artikel uit Mobiel 1, februari/maart 2003

thema: Afgebroken plaatsingen

Doorgaan en vooruitkijken

Door: Willemien Kronenberg

Karin (12 jaar) is opgegroeid bij haar pleegouders Anneke en Piet. Karin is geen gemakkelijk kind om op te voeden. Toch houden Anneke en Piet vol, ook al denken ze wel eens aan een leven zonder Karin. Hoe gaat een gezin om met een pleegkind dat het uiterste vraagt? Lees de gezinsgeschiedenis van Anneke en Piet en dobber mee op de golven van de tijd.

Karin komt als crisisplaatsing bij Anneke en Piet wonen als ze ruim een jaar is. Zij is hun eerste pleegkind. Hun eigen kinderen zijn dan drie en vijf jaar. Karin is een mager kind, dat door middel van een ontheffing uit huis is geplaatst. Vanaf het begin hebben Piet en Anneke het idee dat ze niet spoort, maar dat realiseren ze zich later pas. Karin gaat vanaf het begin wel heel erg haar eigen gang, ook op plekken, zoals een winkelcentrum, waar dat helemaal niet kan. Karin ontwikkelt zich als lief blond meisje, dat constant aandacht vraagt en aan iedereen plakt. Ook eet ze regelmatig uit de vuilnisbak. De eerste drie jaar zijn er veel oudercontacten, eens per maand. Als haar ouders komen, wordt ze een uur lang doodgeknuffeld. Maar er zijn ook bedreigingen. De boodschappen die haar ouders uitzenden, zijn heel dubbel. Vader is erg bedreigend, zodat hulpverleners niet durven in te grijpen. Achteraf denken Anneke en Piet dat hierdoor de hechting van Karin aan hen erg bemoeilijkt is.

Moeilijk gedrag

Ondertussen blijft Karin moeilijk gedrag vertonen. Anneke: "Ze poepte een aantal keren per dag en als ik er dan niet heel snel bij was, smeerde ze alles onder. Als daar een adequate oplossing voor gevonden werd, verplaatste het gedrag zich naar in de broek plassen. Als ik de telefoon opnam, hing Karin in de boekenkast. Toen het probleem werd opgelost door de aanschaf van een mobiele telefoon, verscheen er ergens anders weer een volgend probleem." Karin is heel slim in het telkens op een andere manier negatieve aandacht vragen. Als ze vier jaar is, gaat ze naar de kleuterschool, met een lieve gevoelige juf en Karin hangt onmiddellijk de beest uit. Er wordt dus een andere school gezocht met een strengere juf en gelukkig gaat dat wat beter.

De voogd denkt dat het moeilijke gedrag van Karin in de genen zit. Er wordt besloten tot een ambulant psychologisch onderzoek. Daar komt uit dat er sprake is van een forse hechtingsstoornis en er wordt geadviseerd om Karin op te laten nemen in een kinderpsychiatrische kliniek. Een behandeling van minimaal een jaar is het advies, waarbij er in de eerste periode geen contact mag zijn met haar pleegouders. In overleg met hun pleegzorgbegeleider besluiten Piet en Anneke om dit niet te doen. Ze zijn erg bang dat ze daarna niet meer mag terugkomen. Zij zijn wel aan Karin gehecht: "Je eigen kinderen geef je toch ook niet zomaar op. Wij gaan door, al is het soms erg moeilijk."

Hulpbronnen

In de volgende jaren doet Karin sociale vaardigheidstraining en ze begrijpt intussen wat er van haar verwacht wordt. Maar het wordt geen gewoon onderdeel van haar leven. Ze heeft haar eigen gedrag niet in de hand: "Ze zegt wel 'sorry' omdat dat hoort, maar het voelt niet alsof ze 'sorry' bedoelt." Er is video-interactiebegeleiding geweest in het gezin. Als de opnamen gemaakt worden, zie je haar echt erg haar best doen. Maar als de begeleidster weer weg is, ontstaat er prompt een rel aan tafel, omdat een zusje zegt: "Zie je wel, je kan het dus wel."Op school gaat het wisselend. Karin is een slimme meid en heeft ondertussen een HAVO-advies binnen, maar haar gedrag is om wanhopig van te worden. Er zitten dagen bij dat het goed gaat, maar als de juf haar ergens op aangesproken heeft, krijgt dat thuis zijn weerslag. Grofweg is op dit moment het patroon dat als het thuis goed gaat, het op school moeizaam verloopt en andersom.

In huis heeft Anneke langzamerhand een flink aantal preventieve maatregelen genomen, zodat het sociale verkeer overzichtelijk blijft. Zo wordt er af en toe verplicht een poos op de eigen kamer gespeeld, zodat Karin zich niet de hele dag hoeft te bemoeien met de andere kinderen in huis. Toch blijft het regelmatig voorkomen dat Anneke het niet meer ziet zitten met Karin: "Ik maak me ernstig zorgen over hoe het met dit meisje in haar volwassen leven verder moet. Het is regelmatig zeer onaangenaam om met Karin in een huis samen te leven. De andere kinderen klagen vaak over haar gedrag. Ze vragen dan waarom wij er eigenlijk nog mee doorgaan. Zij zouden allang gestopt zijn: 'Dat jij zoiets pikt van die meid!'"

Doorgaan

Anneke zucht eens en lacht als haar gevraagd wordt waarom ze eigenlijk nog doorgaat: "Ik ben bang dat Karin af zal glijden naar het milieu waar haar ouders in verkeren; aan de onderkant van onze samenleving. Als we het nu op zouden geven, gaat ze naar een kinderhuis, waar de controle en de structuur die Karin nodig heeft, toch minder is. Het is niet alles om regelmatig voor teringwijf uitgemaakt te worden, maar wie moet haar in een internaat zeggen dat ze haar kamer op moet ruimen en haar tanden moet poetsen? In een internaat sturen ze de kinderen om het weekend naar huis en dan zitten wij weer met het gedrag. Door de week loopt het wel, maar de weekends zijn het moeilijkst. Ook een Boddaert- en een weekendgezin hebben we overwogen. Als ze dan weer thuiskomt, moeten wij weer Karins extra moeilijke gedrag zien te hanteren. Daar zien we niets in." Anneke en Piet zouden, als ze het opgeven, ook met een schuldgevoel blijven zitten. In veel gezinnen woont toch wel een kind dat niet te pruimen is? Verder vinden ze dat hun andere kinderen er behalve last, ook baat bij hebben dat er een moeilijk kind in huis woont. Hun zoon heeft bijvoorbeeld geleerd dat hij van zich af moet bijten. Hij is wat harder geworden. Hun eigen kinderen hebben anders een veel te glad verlopend leven. Ze kunnen goed leren, zijn muzikaal en sportief. Het mag ook wel eens ergens wat moeilijker gaan. Het overkomt Anneke met een zekere regelmaat dat ze helemaal niet zo pedagogisch bezig is. Er floept dan wel eens 'kleine trut' uit of ze geeft een tik. Maar ze herkent in Karins gedrag ook haar eigen pubergedrag van vroeger.

Diep van binnen

Gelukkig delen Anneke en Karin één liefde, die voor het zwemmen. Anneke gaat vier keer in de week mee naar het zwembad en volgt alle wedstrijden. Karin zit in de selectie. Zwemmen is ook echt iets voor haarzelf. De andere kinderen doen andere dingen. Bij de wedstrijden is ze een echte vechtster en ze is ook sportief, feliciteert anderen als die beter waren en helpt bij de kleinere kinderen. Dan is ze echt sociaal. Anneke: "Dan weet je dat het er toch ergens zit van binnen. Dat motiveert om door te gaan."