Op 9 november jl. kwamen de vertegenwoordigers van een aantal Pleegouderraden
in Utrecht bij elkaar. Op zo’n dag gaat het vooral om het uitwisselen
van ervaringen en het gebruik maken van elkaars ideeën. Ook komen
deskundigen vertellen over onderwerpen die op het eerste gezicht niet
direct alles met pleegzorg te maken hebben. Dankzij drs. Saskia van
Grinsven maakten de aanwezigen kennis met het onderwerp ’vrijwilligersbeleid’.
Wie twee uur per week koffie schenkt in een bejaardenhuis voelt zich
een vrijwilliger en wil graag goed worden behandeld. Als je 24 uur
per dag en misschien zeven dagen per week voor het kind van een ander
zorgt, ben je dan ook een vrijwilliger, misschien wel een ‘super-vrijwilliger’?
Vóél je je dan ook een vrijwilliger of meer een onbetaalde
medewerker van de Voorziening, misschien een partner (met een andere
deskundigheid) van de pleegzorgwerker?
Het Internationale Jaar van de Vrijwilliger in 2001 was een prachtkans
voor de Voorzieningen om te laten zien dat ze hun pleegouders in ieder
geval als vrijwilliger willen respecteren en behandelen. Dat ze zelfs
hierop beleid willen maken. Wie zich als pleegouder (omdat hij ook
vrijwilliger is) gerespecteerd en gewaardeerd voelt, krijgt steeds
nieuwe impulsen en denkt er niet zo snel aan om te stoppen. Op bruiloften
en partijen zal hij enthousiast vertellen, zowel over z’n pleegkinderen
als over pleegzorg. Het tekort aan pleegouders is dan niet direct
opgeheven, maar zorgt er wel voor dat anderen zich gemakkelijker als
kandidaat-pleegouder aanmelden.