artikel uit Mobiel 4, augustus/september 2002

thema: Volwassen pleekinderen op hun levenspad

'Het wordt tijd dat ik ga ...'

Door: Gabrielle Langhout

We zitten in de keuken. Even rustig praten. Zijn vriendin Ilse is er en zijn ouders zijn ook thuis. Zijn ouders zijn eigenlijk zijn pleegouders, maar: "het is gewoon mijn familie dus noem ik ze mijn ouders". Floris is 24 jaar en woont vanaf zijn derde levensjaar in dit pleeggezin. Ik praat met hem over zijn leven als pleegkind en zijn leven nu. Weloverwogen formuleert hij zijn levensverhaal.

"Van de periode tot mijn derde weet ik weinig. Crisisplaatsingen in andere gezinnen, geloof ik. Vaag herinner ik me dat een man van pleegzorg mij bij deze ouders bracht. Het is allemaal niet zo duidelijk. Ik ben het vergeten."

Geluk gehad

Floris kwam terecht in een groot gezin. De pleegouders hadden vier eigen kinderen: een dochter en drie zonen. Floris is zeven maanden jonger dan hun jongste zoon. Floris: "We zijn dus samen opgegroeid. Dat was best gezellig. Altijd iemand om mee te spelen. Ik heb geluk gehad met dit gezin. Ik heb veel geleerd van mijn oudere pleegbroers en -zus. En mijn ouders zijn echt goed. Alle kinderen hebben veel respect voor het werk dat ze doen. Ik bots wel eens met mijn moeder, maar dat hoort er misschien wel bij. Ze moet natuurlijk hard werken met zo veel kinderen in haar huis. Maar als ik thuiskom uit mijn werk en zij zit met een kop koffie in de tuin, kan ik het niet nalaten om haar daarmee te plagen: ‘wat een rustig leventje heb je’. Ze vindt dat niet leuk, terwijl ik het niet zo gemeen bedoel."

Labiel

"Mijn biologische moeder heeft nog meer kinderen. Ik heb een halfbroer. Die woont bij een echtpaar zonder kinderen. We bellen elkaar nog wel eens. Hij heeft een heel ander leven. Ik had het contact met andere kinderen hier niet willen missen. Mijn zusje en mijn halfzusje wonen samen in hetzelfde pleeggezin. Contact is er nauwelijks. Hun pleegouders hebben dat altijd afgehouden. Achteraf snap ik wel dat mijn moeder niet voor ons kon zorgen. Ze is labiel, heeft geen benul van wat kinderen nodig hebben. Nu nog hoor. Ze belt mij alleen als ze mij nodig heeft. Laatst had ze een beroerte gehad, was gedeeltelijk verlamd en sprak heel slecht. Dat doet me dan wel wat, maar ik baal ervan dat ze alleen contact opneemt als het met haar slecht gaat. Ik kan op geen enkele manier bij haar terecht."

Verhuizen

Zo’n acht jaar geleden verhuisde het gezin naar een andere provincie. "Dat was lastig. Ik moest de LTS nog afmaken. Mijn hele netwerk van vrienden was ik in één keer kwijt. Alles moest weer opnieuw opgebouwd worden. Maar het lukte aardig. Als nieuweling kreeg ik extra aandacht van klasgenoten en via een buurjongen leerde ik mensen kennen op voetbal. Ik vind dat ik mijn leven goed op orde heb. Ik heb mijn opleiding afgemaakt en heb een leuke baan op de klussenbus van het bedrijf waar ik eerst verwarmingsmonteur was. Ik sport fanatiek en zit in verschillende voetbalteams. Veel trainen, wedstrijden en toernooien. Als puber èn pleegkind ben ik best onzeker geweest. Voelde me het zwarte schaap. Vooral ook omdat ik niet de MAVO haalde. De andere kinderen in het gezin deden dat allemaal wel. Maar achteraf is dat dus niet zo. Ik hoor er gewoon bij. Het is mijn familie. Toen ik achttien jaar werd, heb ik mijn achternaam veranderd in die van dit gezin. Mijn biologische moeder vond het jammer, maar begrijpelijk."

Dip

"Een paar jaar geleden liep een zeer problematische relatie met een meisje stuk. Ik stortte compleet in. Een psychiater heeft mij toen geholpen. Nou ja, hij luistert, ik vertel en hij stelt de juiste vragen. Het was een flinke afstand fietsen door de bossen om bij zijn praktijk te komen en dan kon ik onderweg goed nadenken. Het is een goed proces geweest. Ik ben er sterker uitgekomen. Het was wel grappig dat mijn moeder me na deze ervaring verbood om een half jaar lang nog meisjes mee naar huis te nemen. En daar had ze gelijk in. Het feit dat ik pleegkind ben, had niet zoveel te maken met mijn problemen. Dit zat veel dieper. Ik wil mijn verleden achter me laten. Mijn achternaam is veranderd, ik word er liever niet aan herinnerd. Als mensen er naar vragen, dan geef ik eerlijk antwoord. Maar door diezelfde achternaam, blijven de vragen vaak weg.

Minder druk

Floris woont nog thuis, bij zijn pleegouders. Zijn oudere pleegbroers en -zus wonen niet meer in het ouderlijk huis. Wel is er nog pleegzus, een pleegkind van zijn pleegouders. Zij is dertien jaar. Floris lacht: "Mijn ouders hebben grote kinderen, worden een dagje ouder en nu zitten ze opgescheept met twee pleegkinderen. Voor mijn pleegzus moeten ze sowieso nog vijf jaar zorgen, maar ja. Ik ben 24 en woon hier ook nog.
Officieel sta ik op het punt om uit huis te gaan. Maar het is lastig. Ik moet belangrijke beslissingen nemen. Mijn moeder dringt er wel erg op aan dat ik vertrek. Het komt me nu bar slecht uit. Ze mag er wel wat minder druk achter zetten. Het wordt tijd dat ik ga, maar de relatie met mijn vriendin verloopt de laatste tijd moeizaam. Wat moet ik beslissen? Samen met Ilse iets kopen leek de afgelopen periode een goed idee, maar dat wil ik nu niet meer. Door de opstelling van mijn moeder wordt het nu zo af en toe heet onder de voeten. Toch wil ik een goede afweging maken. En daar heb ik meer tijd voor nodig!"