen ouders tot stand komt. Maar de kans op loyaliteitsconflicten wordt juist groter als er spanningen of problemen in het netwerk zijn.

En die spanningen liggen voortdurend op de loer. Meestal betreft het een gedwongen uithuisplaatsing vanwege onmacht van ouders om goed genoeg voor hun kind, waar ze wel zielsveel van houden, te zorgen. Voor verstandelijk gehandicapte ouders is dit dikwijls een herhaling van onbegrepen falen en tekortschieten ten opzichte van normaal begaafde familieleden. De pleegouders dragen ook de last van die geschiedenis. Zij hebben dikwijls een ambivalente relatie met een ouder van het kind, die binnen het netwerk vaak het onderwerp was van zorg, bescherming en loyaliteit, maar ook van gevoelens van schuld en schaamte.

Dit zijn enige voorbeelden van specifieke problemen die zich kunnen voordoen bij netwerkpleegzorg voor ‘Schrikkerkinderen’, die leiden tot de conclusie dat ook deze pleegzorgvorm specifieke deskundigheid vereist. En dat heeft weer geleid tot het opzetten en aanbieden van cursussen netwerkpleegzorg aan gezinsonderzoekers, jeugdbeschermers en pleeggezinbegeleiders van de W.S.S.