artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2002

Portret ...

van twee Finse pleegezinnen

auteurs: Gabrielle Langhout

Op de IFCO-conferentie die van 8 tot en met 11 augustus in Tampere in Finland werd gehouden, waren heel veel pleegouders aanwezig. De redactie van Mobiel raakte aan de praat met een pleegmoeder, Helmi en een pleegouderechtpaar, Antti en Kerttu, die een gezinshuis hebben. We vroegen hun antwoorden op de enigszins aangepaste vragen van deze rubriek.

Helmi

Helmi is 49 jaar en werkt parttime met gehandicapte kinderen in dagbehandeling. Ze woont met haar man (52 jaar, technisch monteur bij een instelling) en twee pleegdochters van 16 en 18 jaar in een stad op zo’n dertig kilometer van Tampere. De pleegdochters gaan beiden nog naar school en hebben duidelijke plannen voor hun toekomst. De oudste wil dokter worden en de jongste wil het onderwijs in en als dat niet lukt een boerderij gaan beheren. De meisjes zijn zusjes en wonen nu al bijna twaalf jaar bij Helmi en haar man. Naast haar werk en haar pleegmoederschap, is ze ook trainer voor nieuwe pleegouders in haar regio.

Hoe kwamen jullie ertoe om een pleeggezin te worden?

"We hebben altijd al kinderen willen hebben. En het was ook een zoete inval hier. Kinderen van buren, vrienden en familie waren altijd bij ons thuis. Zelf konden we geen kinderen krijgen, dus was pleegzorg voor ons een oplossing."

Hoe reageerden je omgeving en familie op het pleegouderschap?

"We kregen en krijgen veel steun. Iedereen had deze stap wel verwacht. Ook onze pleegdochters wilden heel graag bij ons wonen. Onze ouders vonden het fijn om grootouders te worden."

Hoe ziet de begeleiding van het gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

In het begin kregen we meer begeleiding dan nu, maar dat is logisch, want toen hadden we ook meer nodig! Nu zien we de maatschappelijk werker zo’n zes keer per jaar. En dat is genoeg."

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?

"Ik ben niet zo onzeker. Na alle beginproblemen heb ik nu een rotsvast vertrouwen in de toekomst. Mijn echtgenoot is mij tot grote steun, hij is mijn rots. De meisjes willen wel doorlopend de garantie dat ze altijd bij ons mogen blijven. Van mij mag het!"

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

"Hun vader is al meer dan tien jaar geleden vertrokken om nooit meer terug te komen. Moeder woont ver weg en komt één keer per jaar op bezoek. Dat is genoeg. We hebben plannen om de kinderen te adopteren."

Zijn er momenten waarop je denkt: ‘Hier had ik nooit aan moeten beginnen’?

"Nee, die heb ik nooit gehad. Ook al zat ik onder de blauwe plekken of beten ze me uit pure onmacht, zo’n gedachte heb ik nooit gehad."

Beschrijf een ervaring die illustreert ‘daar doe ik het voor’?

"De meiden zijn mijn kinderen. Ik denk niet aan mezelf als pleegmoeder, maar als hun moeder die hen de kans geeft op een nieuw leven!"

Annti en Kerttu

Annti en Kerttu runnen samen een gezinshuis. Ze zijn beiden in dienst bij een pleegzorgorganisatie en krijgen daarnaast budget om professionele hulp in te kopen. Ze zijn inmiddels bijna 60 jaar en hebben sinds 1979 ervaring als pleegouders. In 1999 verbouwden ze een oude school tot gezinshuis en nu wonen acht jongeren (vier jongens en vier meisjes) van 12 tot 17 jaar in hun huis. Kinderen die langdurig of voor korte tijd uithuis geplaatst zijn, nemen zij op. De minimumleeftijd is zeven jaar. Er is één broer-zus-plaatsing bij de acht kinderen die nu onder hun hoede geplaatst zijn.

Hoe kwamen jullie ertoe om een pleeggezin te worden?

Antti: "We konden geen kinderen krijgen en wilden graag toch iets doen voor kinderen. Adoptie was in de jaren ’70 nog niet zo gewoon, dus dit was een goed alternatief."

Hoe reageerden je omgeving en familie op het pleegouderschap?

Kerttu: "We kregen veel steun. Toen we net gestart waren, werkten we beiden nog buitenshuis en kregen veel hulp van onze omgeving. We hebben, voordat we dit gezinshuis begonnen, acht kinderen groot gebracht, waaronder veel broerjes en zusjes!"
Antti: " We hebben op dit moment contact met een gezinshuis bij ons in de buurt. Dat is fijn. We kunnen ervaringen uitwisselen en de kinderen kunnen zien dat er ook andere kinderen zijn die in eenzelfde situatie zitten."

Hoe ziet de begeleiding van het gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?

Antti: "Maatschappelijk werkers hebben weinig tijd, net zoals vast ook in Nederland. Dat was wel eens onvoldoende in de begintijd. Nu zijn we toch meer een soort bedrijf en kopen we gerichte hulp in. Wij bepalen wat we nodig hebben. Soms ook voor onszelf. Nu gaat het allemaal veel gemakkelijker."

Hoe ziet het contact met de ouders en familieleden eruit?

Kerttu: "Dat hangt natuurlijk heel erg af van de situatie van het kind. Sommige kinderen hebben helemaal geen contact meer en dat vind ik jammer. Wij vinden contact met hun ‘wortels’ heel erg belangrijk. Daarom is er in ons huis ook een logeerkamer, zodat ouders kunnen blijven slapen. Een van de sprekers tijdens de conferentie zei: "Het halve werk is gedaan als je goed contact hebt met de geboorte-ouders van je pleegkind". En dat is heel erg waar!"

Zijn er momenten waarop je denkt: ‘Hier had ik nooit aan moeten beginnen’?

Antti: "Vroeger dacht ik dat wel eens. Maar nu, met alle ervaringen en de ontwikkelingen in onze eigen rol als pleegouders, weten we precies wat we aankunnen. We kunnen trouwens alle ondersteuning die we nodig achten, inkopen. Dus we staan stevig in onze schoenen.

Beschrijf een ervaring die illustreert ‘daar doe ik het voor’?

Kerttu en Annti: "Pleegouder zijn is onze lifestyle. We zouden niet zonder kunnen en het zo weer doen!" l