artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

thema: Levensovertuiging

Moslimpleeggezinnen actief binnen reguliere pleegzorg

Door: Antoinette van Wijngaarden

Overal in Nederland worden moslimpleegkinderen opgevangen in niet-islamitische gezinnen. Van het moslimkind wordt een enorme aanpassing gevraagd. De omgangsvormen en de normen en waarden die het kind van thuis kent, zijn heel verschillend van die van het pleeggezin. Het verschil in opvoedingsstijl kan problemen geven in het pleeggezin en - bij terugplaatsing - in het eigen gezin. In 1997 startten de diverse Voorzieningen voor Pleegzorg in Brabant een project om moslimgezinnen te werven als bestandsgezinnen. Bij de Voorziening voor Pleegzorg Midden-Brabant houdt Chris van Gorp zich een aantal uren per week bezig met het ontwikkelen van moslimpleegzorg. Wij informeerden bij hem of het project geslaagd is.

In Turkije en Marokko is pleegzorg zoals wij die in Nederland kennen nagenoeg onbekend. Indien kinderen van anderen worden opgevangen, betreft het in veruit de meeste gevallen (informele) adoptie van (wees)kinderen binnen het eigen familienetwerk. De biologische ouders spelen daarbij geen of een marginale rol. Het project start met informatiebijeenkomsten. Deskundigen uit de eigen - Marokkaanse of Turkse - kring, de imam, de voorzitter van een moslimvereniging of een moeder met ervaring in de pleegzorg worden ingeschakeld om voorlichting te geven over de Nederlandse pleegzorg. Zij kennen de islamitische begrippen, de koran, de verhalen en legendes en, van wezenlijk belang, zij kunnen ze in de juiste context plaatsen. Zij zijn in staat om de verschillende beelden over pleegzorg bij elkaar te brengen.
Tijdens de bijeenkomsten wordt gevraagd of de aanwezigen pleegkinderen zouden willen opvangen. De bereidheid daartoe blijkt bijzonder groot. Religieuze motivatie is hierbij van groot belang. Begrippen als barmhartigheid, naastenliefde, genade en beloning hebben voor moslims een wezenlijke betekenis. Het goed zorgen voor kinderen en genegenheid aan hen tonen is binnen de islam prijzenswaardig. Mohammed zelf dient als voorbeeld: hij heeft als kind bij een oom gewoond en op zijn beurt later de kinderen van deze oom weer opgevangen.

STAP-training niet altijd geschikt

Bij de bereidheid om pleegouder te worden blijken godsdienstige motieven een belangrijke rol te spelen. Voor een verdergaande betrokkenheid bij pleegzorg is echter meer nodig. Elke toekomstige pleegouder moet beseffen wat er allemaal komt kijken bij de opvang van een pleegkind. De wervingsactie in Brabant resulteert in 24 aspirant-moslimpleeggezinnen. Al gauw blijkt dat de pleegzorginstelling onvoldoende is voorbereid op de komst van deze potentiële pleegouders. Ook zij moeten het voorbereidingstraject volgen, maar de reguliere STAP-training blijkt voor de meeste van deze gezinnen problemen op te leveren. De gebruikte opdrachten blijken islamitische ouders te weinig herkenning te bieden. Met een aantal werkvormen, zoals het rollenspel, kunnen zij niet overweg. Bepaalde zaken zoals bijvoorbeeld seksualiteit kunnen niet besproken worden in de gemengde man-vrouw groepen. Enkele ouders hebben een te laag opleidingsniveau. Slechts drie gezinnen volgen uiteindelijke de volledige STAP-training. Voor de overige gezinnen wordt de procedure tussentijds aangepast. Zij krijgen individueel of met een klein groepje eerst meer algemene informatie over pleegzorg. Vervolgens krijgen ze tijdens huisbezoeken de gelegenheid om meer persoonlijke aspecten aan de orde te stellen.
Niet alle 24 gezinnen komen uiteindelijk in het bestand van de pleegzorgvoorziening terecht. Een aantal haakt af. Maar door de goede ervaringen van degenen die wel doorgaan, melden zich weer andere gezinnen. Op dit moment zijn er in de regio Midden-Brabant 16 islamitische pleeggezinnen actief. Zij bieden alle verschillende vormen van opvang aan. Sommige pleegouders hebben aangegeven dat ze ook Nederlandse kinderen willen opvangen. Dit is tot nu toe nog niet gebeurd. Zij zijn juist als pleeggezin geworven om kinderen van eenzelfde cultuur te kunnen opvangen. Over het algemeen wordt een Turks kind in een Turks gezin en een Marokkaans kind in een Marokkaans gezin geplaatst. Wel komt het voor dat een Algerijns kind in een Marokkaans gezin terecht komt of een Marokkaans kind in een Turks gezin. Dit heeft in de voorkomende gevallen niet tot problemen geleid.

Respect

Voor het pleegkind heeft opvang binnen de eigen gemeenschap voordelen. De omgeving is vertrouwd. De normen, de waarden, de omgangsvormen, het eten en de feesten zijn bekend. Er zijn nog meer voordelen. Wat te denken van het Turkse pleegkind dat in de zomervakantie samen met zijn pleegouders zes weken mee naar Turkije gaat? Soms zal het kind zelf de voordelen niet direct zien. Van Gorp vertelt over een Marokkaanse pleegmoeder die haar pleegdochter van 16 jaar letterlijk voor de deur moest tegenhouden, toen zij naar een vriend wilde gaan. De pleegmoeder overzag de consequenties van deze actie voor het meisje - uitstoting uit de gemeenschap -, terwijl het meisje dit zelf niet kon overzien. Later was het meisje haar pleegmoeder dankbaar. Een 15-jarig meisje woont in een Turks pleeggezin. Ze voelt zich afgewezen door haar ouders. Ze is een heel opstandige puber. Haar gedrag wordt steeds vrijer en ze gaat kleding dragen die steeds meer afwijkt van die van de pleeggezinsleden. Het pleeggezin heeft hier last van. De pleegzorgbegeleider spreekt haar aan op haar gedrag en kleding. De situatie verandert niet. Pas als zij gewezen wordt op het respect dat zij jegens ouderen dient te tonen, bindt ze in.

Insiders

De diversiteit onder allochtonen is groot. Voor een goede matching heb je insiders nodig. Om te kunnen bepalen of kind en pleeggezin bij elkaar passen moet je goed op de hoogte zijn van allerlei culturele en religieuze achtergronden. Het is, binnen deze regio, de taak van Bureau Jeugdzorg om aan ouders de vraag te stellen of zij willen dat hun kind, in het geval van een uithuisplaatsing, in hun eigen familienetwerk of cultuur geplaatst wordt. Van de moslimpleeggezinnen wordt gevraagd om de vorm die zij in hun dagelijks leven aan hun geloof geven nader toe te lichten. Er wordt met hen gesproken over het bezoek aan de moskee, het bidden, de normen en waarden die gebezigd worden, de verplichting om een hoofddoek te dragen en over de mate waarin het kind zich aan hen moet aanpassen. Bij de plaatsing van een kind geeft dit duidelijke handvatten.

Koppelbegeleiding

Om de gezinnen te begeleiden heeft de Voorziening voor Pleegzorg Midden-Brabant het aantal Turkse en Marokkaanse pleegzorgwerkers vergroot. Elk pleeggezin wordt begeleid door een koppel, een Nederlandse en een Turkse of Marokkaanse pleegzorgwerker. De Nederlandse begeleider is goed op de hoogte van de Nederlandse gebruiken en kan daar voorlichting over geven. De meerwaarde van de Turkse of Marokkaanse begeleider is niet alleen dat die letterlijk dezelfde taal spreekt als het pleeggezin, maar ook dat hij hen inhoudelijk beter begrijpt. Chris van Gorp noemt een Turks gezin dat hij jaren geleden begeleidde, een opa en oma met drie kleinkinderen. Het contact was uitstekend, de mensen vertelden hem openlijk als er iets niet goed ging, hij hielp hen bij het invullen van hun belastingformulieren en uit Turkije brachten ze altijd een slof sigaretten voor hem mee. Op een dag nam hij zijn nieuwe Turkse collega mee op huisbezoek. Toen de grootouders met hem in gesprek raakten, leken ze wel andere mensen, zo veel emotioneler gedroegen zij zich. Bij het opvangen van pleegkinderen, zeker als het je kleinkinderen zijn, komen veel emoties en persoonlijke ervaringen los. Die kun je toch het beste uiten in je eigen taal of dialect.

Conclusie

De Voorziening voor Pleegzorg Midden-Brabant steekt veel tijd en energie in de ontwikkeling van de moslimpleegzorg. Hun inspanningen hebben er toe geleid dat in Tilburg en omgeving een aantal islamitische gezinnen daadwerkelijk betrokken is geraakt bij pleegzorg. Ook andere voorzieningen proberen een bestand van moslimpleeggezinnen op te bouwen. Wellicht kunnen zij gebruik maken van de Tilburgse expertise. Het merendeel van de moslimpleegkinderen wordt echter nog steeds in niet-islamitische pleeggezinnen opgevangen. Zolang dit het geval is, zouden er aan pleegouders cursussen aangeboden moeten worden waarin aandacht besteed wordt aan de opvang van islamitische kinderen en het omgaan met hun cultuur en godsdienst.


Islam, Koran en overlevingen

"De ouders hebben als taak om de kinderen de liefde voor Allah en zijn Profeet (vzmh) bij te brengen. Het is belangrijk om het aangeboren gevoel voor geloof bij kinderen te stimuleren. Bij alles wat de ouders de kinderen leren is het belangrijk dat zij zorgen dat zij zelf een goed voorbeeld zijn. Een van de belangrijkste dingen, die de ouders het kind moeten leren is het gebed. De Profeet (vzmh) zei: Wanneer jullie kinderen de leeftijd van zeven jaar bereiken, vraag hen om het gebed te verrichten en straf hen wanneer ze tien jaar oud zijn en een fout hierin maken, en laat hen in aparte bedden slapen." (Aboe Dawoud)

"Het is heel belangrijk om de kinderen gelijk te behandelen. Het is onrechtvaardig om het ene kind meer te geven dan het andere. In een overlevering staat: Wanneer u uw kinderen geschenken geeft, wees rechtvaardig…" (Baihaki en Tabarani)

"Ieder kind wordt geboren met de natuurlijke gehoorzaamheid aan Allah, zijn ouders maken van het kind vervolgens een jood, of een christen of ze maken een vuuraanbidder van hem." (Bukhari hadith nr. 1296 en Moesliem hadith nr. 4704)

alle uitspraken uit: ‘opvoeding in de islam’ www.maghrebonline.nl en www.moslim_online.nl

 


Bijbel

Mattheüs 23:37 Jezus antwoordde: "Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede gebod is even belangrijk als het eerste: u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Alles in de Wet en in de Profeten hangt af van deze twee geboden".

1 Timoteüs 5:18 Zeg hun wél te doen, rijk te worden door goede werken, vrijgevig te zijn en met anderen te delen.

Efeziërs 6:4 Ouders, maak uw kinderen niet kwaad, maar breng ze groot door ze te vormen en te vermanen zoals de Heer dat wil.