Karin (12 jaar) is opgegroeid bij haar pleegouders Anneke en Piet.
Karin is geen gemakkelijk kind om op te voeden. Toch houden Anneke
en Piet vol, ook al denken ze wel eens aan een leven zonder Karin.
Hoe gaat een gezin om met een pleegkind dat het uiterste vraagt? Lees
de gezinsgeschiedenis van Anneke en Piet en dobber mee op de golven
van de tijd.
Karin komt als crisisplaatsing bij Anneke en Piet wonen als ze ruim
een jaar is. Zij is hun eerste pleegkind. Hun eigen kinderen zijn
dan drie en vijf jaar. Karin is een mager kind, dat door middel van
een ontheffing uit huis is geplaatst. Vanaf het begin hebben Piet
en Anneke het idee dat ze niet spoort, maar dat realiseren ze zich
later pas. Karin gaat vanaf het begin wel heel erg haar eigen gang,
ook op plekken, zoals een winkelcentrum, waar dat helemaal niet kan.
Karin ontwikkelt zich als lief blond meisje, dat constant aandacht
vraagt en aan iedereen plakt. Ook eet ze regelmatig uit de vuilnisbak.
De eerste drie jaar zijn er veel oudercontacten, eens per maand. Als
haar ouders komen, wordt ze een uur lang doodgeknuffeld. Maar er zijn
ook bedreigingen. De boodschappen die haar ouders uitzenden, zijn
heel dubbel. Vader is erg bedreigend, zodat hulpverleners niet durven
in te grijpen. Achteraf denken Anneke en Piet dat hierdoor de hechting
van Karin aan hen erg bemoeilijkt is.
Moeilijk gedrag
Ondertussen blijft Karin moeilijk gedrag vertonen. Anneke: "Ze
poepte een aantal keren per dag en als ik er dan niet heel snel bij
was, smeerde ze alles onder. Als daar een adequate oplossing voor
gevonden werd, verplaatste het gedrag zich naar in de broek plassen.
Als ik de telefoon opnam, hing Karin in de boekenkast. Toen het probleem
werd opgelost door de aanschaf van een mobiele telefoon, verscheen
er ergens anders weer een volgend probleem." Karin is heel slim
in het telkens op een andere manier negatieve aandacht vragen. Als
ze vier jaar is, gaat ze naar de kleuterschool, met een lieve gevoelige
juf en Karin hangt onmiddellijk de beest uit. Er wordt dus een andere
school gezocht met een strengere juf en gelukkig gaat dat wat beter.
De voogd denkt dat het moeilijke gedrag van Karin in de genen zit.
Er wordt besloten tot een ambulant psychologisch onderzoek. Daar komt
uit dat er sprake is van een forse hechtingsstoornis en er wordt geadviseerd
om Karin op te laten nemen in een kinderpsychiatrische kliniek. Een
behandeling van minimaal een jaar is het advies, waarbij er in de
eerste periode geen contact mag zijn met haar pleegouders. In overleg
met hun pleegzorgbegeleider besluiten Piet en Anneke om dit niet te
doen. Ze zijn erg bang dat ze daarna niet meer mag terugkomen. Zij
zijn wel aan Karin gehecht: "Je eigen kinderen geef je toch ook
niet zomaar op. Wij gaan door, al is het soms erg moeilijk."
Hulpbronnen
In de volgende jaren doet Karin sociale vaardigheidstraining en ze
begrijpt intussen wat er van haar verwacht wordt. Maar het wordt geen
gewoon onderdeel van haar leven. Ze heeft haar eigen gedrag niet in
de hand: "Ze zegt wel 'sorry' omdat dat hoort, maar het voelt
niet alsof ze 'sorry' bedoelt." Er is video-interactiebegeleiding
geweest in het gezin. Als de opnamen gemaakt worden, zie je haar echt
erg haar best doen. Maar als de begeleidster weer weg is, ontstaat
er prompt een rel aan tafel, omdat een zusje zegt: "Zie je wel,
je kan het dus wel."Op school gaat het wisselend. Karin is een
slimme meid en heeft ondertussen een HAVO-advies binnen, maar haar
gedrag is om wanhopig van te worden. Er zitten dagen bij dat het goed
gaat, maar als de juf haar ergens op aangesproken heeft, krijgt dat
thuis zijn weerslag. Grofweg is op dit moment het patroon dat als
het thuis goed gaat, het op school moeizaam verloopt en andersom.
In huis heeft Anneke langzamerhand een flink aantal preventieve maatregelen
genomen, zodat het sociale verkeer overzichtelijk blijft. Zo wordt
er af en toe verplicht een poos op de eigen kamer gespeeld, zodat
Karin zich niet de hele dag hoeft te bemoeien met de andere kinderen
in huis. Toch blijft het regelmatig voorkomen dat Anneke het niet
meer ziet zitten met Karin: "Ik maak me ernstig zorgen over hoe
het met dit meisje in haar volwassen leven verder moet. Het is regelmatig
zeer onaangenaam om met Karin in een huis samen te leven. De andere
kinderen klagen vaak over haar gedrag. Ze vragen dan waarom wij er
eigenlijk nog mee doorgaan. Zij zouden allang gestopt zijn: 'Dat jij
zoiets pikt van die meid!'"
Doorgaan
Anneke zucht eens en lacht als haar gevraagd wordt waarom ze eigenlijk
nog doorgaat: "Ik ben bang dat Karin af zal glijden naar het
milieu waar haar ouders in verkeren; aan de onderkant van onze samenleving.
Als we het nu op zouden geven, gaat ze naar een kinderhuis, waar de
controle en de structuur die Karin nodig heeft, toch minder is. Het
is niet alles om regelmatig voor teringwijf uitgemaakt te worden,
maar wie moet haar in een internaat zeggen dat ze haar kamer op moet
ruimen en haar tanden moet poetsen? In een internaat sturen ze de
kinderen om het weekend naar huis en dan zitten wij weer met het gedrag.
Door de week loopt het wel, maar de weekends zijn het moeilijkst.
Ook een Boddaert- en een weekendgezin hebben we overwogen. Als ze
dan weer thuiskomt, moeten wij weer Karins extra moeilijke gedrag
zien te hanteren. Daar zien we niets in." Anneke en Piet zouden,
als ze het opgeven, ook met een schuldgevoel blijven zitten. In veel
gezinnen woont toch wel een kind dat niet te pruimen is? Verder vinden
ze dat hun andere kinderen er behalve last, ook baat bij hebben dat
er een moeilijk kind in huis woont. Hun zoon heeft bijvoorbeeld geleerd
dat hij van zich af moet bijten. Hij is wat harder geworden. Hun eigen
kinderen hebben anders een veel te glad verlopend leven. Ze kunnen
goed leren, zijn muzikaal en sportief. Het mag ook wel eens ergens
wat moeilijker gaan. Het overkomt Anneke met een zekere regelmaat
dat ze helemaal niet zo pedagogisch bezig is. Er floept dan wel eens
'kleine trut' uit of ze geeft een tik. Maar ze herkent in Karins gedrag
ook haar eigen pubergedrag van vroeger.
Diep van binnen
Gelukkig delen Anneke en Karin één liefde, die voor
het zwemmen. Anneke gaat vier keer in de week mee naar het zwembad
en volgt alle wedstrijden. Karin zit in de selectie. Zwemmen is ook
echt iets voor haarzelf. De andere kinderen doen andere dingen. Bij
de wedstrijden is ze een echte vechtster en ze is ook sportief, feliciteert
anderen als die beter waren en helpt bij de kleinere kinderen. Dan
is ze echt sociaal. Anneke: "Dan weet je dat het er toch ergens
zit van binnen. Dat motiveert om door te gaan."