artikel uit Mobiel 6, december/januari 2002/3

Beste lezers

Door: Rick van de Locht, redacteur

‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes. Hanneke en Janneke, dat waren dikke vriendjes.’

Waarschijnlijk herkent u meteen de eerste twee regels van een heel oud volksliedje. Het verhaal gaat dat de schrijver van dit kinderliedje een jonge student uit Utrecht was. Elke ochtend om half negen, als hij begon met studeren, zag hij twee meisjes hand in hand naar school lopen. Hij besloot een liedje over hen te schrijven.

De jonge student wilde graag sociaal wetenschapper worden en dat was al wel een beetje te merken. Zijn kinderliedje mocht onder geen voorwaarde van de sociale werkelijkheid afwijken. Hij wilde de kinderen de waarheid laten zingen. Zodoende begon hij aan een observatie van het gedrag van de meisjes en stuitte meteen op een probleem. De meisjes woonden in hetzelfde huis, maar waren geen zusjes, dat kon je van veraf al zien. Ze waren wel dikke vriendjes. Hoe zat de vork in de steel? Om antwoord op die vraag te krijgen besloot hij een interview met hun moeder te houden. De meisjes bleken Hanneke en Janneke te heten, pleegzusjes te zijn en de paraplu was van de biologische moeder van Hanneke.
Na zijn onderzoekje begon hij aan de tekst van het kinderliedje. Na eindeloos zwoegen was dit het beste resultaat: "Onder de paraplu van de biologische moeder van Hanneke liepen eens twee kindjes. Hanneke en Janneke dat waren twee pleegzusjes". Het was zoals de vork in de steel zat, maar klonk nergens naar! Niet geheel tevreden zag hij in dat de werkelijkheid te complex was om in een kinderliedje te stoppen. Hij schrapte wat woorden en kwam uit op de tekst die u allemaal kent.

Om u niet helemaal in het duister te laten tasten over dit verhaal, zal ik uitleggen hoe ik eraan kom. Dit jaar wil ik afstuderen in Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Daarvoor moet ik een scriptie schrijven, een onderzoek doen en stage lopen. Mijn onderwerp is pleegzorg geworden en ik mag stage lopen bij Mobiel.