artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2002

Portret ...

van een crisispleegezin

auteurs: Irene Stam

Wat is de samenstelling van uw gezin en wat zijn de activiteiten van de gezinsleden?

Wim: "Ik ben werkzaam binnen de computer-branche en we hebben drie kinderen."
Rene: "We hebben een dochter (Mara) en twee zoons Nico en Joris. Ze zijn 23, 21 en 19 jaar oud en werken alle drie. Ook hebben we nog drie pleegkinderen, waarvan er twee jongens van 6 en 0 jaar bij ons in huis wonen en een pleegdochter van 14 jaar die in een internaat woont en regelmatig in de weekends bij ons komt."

Hoe kwamen jullie ertoe om een pleeggezin te worden?

Wim: "Een collega van mij had pleegkinderen en ik vond het ook wel een mooie gedachte om kinderen die het minder hebben een betere toekomst te geven."
Rene: "We zijn begonnen als een perspectief-biedend pleeggezin, we wilden dus iemand die langer bij ons zou blijven wonen. Ook met het oog op de kinderen, die toen net in de puberteit kwamen. Toen dit mis liep, hebben we besloten om een tijdje als crisispleeggezin te fungeren."

Hoe reageerden je omgeving en familie op het pleegouderschap?

Wim: "Mijn moeder had er grote moeite mee en begint het nu langzaam te aanvaarden."
Rene: "Mijn moeder vond het een zware opgave, maar accepteerde alle kinderen direct. Mijn broers en zussen hebben er geen moeite mee. Ook de vrienden reageerden verschillend. Sommigen zagen het als een last, anderen vonden het knap wat we deden."
Wim: "Op de sportclub van de kinderen werd erg goed gereageerd, ook de vrienden van onze kinderen gingen steeds enthousiast met alle pleegkinderen om."

Hoe ziet de begeleiding van het gezin eruit en voldoet die aan de behoeften?

Rene: "De begeleiding vanuit pleegzorg wisselt per kind dat we opvangen. Met de ene begeleider heb je een beter contact dan met de andere. Het ligt er ook aan hoe lang een kind moet blijven. Voor een paar dagen investeer je niet in een goed contact, als het langer duurt probeer je het -in het belang van het kind - zo goed mogelijk te hebben."
Wim: "Doordat Rene de hele dag thuis is, heb ik weinig contact met de begeleiders. Nu we weer langdurige plaatsingen hebben, probeer ik wel eens bij een gesprek te zijn."

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?

Wim: "Steun hebben we vooral aan elkaar. Alles samen doorpraten is toch beter dan met een hulpverlener. Je moet samen je grenzen bepalen, zowel naar de instanties als naar de kinderen toe."
Rene: "Onzeker ben ik niet meer na zoveel kinderen. Ik wil naderhand wel horen of ik het goed heb gedaan."

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

Rene: "Als het een crisisplaatsing is, is de eerste tijd meestal geheim. Daardoor is er geen contact met ouders en familie of sporadisch contact op kantoor. Dan is het vaak stressen na het bezoek: ouders willen niet dat het kind met mij mee teruggaat en het kind is dan moeilijk te benaderen. Het is loyaal aan de ouders."
Wim: "Het gevolg was dan vaak dat ze een dag of twee onhandelbaar waren: niet eten of bedplassen kwam dan vaak voor."

Welke praktische problemen deden zich voor bij een plaatsing?

Rene: "Kleding. Op het laatst had ik voor alle leeftijden wat spullen in huis. Een crisisplaatsing is vaak een kind zonder kleding en eigen knuffels. Die waren dan ook volop aanwezig in ons huis."
Wim: "Een groot campingbed en kinderstoelen waren ook vaste onderdelen in onze woonkamer."

Hoe gingen jullie kinderen om met de pleegkinderen? Draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt het dit moeilijker?

Wim: "Doordat het kinderen waren die ook weer weg gingen, mochten de kinderen zich niet aan hen gaan hechten. Dit was bij de een makkelijker dan bij de ander. Hun gedrag en achtergrond speelden daar ook een rol in."
Rene: "Als je nu ziet dat ze verzorgende beroepen hebben gekozen, denk ik wel dat daarin het pleeggezin zijn een rol heeft gespeeld. Ik denk dat het goed was, voor hun en hun vrienden, dat ze zagen dat het niet overal koek en ei is."

Zijn er momenten waarop jullie denken ‘hier had ik nooit aan moeten beginnen’?

Wim: "Ja natuurlijk. Vooral toen de eerste plaatsing fout liep, dan denk je: ‘dit doe ik nooit meer’."
Rene: "Ja, er zijn kinderen bij geweest waarvan ik dacht dat ik nooit tot ze door zou dringen. Later bleek het dan allemaal wel mee te vallen, maar op zulke momenten kan het je weleens teveel zijn. Zeker als er dan ook nog andere dingen binnen je gezin of familie niet zo lekker lopen. Spijt heb ik echter nooit gehad."

Beschrijf een ervaring die illustreert ’daar doe ik het voor’?

Wim: "Het feit dat ik achteraf hoorde dat een jongetje dat drie maanden bij ons heeft gewoond, na een jaar nog vertelde op school dat papa Wim elke avond met hem stoeide. Ikzelf had niet echt door dat het zoveel voor hem betekende."
Rene:"Onze pleegdochter van 14 jaar, die nu regelmatig thuiskomt en belt gaf mij met moederdag een beker met daarop: I love mama. Na jaren ruzie en verwijten gaf dit toch een goed gevoel en denk ik ja, wij komen er samen wel!"