Frits Koetsier deelt met ons zijn ervaringen als beginnend pleegvader.
Hij vertelt over zijn eigen observaties en de dingen die hem opvallen
bij zijn eerste stappen in pleegzorgland. Lees mee over zijn schouder
en denk nog eens aan toen het voor u allemaal begon. Kunt u zich het
nog herinneren?
Ziezo, bijna pleegvader. De TOP-cursus zit er voor mij op. Vier leerzame
avonden en een leuke groep; zes stellen en twee alleenstaande moeders.
In leeftijd en achtergrond best verschillend. Van ondernemer tot leerkracht
en van tankenschoonmaker tot jurist. Maar allemaal verbonden met hetzelfde
doel: de oprechte behoefte om een pleegkind op te nemen.
Er waren ook twee begeleiders. En Hanja. Hanja, in mijn ogen een
van de beste pleegmoeders van Nederland. Aan haar was gevraagd om
onze groep te voorzien van praktijkvoorbeelden. En dat kon ze. Als
de beste. Eerst wat stil en bescheiden. Maar elke week ontdooide ze
meer. Ze had ook heel wat te vertellen met haar 18 jaar ervaring en
de talloze pleegkinderen die ze had opgevangen. Haar toon was nuchter
en betrokken met een onmiskenbaar Noord-Hollands accent. Wat een geweldige
vrouw. Wat een integere manier van praten. Woonde er in elke straat
van Nederland maar zo’n Hanja, dan zou de hele pleegzorg in
ons land niet eens nodig zijn! Maar tot die tijd houd ik me natuurlijk
als kersverse pleegvader aanbevolen.
Zo, na al deze vriendelijke woorden nog een laatste nootje dat ik
in deze column wil kraken. Het pleegzorgbeeld dat tijdens de avonden
wordt geschetst is naar mijn gevoel een pietsie te negatief. Niet
alle pleegkinderen zijn bodemloze etterbakjes, losgeslagen kliertjes
of bloed-onder-de-nagels-zuigers. Toch? Er zijn toch ook heel veel
liefleuke pleeggirls die gewoon even op adem willen komen? En er zijn
toch ook heel veel primastoere pleegboys waarvan de draaglast gewoon
net even groter was dan hun draagkracht? Ja, ik weet het, ik bèn
nog geen pleegvader, ik zit nog aan het begin. Enfin, we zullen het
vanzelf gaan zien...