artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

Pleegouders, supervrijwilligers?

auteur: Rijk Huisman

Op 9 november jl. kwamen de vertegenwoordigers van een aantal Pleegouderraden in Utrecht bij elkaar. Op zo’n dag gaat het vooral om het uitwisselen van ervaringen en het gebruik maken van elkaars ideeën. Ook komen deskundigen vertellen over onderwerpen die op het eerste gezicht niet direct alles met pleegzorg te maken hebben. Dankzij drs. Saskia van Grinsven maakten de aanwezigen kennis met het onderwerp ’vrijwilligersbeleid’.

Wie twee uur per week koffie schenkt in een bejaardenhuis voelt zich een vrijwilliger en wil graag goed worden behandeld. Als je 24 uur per dag en misschien zeven dagen per week voor het kind van een ander zorgt, ben je dan ook een vrijwilliger, misschien wel een ‘super-vrijwilliger’? Vóél je je dan ook een vrijwilliger of meer een onbetaalde medewerker van de Voorziening, misschien een partner (met een andere deskundigheid) van de pleegzorgwerker?

Het Internationale Jaar van de Vrijwilliger in 2001 was een prachtkans voor de Voorzieningen om te laten zien dat ze hun pleegouders in ieder geval als vrijwilliger willen respecteren en behandelen. Dat ze zelfs hierop beleid willen maken. Wie zich als pleegouder (omdat hij ook vrijwilliger is) gerespecteerd en gewaardeerd voelt, krijgt steeds nieuwe impulsen en denkt er niet zo snel aan om te stoppen. Op bruiloften en partijen zal hij enthousiast vertellen, zowel over z’n pleegkinderen als over pleegzorg. Het tekort aan pleegouders is dan niet direct opgeheven, maar zorgt er wel voor dat anderen zich gemakkelijker als kandidaat-pleegouder aanmelden.