‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes. Hanneke en
Janneke, dat waren dikke vriendjes.’
Waarschijnlijk herkent u meteen de eerste twee regels van een heel
oud volksliedje. Het verhaal gaat dat de schrijver van dit kinderliedje
een jonge student uit Utrecht was. Elke ochtend om half negen, als
hij begon met studeren, zag hij twee meisjes hand in hand naar school
lopen. Hij besloot een liedje over hen te schrijven.
De jonge student wilde graag sociaal wetenschapper worden en dat
was al wel een beetje te merken. Zijn kinderliedje mocht onder geen
voorwaarde van de sociale werkelijkheid afwijken. Hij wilde de kinderen
de waarheid laten zingen. Zodoende begon hij aan een observatie van
het gedrag van de meisjes en stuitte meteen op een probleem. De meisjes
woonden in hetzelfde huis, maar waren geen zusjes, dat kon je van
veraf al zien. Ze waren wel dikke vriendjes. Hoe zat de vork in de
steel? Om antwoord op die vraag te krijgen besloot hij een interview
met hun moeder te houden. De meisjes bleken Hanneke en Janneke te
heten, pleegzusjes te zijn en de paraplu was van de biologische moeder
van Hanneke.
Na zijn onderzoekje begon hij aan de tekst van het kinderliedje. Na
eindeloos zwoegen was dit het beste resultaat: "Onder de paraplu
van de biologische moeder van Hanneke liepen eens twee kindjes. Hanneke
en Janneke dat waren twee pleegzusjes". Het was zoals de vork
in de steel zat, maar klonk nergens naar! Niet geheel tevreden zag
hij in dat de werkelijkheid te complex was om in een kinderliedje
te stoppen. Hij schrapte wat woorden en kwam uit op de tekst die u
allemaal kent.
Om u niet helemaal in het duister te laten tasten over dit verhaal,
zal ik uitleggen hoe ik eraan kom. Dit jaar wil ik afstuderen in Algemene
Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Daarvoor moet ik
een scriptie schrijven, een onderzoek doen en stage lopen. Mijn onderwerp
is pleegzorg geworden en ik mag stage lopen bij Mobiel.