Sinds mei 2002 mag ik deel uitmaken van de redactie van Mobiel.
Ik kan u verzekeren dat dat voor mij een bijzondere ervaring is. Regelmatig
overleg met allerlei betrokkenen bij pleegzorg. Dat werkt inspirerend,
vind ik. We zitten als redactie dicht op allerlei ontwikkelingen en
mogen proberen u daar op een plezierige en begrijpelijke manier over
te berichten. Deze maand is het mijn beurt om u deelgenoot te maken
van mijn gevoelens.
Het zal november 1978 geweest zijn dat ik voor het eerst te maken
kreeg met de William Schrikker Stichting (W.S.S.). Ik werkte toen
voor de Centrale voor Pleegzorg in Rotterdam en moest op een zeer
regenachtige avond met een collega van de W.S.S. op pad om met een
pleeggezin te gaan praten over plaatsing van een jongetje van een
jaar of drie, vier. Mede door persoonlijke omstandigheden was het
een heel bijzondere ervaring. In de jaren die volgden mocht ik menigmaal
samenwerken in allerlei situaties met collega’s van deze Stichting,
onder meer bij plaatsingen in het ‘project intensieve pleegzorg’.
Eigenlijk ben ik ze in de loop der jaren steeds tegen blijven komen.
Was het niet voor een plaatsing, dan wel bij een cursus, een overdracht
van een gezin en helaas ook op trieste momenten.
Het mooie is dat het aantal gehandicapte kinderen in de pleegzorg
is gaan groeien en blijven groeien. Voor mij is in de afgelopen 25
jaar gebleken dat juist ook de doelgroep van de William Schrikker
Stichting zo ontzettend veel baat heeft bij een zo gewoon mogelijk
gezinsleven. Naast uiteraard de extra zorg die door pleegouders en
de Stichting ingezet wordt. Je ziet kinderen vaak meer bereiken, meer
leren, meer genieten van het leven en op een hoger niveau gaan functioneren
dan bij aanvang van de plaatsing gedacht werd. Naast alle plezier
dat pleegouders aan hun kinderen beleven, is voor mij het mooist dat
deze kinderen, ook als ze later in een vervangende woonsituatie leven,
mensen hebben die om hen geven en die van hen houden.