artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2002

Het bezoek van de gezinsonderzoekster

auteur: Frits Koetsier

Frits Koetsier deelt met ons zijn ervaringen in de pleegzorg en laat ons meegenieten van zijn indrukken. Lees mee over zijn schouder en denk nog eens aan toe het voor u zelf allemaal begon. Kunt u het zich nog herinneren?

Een zonnige middag in het Gooi. Ik had net de stoelen op het terras van kussens voorzien toen de deurbel klonk. Daar stond ze dan. Bep Slager van de Pleegzorgcentrale. Een dame van eind veertig. De gezinsonderzoekster of home finder. Een vriendelijk lachend gezicht keek me aan. Mijn hart smolt een beetje. Zouden ze allemaal zo aardig zijn, dacht ik. We gingen zitten. Zij in de schaduw, ik in het zonnetje. Wat is de bedoeling van vanmiddag, vroeg ik haar. Tenslotte is de pleegzorg nog helemaal nieuw voor me. Zij vertelde me dat voordat mijn vrouw (die op dat moment aan het werk was) en ik konden deelnemen aan de TOPcursus er eerst een paar zaken onderzocht moesten worden.

Een soort ballotage dus, dacht ik. Kom maar op. Zij vroeg of we een kinderwens hadden (nee dus) en of er grote veranderingen op komst waren zoals een verhuizing of verandering van baan (ook niet). Pfff, ik was de eerste ronde door. Daarna legde ze uit dat als mijn vrouw of ik in therapie waren het ook werd afgeraden om aan de cursus mee te doen. Zoeff, ook de tweede ronde gehaald. Daarna verliep het gesprek vlotjes. Waarschijnlijk begon ik me op mijn gemak te voelen of kwam het omdat het zonnetje zo lekker op mijn rug scheen? We nipten aan onze glaasjes Spa en Bep ging door met informatie over de TOPcursus, de Training voor Ouders van Pleegkinderen.

Het programma duurde vier avonden. Van acht tot half elf. Onze groep bestond uit 14 mensen. Plus drie begeleiders, waaronder twee ouders die zelf al pleegkinderen hadden. Handig dacht ik, lekker praktisch praten kan nooit kwaad. Er werd ook nog een vijfde avond belegd met een forum en een veel grotere groep. Wat wordt er allemaal besproken op die avonden, vroeg ik aan de gezinsonderzoekster. Ik kreeg te horen dat het ging over vertrouwen opbouwen met een pleegkind, over het verlies en de rouw van kinderen en over omgaan met seksualiteit. Interessante en belangrijke thema’s.

Mijn denken over pleegkinderen kwam opeens een stuk dichterbij. Best wel confronterend. Goed omgaan met een jongen of meisje of misschien wel allebei, waarvan de ziel geknakt is en het hart nog vol pijn. Niet makkelijk. Geduldig blijven, afspraken nakomen, nieuwe huisregels maken, Bep Slager vertelde het een na het ander. Een aansprekend voorbeeld dat ze gaf was van een echtpaar dat een klein meiske van twee jaar opving. Dit meisje was sterk door haar eigen moeder verwaarloosd en ze trok daarom meteen erg naar haar pleegvader toe. De pleegmoeder deed voor haar niet mee en werd op grote afstand gehouden.

Het duurde meer dan een jaar voordat de pleegmoeder haar voorop in het zitje van de fiets kon zetten zonder tegenstribbelen. En het kleintje een beetje kunnen aanraken en vertroetelen duurde twee jaar. Oeps, zo lang wachten tot je een eerste knuffel kan geven? Wat een offer dacht ik, zou ik dat zelf wel kunnen opbrengen? Het was heel illustratief voor de daarvoor abstract gebleven vreemde begrippen als verstoorde hechting en loyaliteit.

De tijd vloog om en na een tweede glas Spa stelde ik Bep voor om even samen door ons huis te lopen. Dat hoeft niet hoor, zei ze vriendelijk. Heb ik daar nou een uur voor opgeruimd dacht ik, maar gelukkig, na een tweede keer vragen stemde ze toe. Leuk huis met veel ruimte, was de reactie. Bij het tuinhekje namen we afscheid van elkaar. De zon voelde wat warmer aan.