Had zijn voorganger nog de wat meer spannende naam van Trillium,
nu moeten we het doen met het sobere Pleegzorg 2, een naam die mogelijk
beter past in deze tijd. Pleegzorg 2 zal een verdere impuls geven
aan wat Trillium in werking heeft gezet (het is nu een half jaar actief).
De doelstelling van Pleegzorg 2 is de randvoorwaarden verwezenlijken
voor de pleegzorg wanneer de Wet op de Jeugdzorg op 1 januari 2004
ingevoerd gaat worden. Een tweede doelstelling is de verworvenheden
van Trillium door te pakken en in praktijk te brengen. Mobiel neemt
de plannen door.
Trillium, dat eind 2001 afgerond werd, heeft een aantal zaken in
gang gezet die in Pleegzorg 2 verder worden uitgewerkt. Pleegzorg
2 kent verschillende thema’s. We volgen aan de hand van deze
thema’s het werkplan dat is samengesteld door een speciale projectmedewerkster
van de MO-groep, Jeanette van den Born.
‘Terug naar huis’
Deze hulpverleningsvariant is vooral gericht op het gezin van oorsprong
en tracht de eenheid weer tot stand te brengen die er ooit was. Er
is bijvoorbeeld een experiment ‘terug naar huis’ gestart,
met de bedoeling dat pleegkinderen weer bij de eigen ouders gaan wonen.
In de nieuwe wet wordt dit programma ‘terug naar huis’
een hulpverleningsvariant genoemd. Maar omdat veel voorzieningen deze
term ‘hulpverleningsvariant’ in een of andere vorm te
pas en te onpas gebruiken, is het wel zaak dit op een duidelijke manier
over te brengen naar de praktijk. Daarvoor is een landelijke ontwikkelgroep
gestart vanuit de IFCO en Trillium om een methodiekbeschrijving te
maken en ook een studiedag te plannen in de tweede helft van 2003.
Dat hieraan behoefte bestaat, staat buiten kijf. Vooral omdat ‘terug
naar huis’ van veel ouders een grote inzet zal vragen en van
pleegouders behoorlijk wat inlevingsvermogen verlangt en soms zelfs
op onbegrip zal stuiten.
Opvoedingsvariant
De term opvoedingsvariant komt in de plaats van opvoedingsarrangement.
De drang om veel termen om te zetten kan ik me bij deze benaming wel
voorstellen. In tegenstelling tot de hulpverleningsvariant is hierbij
herstel van de eigen gezinssituatie niet mogelijk en zal er een alternatief
gevonden moeten worden waarin weliswaar een plaats wordt ingeruimd
voor de ouder(s), maar waarbij in ieder geval een constante opvoedingssituatie
gegarandeerd is in het belang van het kind. Dit is een pleegzorgvorm
die allerlei uitingsvormen in zich zal hebben. Er zullen kinderen
zijn die veel zorg vragen en daarnaast zullen er ook pleegkinderen
zijn die naadloos in een gezinssysteem passen.
Er kan sprake zijn van co-ouderschap of slechts van een beperkte bezoekregeling
en daartussenin is van alles mogelijk, zolang er maar wordt uitgegaan
van de behoeftes van het kind. Voor al deze situaties moet duidelijk
zijn hoe de hulpverleningsvorm er uit dient te zien. Belangrijk streven
hierbij is dat het voortbestaan van een opvoedkundig verantwoorde
situatie zeker wordt gesteld. Zekerheid en duidelijkheid voor het
pleegkind en zijn pleegouders over de opvoedingssituatie is een zaak
die zowel ouders als kinderen sterk zal aanspreken, pleegouders zullen
dan ook betrokken worden bij de methodiekbeschrijving van deze pleegzorgvorm.
Deeltijdpleegzorg
Omdat het er naar uitziet dat veel kinderen en jongeren aanspraak
maken op deze wijze van pleegzorg tijdens weekenden en vakantie, zijn
enige tijd geleden al voorstellen gedaan om te inventariseren welke
vormen van aanvullende pleegzorg er al zijn en waaraan in de nabije
toekomst behoefte is. Ik ga er nu voor het gemak maar vanuit dat aanvullende
pleegzorg hetzelfde is als deeltijdpleegzorg. Bij diverse pleegzorgvoorzieningen
zijn werkgroepen aan de gang gegaan met de ideeën voor aanvullende
pleegzorg. Het gaat dan om hulp aan kinderen en jongeren die nog thuis
wonen of in een tehuis en behoefte hebben aan iemand die met ze naar
de bioscoop gaat of meehelpt met huiswerk of de ouders ondersteunt.
Binnen Pleegzorg 2 zal extra aandacht worden besteed aan onderzoek
hiernaar.
Netwerkpleegzorg
In de Wet op de Jeugdzorg heeft men de zogenaamde ‘vermaatschappelijking’
van de jeugdzorg als speerpunt gekozen en netwerkpleegzorg sluit hierbij
aan. De plaatsing van een kind binnen de familie- of vriendenkring
kan veel voordelen hebben. Al was het alleen maar dat de bekendheid
met het kind en zijn problematiek een ondersteuning kan betekenen
in de hulpverlening en in het uitzetten van een toekomstplan. Belangrijk
middel hierin kan zijn een familieberaad waarnaar nu studie wordt
gedaan.
Ouderbegeleiding
Met het deelproject ‘Begeleiding van biologische ouders’
moeten antwoorden komen op vragen als: ‘Wat is de rol van pleegzorg
hierin?’ en ‘Wat betekent die hulpverlening voor pleegkinderen
en pleegouders?’. Zoals eerder beschreven bij de projecten ‘terug
naar huis’ en het familieberaad komt de positie van de ouders
de laatste tijd als aandachtspunt meer op de voorgrond. Dit zal zowel
voor de ouders als voor de pleegouders veel consequenties hebben op
het gebied van verantwoordelijkheden, rechten en noem maar op.
Duidelijkere positie
Het ziet ernaar uit dat in de nabije toekomst veel gaat veranderen
voor pleegkinderen, voor pleegouders en voor de eigen ouders en zodoende
ook voor de pleegzorgwerkers. Dat zal van iedereen veel inzet vragen.
Het werkplan doorlezend, denk ik dat er een pleegzorg uit de bus rolt,
die meer gericht is op de hulpvraag van alle deelnemers. Pleegouders
en pleegkinderen zullen meer duidelijkheid krijgen over hun positie
en meer hulp op maat. Ouders, een belangrijke groep binnen pleegzorg,
ook al zijn zij niet zo direct meer betrokken bij de dagelijkse (soms
problematische) opvoedingssituatie, zullen zich meer gehoord weten
en meer invloed hebben (zo zij dit wensen) op de toekomstige ontwikkeling
van hun zoon of dochter.
Het werkplan Pleegzorg 2 heeft het over modules, methodiekontwikkelingen,
implementatie, modularisering en flexibilisering, kwaliteitskringen
en nog veel meer, maar biedt ook een raam naar de toekomst: hoe gaat
de pleegzorg er de komende tijd uitzien, wat verschuift er allemaal,
wat zijn de verantwoordelijkheden van alle deelnemers.
Het is belangrijk dat pleegouders, ouders en hun (pleeg)kinderen dit
nauw blijven volgen en hierin participeren! l
Met dank aan Jeanette van den Born (MO-groep)
Het complete werkplan is op te vragen bij Jeanette van den Born: