artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

Portret van een christelijk pleeggezin

auteur: Ina Scholman-Huisman

Filip en Tineke zorgen al acht jaar voor hun pleegzoon Koos, die sinds zijn geboorte bij hen woont. "Hij hoort helemaal bij ons en wij horen bij zijn familie". Een unieke situatie.

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?
Filip (42) en Tineke (44) hebben vijf kinderen in de leeftijd van 19 tot 8 jaar. De oudste is de deur al uit en studeert, de anderen wonen thuis en gaan naar school. Pleegzoon Koos is de jongste en zit in groep 5 van de basisschool. Filip is kredietadviseur bij een bank, terwijl Tineke, naast de zorg voor de kinderen, nog werkt als doktersassistente en actief is in het kerkelijk leven.

Waarom zijn jullie pleeggezin geworden?
"Toen we vier kinderen hadden, merkten we dat we het ouderschap erg leuk vonden en dat we genoeg liefde en energie over hadden voor nog een kind. Dat hoefde niet persé een eigen kind te zijn en we hebben ons verdiept in pleegzorg. De Stichting Gereformeerde Jeugdzorg (SGJ) kenden wij via de kerk en bij hen hebben we ons aangemeld voor een pleegoudercursus. Wat we daar hoorden, sprak ons aan. We vonden het een gave van God bij onszelf te ontdekken dat we andere mensen heel goed kunnen accepteren in ons leven en in ons gezin."

Waar had je hulp bij nodig? Waar was je onzeker over?
"De ouders hebben allebei een psychiatrisch ziektebeeld, z’n vader is van Surinaamse afkomst. De ouders mochten eerst niet weten waar Koos was, dus in het begin waren wij wel onzeker over de vraag hoe we met zijn achtergrond moesten omgaan."

Hoe ziet de begeleiding van je gezin er uit en voldoet die aan de behoefte?
"De SGJ begeleidt ons, wij hebben één keer per half jaar contact. Vaker hoeft niet, want het gaat heel goed met Koos. Misschien omdat hij al vanaf z’n geboorte bij ons woont? In het begin hadden we natuurlijk vaker contact en we kunnen altijd bellen als er iets bijzonders is. Laatst had de SGJ nog een dag voor pleeggezinnen georganiseerd. We zijn met 200 mensen naar de dierentuin in Emmen geweest. Leuk voor de kinderen en leuk voor de ouders."

Hoe reageren je omgeving en je familie op het pleegouderschap?
"Opa en oma hebben gelijk geld op Koos’ spaarrekening gestort, net als bij de andere kleinkinderen. Ze vroegen natuurlijk wel of we ons goed realiseerden waar we aan begonnen, maar hadden er alle vertrouwen in. Ook de omgeving was overwegend positief, de enige negatieve reactie kwam van iemand die zei: "Bah, het kind van een ander. Ik moet er niet aan denken." Maar wij sloten Koos letterlijk en figuurlijk direct in onze armen."

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?
"Koos’ ouders beseffen dat ze niet voor hem kunnen zorgen en accepteren dat. Koos ziet zijn ouders elke maand, één keer in de drie maanden komen ze bij ons. Een tijdje terug had zijn familie van moeders kant een familiedag. Ik was daar met Koos van harte welkom en moest mee op de familiefoto. Toen oma overleed, hebben we als gezin de begrafenis bijgewoond. We zijn een soort schoonfamilie geworden. Koos’ moeder wilde Koos graag laten dopen. Omdat ze zelf niet voor Koos zorgt, kon ze de doopbelofte niet afleggen. Zij heeft gevraagd of wij dat wilden doen en bij zijn doop konden wij van harte beloven hem op te voeden als een kind van God. Omdat we gelovig zijn, weten we dat we niet alleen voor de opvoeding staan, maar voor hulp altijd bij God terecht kunnen."

Welke praktische problemen kom je tegen door de plaatsing van het kind?
"Helemaal geen, hij volgt zo natuurlijk in onze kinderrij."
Hoe gaan jullie kinderen om met het pleegkind? Draagt het bij aan hun
ontwikkeling of maakt dit het moeilijker?
"Voor de kinderen was het gewoon een nieuw broertje erbij. Alleen de ‘jongste-tot-dan-toe’ had er wat moeite mee niet meer de jongste te zijn. Een bekend verschijnsel in gezinnen waar een baby geboren wordt."

Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit aan moeten beginnen?’
"Nee; we denken zelfs wel eens na over de vraag of we er nog een keer aan zullen beginnen. De ruimte in huis laat dat nu nog niet toe."

Beschrijf een ervaring die illustreert: ‘daar doe ik het voor’.
"Koos kruipt ’s nachts regelmatig bij ons in bed en daar ligt hij dan zo heerlijk rustig en ontspannen te slapen. We genieten daarvan en gunnen elk kind zo’n veilige basis in zijn leven."