artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

Fusie en de-fusie in pleegzorgland

Wat verandert er voor pleegzorgwerkers en pleegouders?

auteur: Femke van den Berg

1 januari 2003 wordt een belangrijke dag in pleegzorgland. Op die dag moeten de fusies in de jeugdhulpverlening een feit zijn. Dan dienen de Voorzieningen voor Pleegzorg zich los gemaakt te hebben van de plaatsende organisaties op het gebied van de jeugdzorg. Als pleegouder merkt u niet zoveel van deze verandering. Als medewerker in de pleegzorg des te meer.

De fusies in de jeugdhulpverlening zijn ingegeven door de nieuwe Wet op de Jeugdzorg, die per 1 januari 2004 van kracht wordt. Door de nieuwe wet is er straks nog maar één toegangspoort tot de jeugdzorg: het Bureau Jeugdzorg. Binnen dit Bureau werken de verschillende instanties op het gebied van jeugdzorg en jeugdhulpverlening intensief samen. Hulpverleners van het Bureau onderzoeken wat er aan de hand is met een kind dat zich aanmeldt en welke vorm van zorg het meest geschikt is voor het kind. Dit wordt vervolgens vastgelegd in een indicatiebesluit. Met dit indicatiebesluit in de hand kan het kind aanspraak maken op de zorg die hij of zij volgens het besluit nodig heeft. Anders dan in de huidige wetgeving is in de nieuwe wet namelijk het recht op jeugdzorg verankerd. Er komt dus een acceptatieplicht; instellingen mogen kinderen alleen nog afwijzen als ze kunnen aantonen dat ze geen budget (meer) hebben om ze te helpen.

Fusie en de-fusie

Om de Bureaus Jeugdzorg goed te laten functioneren, zijn fusies van de verschillende instanties die zich bezighouden met jeugdzorg onvermijdelijk. Die fusieprocessen zijn momenteel in volle gang. Tegelijkertijd vindt er echter ook een grootscheeps de-fusieproces plaats. De nieuwe wet bepaalt namelijk dat plaatsende en opnemende voorzieningen straks niet meer in één en dezelfde organisatie mogen zitten. Dat betekent dat (gezins)voogdij-instellingen (plaatsers) en Centra voor Pleegzorg (opnemers) verplicht moeten scheiden om op zoek te gaan naar andere partners. Met name de Centra voor Pleegzorg lijken daarbij gewild: vooral internaten dingen verwoed naar hun gunsten. Desondanks kost het (de-)fusieproces de betrokken pleegzorgvoorzieningen de nodige hoofdbrekens. Geen wonder ook, want bij een nieuwe organisatiestructuur horen immers vaak ook nieuwe taken, nieuwe collega’s, een nieuwe werkplek of een andere organisatiecultuur. Dat alles bij elkaar brengt natuurlijk een hoop onzekerheid met zich mee.

Pleegzorgwerkers

Daar kan Emily Groenewegen, werkzaam bij de Stichting Jeugdzorg Zuid-Holland Noord, afdeling Therapeutische GezinsVerpleging, van meepraten. Haar organisatie bevindt zich midden in het fusieproces. Groenewegen: "Ook hier heerst nog veel onduidelijkheid en dat maakt dat de medewerkers zich ontredderd voelen. Doordat de fusie van overheidswege is opgelegd, hebben velen het idee dat er ‘over hun hoofden heen’ wordt beslist en dat is natuurlijk geen prettig gevoel. Bovendien bestaat de indruk dat de provincie, die de voortrekkersrol vervult in het fusieproces, zich vooral laat leiden door bestuurlijke overwegingen en weinig oog heeft voor werkinhoudelijke criteria. Veel collega’s zijn daarom bang dat de verworvenheden van de eigen organisatie verloren zullen gaan in het fusiegewoel. Dat gevoel wordt nog versterkt door de machtsspelletjes die aan de top van de fuserende organisaties worden gespeeld. Aan de andere kant is het personeel ook niet blind voor de voordelen van de fusie. Zo zal de financiële slagkracht van de nieuwe organisatie waarschijnlijk groter zijn dan die van de huidige Stichting Jeugdzorg en worden de lijntjes naar de nieuwe partners van de pleegzorg, bijvoorbeeld kindertehuizen, korter. Dat komt ons werk uiteindelijk vast en zeker ten goede."

Pleegouders

Het zal echter nog wel even duren voor het zover is, want het fusieproces kost de betrokkenen aardig wat hoofdbrekens. In sommige provincies zal het nog best wat voeten in de aarde hebben, voordat de Bureaus Jeugdzorg volledig naar tevredenheid functioneren. Groenewegen: "Voorlopig zijn we allemaal nog heel druk met het optuigen van de nieuwe organisatie. Zo druk zelfs, dat we soms op de valreep nog afspraken moeten afzeggen, zelfs met pleegouders, omdat er weer eens moet worden vergaderd." Toch zullen pleegouders over het algemeen niet zoveel merken van de fusieveranderingen. Ook tijdens en na de fusie kunnen zij - in de meeste gevallen - met al hun vragen gewoon terecht bij hun eigen begeleider. Pleegmoeder Antoinette van Wijngaarden weet dat uit ervaring: "Ondanks het opgaan van Pleegzorg Amstelstad in de fusie-organisatie SaC-Amstelstad bleef voor ons alles bij het oude; we merkten nauwelijks dat er gefuseerd werd. Wel zagen we dat onze begeleidster erg bezig was met het fusieproces. Zij vertelde ons op een gegeven moment dat het samengaan van al die jeugdzorgorganisaties op haar een grote impact had. De organisatiestructuur veranderde en dat bracht een hoop gedoe met zich mee."

Gedoe of niet, uiteindelijk zal de rust wel weer in de tent terugkeren. Dat is tenminste de verwachting van Emily Groenewegen: "Het verleden leert dat fusies voor de betrokken partners uiteindelijk meestal positief uitvallen. Laten we hopen dat dat ook ditmaal het geval zal zijn."