artikel uit Mobiel 2, april/mei 2003

Van Trillium naar Pleegzorg 2

Welke weg je ook neemt, het begin is altijd hetzelfde - Eva Gerlach

Door: Ben Wagner, redacteur

Had zijn voorganger nog de wat meer spannende naam van Trillium, nu moeten we het doen met het sobere Pleegzorg 2, een naam die mogelijk beter past in deze tijd. Pleegzorg 2 zal een verdere impuls geven aan wat Trillium in werking heeft gezet (het is nu een half jaar actief). De doelstelling van Pleegzorg 2 is de randvoorwaarden verwezenlijken voor de pleegzorg wanneer de Wet op de Jeugdzorg op 1 januari 2004 ingevoerd gaat worden. Een tweede doelstelling is de verworvenheden van Trillium door te pakken en in praktijk te brengen. Mobiel neemt de plannen door.

Trillium, dat eind 2001 afgerond werd, heeft een aantal zaken in gang gezet die in Pleegzorg 2 verder worden uitgewerkt. Pleegzorg 2 kent verschillende thema’s. We volgen aan de hand van deze thema’s het werkplan dat is samengesteld door een speciale projectmedewerkster van de MO-groep, Jeanette van den Born.

‘Terug naar huis’

Deze hulpverleningsvariant is vooral gericht op het gezin van oorsprong en tracht de eenheid weer tot stand te brengen die er ooit was. Er is bijvoorbeeld een experiment ‘terug naar huis’ gestart, met de bedoeling dat pleegkinderen weer bij de eigen ouders gaan wonen. In de nieuwe wet wordt dit programma ‘terug naar huis’ een hulpverleningsvariant genoemd. Maar omdat veel voorzieningen deze term ‘hulpverleningsvariant’ in een of andere vorm te pas en te onpas gebruiken, is het wel zaak dit op een duidelijke manier over te brengen naar de praktijk. Daarvoor is een landelijke ontwikkelgroep gestart vanuit de IFCO en Trillium om een methodiekbeschrijving te maken en ook een studiedag te plannen in de tweede helft van 2003. Dat hieraan behoefte bestaat, staat buiten kijf. Vooral omdat ‘terug naar huis’ van veel ouders een grote inzet zal vragen en van pleegouders behoorlijk wat inlevingsvermogen verlangt en soms zelfs op onbegrip zal stuiten.

Opvoedingsvariant

De term opvoedingsvariant komt in de plaats van opvoedingsarrangement. De drang om veel termen om te zetten kan ik me bij deze benaming wel voorstellen. In tegenstelling tot de hulpverleningsvariant is hierbij herstel van de eigen gezinssituatie niet mogelijk en zal er een alternatief gevonden moeten worden waarin weliswaar een plaats wordt ingeruimd voor de ouder(s), maar waarbij in ieder geval een constante opvoedingssituatie gegarandeerd is in het belang van het kind. Dit is een pleegzorgvorm die allerlei uitingsvormen in zich zal hebben. Er zullen kinderen zijn die veel zorg vragen en daarnaast zullen er ook pleegkinderen zijn die naadloos in een gezinssysteem passen.
Er kan sprake zijn van co-ouderschap of slechts van een beperkte bezoekregeling en daartussenin is van alles mogelijk, zolang er maar wordt uitgegaan van de behoeftes van het kind. Voor al deze situaties moet duidelijk zijn hoe de hulpverleningsvorm er uit dient te zien. Belangrijk streven hierbij is dat het voortbestaan van een opvoedkundig verantwoorde situatie zeker wordt gesteld. Zekerheid en duidelijkheid voor het pleegkind en zijn pleegouders over de opvoedingssituatie is een zaak die zowel ouders als kinderen sterk zal aanspreken, pleegouders zullen dan ook betrokken worden bij de methodiekbeschrijving van deze pleegzorgvorm.

Deeltijdpleegzorg

Omdat het er naar uitziet dat veel kinderen en jongeren aanspraak maken op deze wijze van pleegzorg tijdens weekenden en vakantie, zijn enige tijd geleden al voorstellen gedaan om te inventariseren welke vormen van aanvullende pleegzorg er al zijn en waaraan in de nabije toekomst behoefte is. Ik ga er nu voor het gemak maar vanuit dat aanvullende pleegzorg hetzelfde is als deeltijdpleegzorg. Bij diverse pleegzorgvoorzieningen zijn werkgroepen aan de gang gegaan met de ideeën voor aanvullende pleegzorg. Het gaat dan om hulp aan kinderen en jongeren die nog thuis wonen of in een tehuis en behoefte hebben aan iemand die met ze naar de bioscoop gaat of meehelpt met huiswerk of de ouders ondersteunt. Binnen Pleegzorg 2 zal extra aandacht worden besteed aan onderzoek hiernaar.

Netwerkpleegzorg

In de Wet op de Jeugdzorg heeft men de zogenaamde ‘vermaatschappelijking’ van de jeugdzorg als speerpunt gekozen en netwerkpleegzorg sluit hierbij aan. De plaatsing van een kind binnen de familie- of vriendenkring kan veel voordelen hebben. Al was het alleen maar dat de bekendheid met het kind en zijn problematiek een ondersteuning kan betekenen in de hulpverlening en in het uitzetten van een toekomstplan. Belangrijk middel hierin kan zijn een familieberaad waarnaar nu studie wordt gedaan.

Ouderbegeleiding

Met het deelproject ‘Begeleiding van biologische ouders’ moeten antwoorden komen op vragen als: ‘Wat is de rol van pleegzorg hierin?’ en ‘Wat betekent die hulpverlening voor pleegkinderen en pleegouders?’. Zoals eerder beschreven bij de projecten ‘terug naar huis’ en het familieberaad komt de positie van de ouders de laatste tijd als aandachtspunt meer op de voorgrond. Dit zal zowel voor de ouders als voor de pleegouders veel consequenties hebben op het gebied van verantwoordelijkheden, rechten en noem maar op.

Duidelijkere positie

Het ziet ernaar uit dat in de nabije toekomst veel gaat veranderen voor pleegkinderen, voor pleegouders en voor de eigen ouders en zodoende ook voor de pleegzorgwerkers. Dat zal van iedereen veel inzet vragen. Het werkplan doorlezend, denk ik dat er een pleegzorg uit de bus rolt, die meer gericht is op de hulpvraag van alle deelnemers. Pleegouders en pleegkinderen zullen meer duidelijkheid krijgen over hun positie en meer hulp op maat. Ouders, een belangrijke groep binnen pleegzorg, ook al zijn zij niet zo direct meer betrokken bij de dagelijkse (soms problematische) opvoedingssituatie, zullen zich meer gehoord weten en meer invloed hebben (zo zij dit wensen) op de toekomstige ontwikkeling van hun zoon of dochter.
Het werkplan Pleegzorg 2 heeft het over modules, methodiekontwikkelingen, implementatie, modularisering en flexibilisering, kwaliteitskringen en nog veel meer, maar biedt ook een raam naar de toekomst: hoe gaat de pleegzorg er de komende tijd uitzien, wat verschuift er allemaal, wat zijn de verantwoordelijkheden van alle deelnemers.
Het is belangrijk dat pleegouders, ouders en hun (pleeg)kinderen dit nauw blijven volgen en hierin participeren! l

Met dank aan Jeanette van den Born (MO-groep)
Het complete werkplan is op te vragen bij Jeanette van den Born: