We zitten in de keuken. Even rustig praten. Zijn vriendin Ilse is
er en zijn ouders zijn ook thuis. Zijn ouders zijn eigenlijk zijn
pleegouders, maar: "het is gewoon mijn familie dus noem ik ze
mijn ouders". Floris is 24 jaar en woont vanaf zijn derde levensjaar
in dit pleeggezin. Ik praat met hem over zijn leven als pleegkind
en zijn leven nu. Weloverwogen formuleert hij zijn levensverhaal.
"Van de periode tot mijn derde weet ik weinig. Crisisplaatsingen
in andere gezinnen, geloof ik. Vaag herinner ik me dat een man van
pleegzorg mij bij deze ouders bracht. Het is allemaal niet zo duidelijk.
Ik ben het vergeten."
Geluk gehad
Floris kwam terecht in een groot gezin. De pleegouders hadden vier
eigen kinderen: een dochter en drie zonen. Floris is zeven maanden
jonger dan hun jongste zoon. Floris: "We zijn dus samen opgegroeid.
Dat was best gezellig. Altijd iemand om mee te spelen. Ik heb geluk
gehad met dit gezin. Ik heb veel geleerd van mijn oudere pleegbroers
en -zus. En mijn ouders zijn echt goed. Alle kinderen hebben
veel respect voor het werk dat ze doen. Ik bots wel eens met mijn
moeder, maar dat hoort er misschien wel bij. Ze moet natuurlijk hard
werken met zo veel kinderen in haar huis. Maar als ik thuiskom uit
mijn werk en zij zit met een kop koffie in de tuin, kan ik het niet
nalaten om haar daarmee te plagen: ‘wat een rustig leventje
heb je’. Ze vindt dat niet leuk, terwijl ik het niet zo gemeen
bedoel."
Labiel
"Mijn biologische moeder heeft nog meer kinderen. Ik heb een
halfbroer. Die woont bij een echtpaar zonder kinderen. We bellen elkaar
nog wel eens. Hij heeft een heel ander leven. Ik had het contact met
andere kinderen hier niet willen missen. Mijn zusje en mijn halfzusje
wonen samen in hetzelfde pleeggezin. Contact is er nauwelijks. Hun
pleegouders hebben dat altijd afgehouden. Achteraf snap ik wel dat
mijn moeder niet voor ons kon zorgen. Ze is labiel, heeft geen benul
van wat kinderen nodig hebben. Nu nog hoor. Ze belt mij alleen als
ze mij nodig heeft. Laatst had ze een beroerte gehad, was gedeeltelijk
verlamd en sprak heel slecht. Dat doet me dan wel wat, maar ik baal
ervan dat ze alleen contact opneemt als het met haar slecht gaat.
Ik kan op geen enkele manier bij haar terecht."
Verhuizen
Zo’n acht jaar geleden verhuisde het gezin naar een andere
provincie. "Dat was lastig. Ik moest de LTS nog afmaken. Mijn
hele netwerk van vrienden was ik in één keer kwijt.
Alles moest weer opnieuw opgebouwd worden. Maar het lukte aardig.
Als nieuweling kreeg ik extra aandacht van klasgenoten en via een
buurjongen leerde ik mensen kennen op voetbal. Ik vind dat ik mijn
leven goed op orde heb. Ik heb mijn opleiding afgemaakt en heb een
leuke baan op de klussenbus van het bedrijf waar ik eerst verwarmingsmonteur
was. Ik sport fanatiek en zit in verschillende voetbalteams. Veel
trainen, wedstrijden en toernooien. Als puber èn pleegkind
ben ik best onzeker geweest. Voelde me het zwarte schaap. Vooral ook
omdat ik niet de MAVO haalde. De andere kinderen in het gezin deden
dat allemaal wel. Maar achteraf is dat dus niet zo. Ik hoor er gewoon
bij. Het is mijn familie. Toen ik achttien jaar werd, heb ik mijn
achternaam veranderd in die van dit gezin. Mijn biologische moeder
vond het jammer, maar begrijpelijk."
Dip
"Een paar jaar geleden liep een zeer problematische relatie
met een meisje stuk. Ik stortte compleet in. Een psychiater heeft
mij toen geholpen. Nou ja, hij luistert, ik vertel en hij stelt de
juiste vragen. Het was een flinke afstand fietsen door de bossen om
bij zijn praktijk te komen en dan kon ik onderweg goed nadenken. Het
is een goed proces geweest. Ik ben er sterker uitgekomen. Het was
wel grappig dat mijn moeder me na deze ervaring verbood om een half
jaar lang nog meisjes mee naar huis te nemen. En daar had ze gelijk
in. Het feit dat ik pleegkind ben, had niet zoveel te maken met mijn
problemen. Dit zat veel dieper. Ik wil mijn verleden achter me laten.
Mijn achternaam is veranderd, ik word er liever niet aan herinnerd.
Als mensen er naar vragen, dan geef ik eerlijk antwoord. Maar door
diezelfde achternaam, blijven de vragen vaak weg.
Minder druk
Floris woont nog thuis, bij zijn pleegouders. Zijn oudere pleegbroers
en -zus wonen niet meer in het ouderlijk huis. Wel is er nog pleegzus,
een pleegkind van zijn pleegouders. Zij is dertien jaar. Floris lacht:
"Mijn ouders hebben grote kinderen, worden een dagje ouder en
nu zitten ze opgescheept met twee pleegkinderen. Voor mijn pleegzus
moeten ze sowieso nog vijf jaar zorgen, maar ja. Ik ben 24 en woon
hier ook nog.
Officieel sta ik op het punt om uit huis te gaan. Maar het is lastig.
Ik moet belangrijke beslissingen nemen. Mijn moeder dringt er wel
erg op aan dat ik vertrek. Het komt me nu bar slecht uit. Ze mag er
wel wat minder druk achter zetten. Het wordt tijd dat ik ga, maar
de relatie met mijn vriendin verloopt de laatste tijd moeizaam. Wat
moet ik beslissen? Samen met Ilse iets kopen leek de afgelopen periode
een goed idee, maar dat wil ik nu niet meer. Door de opstelling van
mijn moeder wordt het nu zo af en toe heet onder de voeten. Toch wil
ik een goede afweging maken. En daar heb ik meer tijd voor nodig!"