artikel uit Mobiel 5, oktober/november 2002

Wie het weet ...

mag het zeggen

auteur: redactie

In deze rubriek komen dilemma’s aan de orde die in ieder pleeggezin zouden kunnen voorkomen. Steeds wordt een dilemma beschreven en in de volgende Mobiel wordt aangegeven hoe ermee werd omgegaan in het pleeggezin. Als u suggesties heeft voor een oplossing of ervaring met een vergelijkbare situatie, wordt u van harte uitgenodigd de redactie daarvan op de hoogte te stellen. Schrijf voor 11 november naar Postbus 8711, 4820 BA Breda of via de email:

Nemen we alleen nog maar meisjes op?

Ze heeft er zin in. De paar weken die we moeten wachten op onze eerste (crisis)plaatsing duren haar veel te lang. Totdat er, toch nog onverwacht, gebeld wordt: een jongetje van 6 jaar. Ze haalt de duplotrein van zolder en de autootjes uit de kelder. Onze achtjarige Simone stort zich vol enthousiasme op haar rol als grote zus. Maar gaandeweg vindt ze het steeds minder leuk worden. Waarom heeft hij eigenlijk de grootste kamer? Waarom heeft hij geen eigen speelgoed? Waarom moet hij de hele tijd zo de aandacht trekken?
Na Raymond komt Sylvia van vijf, een heel klein, helemaal in zichzelf gekeerd meisje. Simone spreidt een engelengeduld ten toon. Uren zit ze met haar te knutselen of haar voor te lezen. Ze is de enige van ons gezin die Sylvia zo nu en dan een lachje weet te ontfutselen.
Met Esther van 11 hebben wij als pleegouders heel wat te stellen. Ze weet wel erg goed van de hoed en de rand. Simone daarentegen vindt het prachtig; ze leert allemaal nieuwe dingen.
Ook Charlie wordt met open armen door Simone ontvangen. Maar het gaat al snel mis. Ze vindt hem vreselijk. In haar ogen kan hij niets goed doen.
Na zijn vertrek hebben we een ernstig gesprek. "Simone, vind je alle jongens stom?" "Ja mam, eigenlijk wel". Ze schrikt zelf van haar antwoord. Ik ook. Wat moeten we nu doen? Alleen nog maar meisjes opnemen? (AvW)

Een pleegmoeder
Wat doe je je kind aan met al die wisselingen?

In de vorige Mobiel stond het verhaal van Francis, een kleuter nog. Ze heeft nu twee keer meegemaakt dat er een einde kwam aan een crisisplaatsing. Dat had (tijdelijk) gevolgen voor haar gedrag. Haar moeder vroeg zich hardop af wat ze haar kind aandoet door het bewust zulke ingrijpende gebeurtenissen te laten meemaken. Een collega-pleegmoeder antwoordde dat kleuters misschien ook wel erg kwetsbaar zijn, maar dat haar ervaring is, dat je ze toch kunt voorbereiden op een naderend afscheid. De veerkracht van (kleine) kinderen is groot en omdat de beide ouders en eventuele broertjes en zusjes toch de stabiele factor zijn, kunnen tijdelijke pleegbroers en -zussen er best bij. Een andere inzender beaamt dat dit een lastige kwestie is: "Voor mij ligt de grens bij mijn eigen kinderen. Aan de ene kant vind ik het heel belangrijk dat ze meemaken dat er ook kinderen zijn die niet zo’n gemakkelijk leven hebben als zijzelf. Maar er is wel een grens. En die ligt bij de leden van mijn gezin. Als daar iemand helemaal ‘afhaakt’ tijdens een plaatsing, dan wordt het tijd voor een periode rust, zonder pleegkind. Daarom is crisisopvang ons op het lijf geschreven!"