artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

thema: Levensovertuiging

Kerkelijke leiders geven hun visie

Door: Ina Scholman-Huisman

Het doel bij matching is een pleeggezin te vinden dat zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften van het pleegkind. Het is bij voorbaat duidelijk dat een ideale matching niet altijd lukt. De vraag naar pleeggezinnen is immers groter dan het aanbod. Wanneer bij de plaatsing in een pleeggezin, naast allerlei andere factoren, ook de religieuze achtergrond van het kind een rol speelt en er gezocht wordt naar een pleeggezin met dezelfde overtuiging, dan zal een goede matching extra moeilijk zijn. De redactie van Mobiel sprak met een imam, een gereformeerd vrijgemaakt predikant, een pastoor en de (landelijke) woordvoerder van de Jehovah’s Getuigen over deze kwestie.

Islam

Senket Özdemir, imam van de Turks Islamitische moskee in IJmuiden kent geen pleegkinderen en ook geen gezinnen die kinderen van anderen opvangen. Voor hem kunnen opvoeding en godsdienstige opvoeding niet van elkaar losgemaakt worden. Zou een kind uit zijn gemeenschap in een pleeggezin geplaatst moeten worden, dan heeft hij absolute voorkeur voor een Turks Islamitisch gezin. Lukt dat niet in een gezin in de regio, dan moet het kind maar verder weg geplaatst worden. Is zo’n gezin in het geheel niet beschikbaar, dan denkt hij toch wel aan een moslimpleeggezin. Een Nederlands pleeggezin komt pas als allerlaatste in beeld. Veel Turkse Islamieten vinden de opvoeding die Nederlandse ouders aan hun kinderen geven veel te vrij. Vooral de manier waarop kinderen met volwassenen mogen omgaan, keurt de imam af. Komt een moslimkind toch in een Nederlands gezin terecht, dan wil hij graag dat er respect is voor de achtergrond van het kind, zowel qua cultuur als qua godsdienst. Alcohol en varkensvlees is absoluut verboden en het zou fijn zijn als het kind naar de moskee gebracht zou worden voor de godsdienstlessen. Ook zou er in het pleeggezin gelegenheid moeten zijn voor de verplichte gebeden en het gebed voor en na het eten. Als er werkelijk behoefte is aan moslimpleeggezinnen dan verwacht de imam dat die wel gevonden kunnen worden. Hij verwijst naar de overkoepelende organisatie van moskeeën, van waaruit de werving zou kunnen plaatsvinden.

Gereformeerd

Ds. Vreugdenhil, predikant van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in IJmuiden werd geboren toen er al twee pleegdochters in zijn ouderlijk gezin woonden. Hij wist lange tijd niet beter dan dat ze zijn zussen waren. In zijn eigen gemeente zijn geen kinderen uit huis geplaatst en ook geen gezinnen die kinderen van anderen opvangen. Hij kent de Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn (SGJ) en zou adviseren die in te schakelen wanneer er vergaande problemen zijn met een kind uit zijn gemeente. Hij verwacht dat het kind dan in een gezin met dezelfde levensovertuiging geplaatst kan worden. Hij vindt dat belangrijk, omdat godsdienstige opvoeding meer is dan het aanleren van een paar religieuze handelingen. Wanneer zo’n gezin niet in de nabije omgeving voorhanden is, kiest hij niet zonder meer voor een gezin veraf. Dat hangt af van het kind, het ouderlijk gezin en de verwachte duur van de plaatsing. Komt zo’n gelovig kind toch in een gezin met een andere levensovertuiging, dan zou hij graag zien dat het kind naar een christelijke school en naar de kerk kan gaan. Het kind zou in het pleeggezin de ruimte moeten krijgen te praten over wat het op school of in de kerk geleerd heeft, te bidden of christelijke liedjes te zingen. In het pleeggezin zou in elk geval niet gevloekt moeten worden. Hij zou ze aanraden contact op te nemen met een Gereformeerde (vrijgemaakte) kerk in hun omgeving. Hij verwacht dat het pleeggezin daar zeker steun vindt voor bijvoorbeeld vervoer naar kerkelijke activiteiten.

Rooms-Katholiek

Als zich in de parochie van pastoor Vriens uit IJmuiden problemen voordoen, dan wordt eerst binnen die parochiegemeenschap naar een oplossing gezocht. Lukt dat niet dan geeft hij wel de voorkeur aan een rk-pleeggezin voor een rk-pleegkind. Wordt een klein kind in een ander pleeggezin geplaatst, dan lijkt het hem logisch dat het kind wordt opgevoed volgens het patroon van het pleeggezin. Hij weet van een moslimpleegkind dat in een rk-gezin is opgevoed en tot zijn verbazing moslim is gebleven. Een groter kind zou ruimte moeten krijgen zich in zijn geloofsachtergrond te verdiepen. Zou zo’n kind in zijn parochie wonen, dan zou hij er als pastoor daar zeker contact mee willen onderhouden.

Jehova’s Getuigen

De heer Van den Heuvel is woordvoerder van de Jehova’s Getuigen. Hij vertelt dat binnen zijn gemeenschap veel aan pastorale zorg wordt gedaan en dat er onderling veel aandacht is voor de opvoeding. Hij denkt daarom dat er niet veel kinderen in pleeggezinnen geplaatst zijn, al wil dat niet zeggen dat er geen problemen zijn. Het is nu natuurlijk al zo dat kinderen van Jehova’s Getuigen naar gewone scholen gaan. Om de leerkrachten informatie te geven is er een brochure ontwikkeld. Zo vieren de Jehova’s Getuigen geen verjaardagen, geen christelijke feesten en geen Koninginnedag. Voor hun kinderen vragen zij daarvoor respect op te brengen, zo goed als zij anderen er niet van willen afhouden dergelijke feesten wel te vieren. De Jehova’s Getuigen zijn van mening dat het geen probleem oplevert als een kind aan verschillende religieuze zienswijzen wordt blootgesteld. Dat kan ook gebeuren in een gezin met slechts één ouder die Getuige is. Het kind moet uiteindelijk zelf beslissen welke religie het wil aanhangen. Komt iemand in aanraking met een kind van Jehova’s Getuigen dan kan men altijd bij Van den Heuvel terecht voor informatie of steun.


Juridisch

Een kind dat tijdelijk of blijvend het verblijf in het gezin waartoe het behoort, moet missen, of dat men in zijn of haar belang niet kan toestaan in het gezin te blijven, heeft het recht op bijzondere bescherming en bijstand van staatswege. […] Deze zorg kan, onder andere, plaatsing in een pleeggezin omvatten, kafalah volgens het Islamitische recht, adoptie, of, indien noodzakelijk, plaatsing in geschikte instellingen voor kinderzorg. Bij het overwegen van oplossingen wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft de taal.
(Artikel 20 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind)

Samengevat

Indien een kind het verblijf in het gezin waartoe het behoort tijdelijk of blijvend moet missen, wordt bij het zoeken naar een oplossing "op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond van het kind […]"