'Nou is het afgelopen! Je moet weg. Ik Wil niet meer hebben dat je
de sfeer in huis blijft verpesten. Elke dag is er met jou wat anders'.
Ik schreeuw het uit met het laatste beetje adem wat ik nog over heb.
Zojuist heb ik hem een pak rammel gegeven voor de zoveelste leugen.
Leugens, leugens, de jaren hangen ervan aan elkaar. Nooit heeft hij
de waarheid verteld. Hij heeft ook nooit wat uit zichzelf gezegd.
Ik kan er niet meer tegen. Ik kan hem niet meer zien!
De manier waarop hij zijn neus snuit niet, de manier waarop hij eet
niet! Niets meer van hem. Ik kan zijn bibliotheekboek zelfs niet meer
zien slingeren. Niets kan ik meer van hem verdragen.
Als ik ga koken komen de tranen. Een van de kinderen vraagt aan tafel
waarom ik nou al die tijd al huil. Ik ka,n geen antwoord geven. Ik
wee? het zelf niet. Ik voel me gekwetst, zo erg, dat het bijna lichamelijk
pijn doet.
Wie heeft toch de moed gehad dit kind bij ons te plaatsen? Zij konden
toch weten wat ze begonnen? Als zij het met hun ervaring nog niet
wisten, wie dan wel? Wie heeft dit ons aan kunnen doen? Waar heeft
al dat praten met die verschillende maatschappelijk werksters dan
voor gediend? Hebben die dan niet gehoord wat er aan de hand was en
konden zij ons niet waarschuwen?
Ik ben blij dat ik kwaad kan zijn op iets. Iemand moet hiervan toch
de schuld hebben? Ik niet, ik heb alles gedaan wat ik kon. Het kind
ook niet, het weet niet eens wat het doet en mocht hij het wel weten,
dan verdient hij ook niet beter. Boos moet ik kunnen zijn om geen
verdriet te hebben.
Ik ga nou ook dadelijk pakken, maar wanneer er twee truitjes in de
koffer liggen, raak ik in paniek. Ik doe verkeerd, misschien weet
er nog iemand wat anders. Wegsturen kan altijd nog, ik moet er langer
over nadenken en een oplossing proberen te zoeken. Per slot van rekening
is er ook niets ernstigs gebeurd. Wat moet ik zeggen als iemand vraagt
waarom? Alleen maar: 'Het ging niet.' Heb ik er dan echt alles aan
gedaan wat mogelijk was? Een andere school zou misschien uitkomst
kunnen brengen. Wij waren toch ook niet zo tevreden met deze. Hij
zou daar misschien wel vrienden kunnen maken en uit zichzelf wat beter
zijn best doen op zijn schoolwerk.
We kunnen toch nog opnieuw beginnen? Zie je wel alles is nog niet
verloren. Voor hem ook niet. Vorige week heeft hij nog een brief op
mijn slaapkamer gelegd. Hij beloofde echt beter zijn best te zullen
doen. Ik lees die brief nog eens en zie nu pas dat het mijn eigen
woorden zijn. Wat er staat over vertrouwen, iets voor elkaar over
hebben, denken aan andere gezinsleden, ik heb het allemaal zelf gezegd.
Hij heeft gehoord wat ik in lange 'ernstige gesprekken heb proberen
duidelijk te maken maar niet gevoeld waar het, om ging. Hij heeft
het begrepen maar niet eigen gemaakt. Nee, ik weet nu duidelijk, als
ik wat aan de situatie verander, dan gebeurt er in wezen nog niets.
Het gevoel dat we niet van elkaar kunnen houden zal weer terug komen.
Een hopeloos gevoel. Ik kan mezelf geen geweld blijven aan doen. Toen
had ik nog hoop bij alles wat we ondernamen. Goed, het eerste halfjaar
konden we niets verwachten, de zomervakantie misschien, als we zo
op elkaar aangewezen zijn in een kleine caravan? Hij is toch weer
een jaar ouder, we kunnen nu al wel wat praten? De Mavo dan, ja dan
zal hij vast wel merken dat de wereld niet in elkaar stort als je
eens zegt wat je denkt. Al zegt hij alleen maar wat hem niet zint!
Weer een zomervakantie, een leuke vriend, pianoles, Sinterklaas, weer
een Kerstmis, hockeyen, een reis met vreemden, een logeerpartij, handenarbeidles.
Niets heeft iets veranderd.
Als we dan al eens tegen elkaar zeiden: 'Zie je wel hij is nu toch
wel ergens enthousiast over', dan was het alleen maar om onszelf wat
nieuwe hoop te geven. Ook een andere school zal geen uitkomst brengen.
Er is geen hoop meer en moe begin ik weer aan die koffer. Deze trui
is te goed. Hij heeft er genoeg. Ik leg hem weg voor een van de andere
kinderen. Deze blouse is ook niet nodig. Toen hij hier kwam had hij
ook maar een schamel beetje in een doosje. Zo gaat het niet en ik
houd er maar weer mee op.
Ik zoek tussen zijn kleren, boeken en in zijn schooltas naar ja naar
wat eigenlijk? Een oplossing, een briefje waar iets opstaat, een aanwijzing
dat hij zelf ook weg wil?
Nog steeds zegt hij niets, slaapt, eet en gaat naar school of het
de gewoonste zaak van de wereld is. Na vier jaar ga je weg en daarmee
gewoon basta. Je moet je nooit hechten aan iemand, dat voorkomt een
heleboel pijn.
De hele dag heb ik het gevoel dat ik alle eenzamen, alle gescheiden
mensen, alle ouders die een kind verloren, begrijp. Ik huil maar weer
een poosje. '5 Morgens is het 't ergste, de middag brengt wat afleiding
met de andere kinderen en de avond is alleen bestemd om te denken
en te praten. Daar tussen door probeer ik het huishouden op gang te
houden, maar mijn handen staan verkeerd en meer dan dat allernoodzakelijkste
kan ik niet doen. Het is niet belangrijk, wat kan mij het schelen
of het vuil is of niet.
Dat kind, ja alleen maar dat kind, niet eens meer bij een naam genoemd,
weet niet eens wat hij veroorzaakt heeft. Hij slaapt nog goed, eet
nog goed, gaat naar school en zegt of vraagt niets. Hij heeft niemand
meer, wij hebben elkaar tenminste nog, beseft hij dat? Ik moet hem
toch helpen? Ik kan niet met hem praten want ik heb mijn handenvol
aan mezelf. Kwam er nou maar iemand die tenminste probeerde dat te
doen wat ik heb opgegeven. De maatschappelijk werkster of iemand anders.
Het is toch maar een kind en wat is nou helemaal dertien jaar? Zou
hij zich nou echt zo geweldig slim vinden? Of is dat glimlachje ook
maar een zenuwtrekje?
Als de koffer dan niet lukt dan eerst het speelgoed maar. Ik sta voor
de kast om uit te zoeken wat er nu mee moet. Ik weet het niet. Met
hulp van de andere kinderen halen we alles maar voor de dag en we
breken af wat hij van Lego gemaakt heeft. Deze middag vechten we met
elkaar en met onze gevoelens en wat we over hebben is een opgeruimde
speelgoedkast en een leeg hart. Zijn speelgoed staat klaar en we staan
er wat verslagen bij.
Ik ga vroeg naar bed want ik kan me zelfs niet meer aardig voordoen.
Gelukkig is iemand zo vriendelijk geweest dat eenzame kind, dat nu
toch voelen moet dat het niet meer bij ons hoort, dit weekend uit
te nodigen. Als hij terug komt heb ik eindelijk de moed om wat tegen
hem te zeggen.
'Luister eens, wij kunnen je niet meer helpen. Ik hoop dat iemand
anders er voor je zal zijn en het beter kan. De wereld is zelfs nu
nog niet vergaan. Je kunt altijd opnieuw beginnen. Probeer bij een
ander in ieder geval je best te doen. Misschien heb je dat bij ons
wel vaker gedaan dan we wisten, maar het was nooit echt goed.'
Nee, het was ook nooit goed genoeg. Wanhopig ga ik weer naar beneden
er valt niets meer te zeggen. Ik was toch ook degene die zei: 'Je
mag hier altijd blijven'. Schuld. Als er schuld is, wie heeft die
hier dan? Hij niet, zijn ouders niet, de instelling niet! Wie heeft
in godsnaam gewild dat hij er zijn zou?
Ik heb zo'n medelijden met hem en ik kan alleen nog maar zijn koffers
pakken, alles uitwassen, verstellen, minitieus inpakken, weer uitpakken
en nog netter inpakken. Het is te weinig.
Dan komt de maatschappelijk werkster om hem mee te nemen. Het heeft
al te lang geduurd. Ik verlang alleen nog maar naar rust. Innerlijke
rust, het is zo ver, het is het beste dat hij gaat.
Ik kan me met de moed der wanhoop goed houden. Ik heb het zo koud.
Ik mag het niet moeilijker maken dan nodig is. Ik zwaai hem uit en
alles wat ik aan goede wensen heb, gaat met hem mee, alleen kan ik
het niet uitspreken.
Ik vlucht naar binnen en verstop me in mijn huis, want ik kan aan
niemand vertellen wat ons overkomen is. Ik wil niet horen wat ze zeker
zullen zeggen: 'Je hebt er goed aan gedaan'. Zeker ik heb goed aan
hem gedaan maar had ik echt niet béter gekund?