artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2002

Wat is het beste pleeggezin voor een pleegkind?

Matching in de pleegzorg

auteur: Emilie Groenewegen en Gabrielle Langhout

Voor pleegzorg is matching een belangrijk begrip: het gaat om een goede afstemming tussen de pedagogische vraag van pleegkinderen en het pedagogisch aanbod van pleeggezinnen. Twee onderzoekers van de Universiteit van Groningen, Johan Strijker en Tjalling Zandberg, presenteerden deze zomer hun resultaten in een boekje ‘Matching in de pleegzorg’. Het boek is een wetenschappelijk onderzoek vol tabellen en ingewikkelde onderzoekstermen. Geen doorsnee leesvoer voor pleegouders. Maar er zijn verrassende uitkomsten, zeker ook voor pleegouders. Hieronder lichten we de eindconclusie van het onderzoek toe.

In het onderzoek zijn 136 pleegkinderen betrokken. Gekeken werd naar het ontwikkelingsverloop en een eventuele voortijdige beëindiging van de plaatsing in een pleeggezin. De onderzoekers zochten naar een soort beslissingshulpmiddel in de matching, waarbij het succes van een plaatsing zo groot mogelijk kan zijn. In de slotconclusie zijn vier typen pleegkinderen en vier typen pleeggezinnen omschreven. Aan de hand van een schema kun je min of meer voorspellen of een plaatsing succesvol (= niet voortijdig afgebroken) zal zijn. Uit de conclusies komt dat voor één type pleegkind geen ‘geschikt’ pleeggezin bestaat en dat één type pleeggezin ongeschikt is (en dat is schokkend om te horen als pleegouder) voor welk type pleegkind dan ook.

Pleegkinderen

De vier typen pleegkinderen zijn: Teruggetrokken/Sociale problemen, Agressief/Delinquent/Sociale problemen, Aandachtsproblemen/Sociale problemen en Normaal. Het zijn ingewikkelde omschrijvingen voor vier typen problemen, die in het onderzoek naar voren kwamen. Zo’n 39% van de pleegkinderen (tussen 0 en 17 jaar, 46% jongens en 54% meisjes) wordt omschreven als ‘normaal’. Voor 11% geldt de kwalificatie Teruggetrokken/Sociale problemen. De andere twee groepen vertegenwoordigen 24% en 26% van de pleegkinderen.

Pleeggezinnen

Ook voor pleeggezinnen zijn vier typen omschreven in het onderzoek. Betrokken pleegouders vormen 20% van de populatie. Conformerende pleegouders (24%), Fragiel-gestructureerd (20%) en Structuurgezinnen (36%) zijn benamingen van de andere typen pleegouders. In het onderzoek staan de vier typen uitgewerkt. Zo leggen conformerende pleegouders een sterke nadruk op aanpassing en conformiteit aan vaste regels, sociale normen en gewoonten. De leden van het structuurgezin controleren elkaar op hun doen en laten en het gezin is goed georganiseerd in de uitvoering van de dagelijkse taken. Het betrokken type pleeggezin lijkt op het gemiddelde pleegzin (qua onderzoeksscores) en kenmerkt zich door een grote sociale en maatschappelijke betrokkenheid en de geringe nadruk op het naleven van normen en op aanpassing aan het gezin, de school en de samenleving. In het fragiel-gestructureerde pleeggezin worden weinig eisen gesteld aan het kind. Er is weinig nadruk op aanpassingen, het leveren van prestaties en het handhaven van normen.

Combinaties

Dat betekent dat het betrokken pleeggezin (20%) een groot risico tot voortijdige afbreking van de plaatsing laat zien. Voor Teruggetrokken pleegkinderen met sociale problemen (11%) bestaan er eigenlijk geen - op voorhand - geschikte pleeggezinnen. De kans is groot dat plaatsingen van deze pleegkinderen het geplande einde niet halen!

Het onderzoek geeft weliswaar antwoorden, maar roept zeker ook veel nieuwe vragen op. Een vervolgonderzoek is daarom al in voorbereiding. Want bij matching zijn zoveel factoren en elementen belangrijk, dat verdere uitdieping zeker voor verdere professionalisering van de pleegzorg geen overbodige luxe is! l

Gegevens boek:
Matching in de pleegzorg, Hulpvraag versus aanbod door Johan Strijker en Tjalling Zandberg, Uitgeverij SWP, Amsterdam, 2001, € 12,50, ISBN 90 6665 455 4.