Het internationale gevoel van de IFCO bekruipt me al gelijk tijdens
de openingsceremonie. Ik zit naast een keurige meneer uit Albanië/Kosovo,
die de Engelse taal niet machtig is. Verder dan het uitwisselen van
een glimlach komt het niet. Als de eerste spreker het woord neemt,
glijdt nog snel een lange, donkere man in een soort priestergewaad
in de stoel aan de andere kant naast mij. Later blijkt hij uit de
U.S.A. te komen en de hele conferentie van dit soort prachtige gewaden
te dragen. Vier dagen zijn we in het ultramoderne congrescentrum van
Tampere, de tweede stad van Finland. Praten over en luisteren naar
allerhande pleegzorg-onderwerpen. De redactie van Mobiel was erbij
en heeft een sfeerimpressie en enkele verrassende uitspraken voor
u opgetekend.
Terwijl in centraal Europa de regen overvloedig uit de hemel komt
vallen, geniet Scandinavië al weken van een krachtig hogedrukgebied.
Van 8 tot 11 augustus kwamen delegaties uit 32 landen bijeen om te
praten over pleegzorg. Onder zwoele temperaturen wisselen rond de
525 deelnemers ervaringen uit over hun betrokkenheid bij pleegzorg
in hun eigen land. De dagen zijn gevuld met interessante lezingen,
intensieve workshops en voldoende koffie- en lunchpauzes om met elkaar
te kunnen praten en ‘netwerken’. Het thema van de conferentie
is ‘Feeling at Home’. Dit thema wordt op de conferentiedagen
uitgediept in verschillende onderdelen. De avonden bieden een belangrijk
sociaal aspect: het lijkt werkelijk één grote familie.
Het prachtige weer voegt daar nog een extra dimensie aan toe. Want
de Finse avond op een eiland bij Tampere is daardoor bij voorbaat
al geslaagd. Onder het genot van een lekker Fins buffet is het heel
gemakkelijk om contact te maken met andere conferentiedeelnemers.
Informeel
Terug naar het begin: de openingsceremonie. Tijdens de IFCO zijn
alle groepen die met pleegzorg te maken hebben vertegenwoordigd: kinderen,
jongeren, geboorte-ouders, pleegouders, onderzoekers, maatschappelijk
werkers, beleidsmakers en zelfs politici. Het gaat in Tampere om het
delen van ervaringen en om de persoonlijke contacten. De Finse Minister
van Gezondheid en Maatschappelijke Dienstverlening, Eva Biaudet, weet
waarover ze praat: "Ouder zijn is het meest uitdagende wat je
kunt doen. In het algemeen zouden ouders meer begeleid moeten worden."
En als ze spreekt over pleegkinderen: "Kinderen zijn gelukkig
geen kopieën van hun ouders, maar zichzelf. Dat geldt voor biologische
kinderen en ook voor pleegkinderen. … Alleen kinderen die liefde
hebben gekregen, kunnen liefde geven. … Het enige dat niet minder
wordt door delen is liefde: door te delen groeit die liefde alleen
maar." Mooie worden die een toon zetten die de rest van de conferentie
vastgehouden wordt: warm en informeel. Het gaat om het delen van ervaringen.
Workshops
Er zijn in Tampere zo’n 70 workshops die, verdeeld over vijf
sessies te bezoeken zijn. Ik moet dus kiezen. En dat is niet gemakkelijk!
Ik kies onder meer voor een workshop over een praktijksituatie voor
bezoekregelingen in Denemarken. Daar is een wet van kracht die geboorte-ouders
het recht geeft minimaal één keer per maand hun kinderen
te zien. Of ze nu voor korte tijd of langdurig niet meer thuis wonen.
Hulpverleners uit Denemarken vertellen ons over hun ‘ontmoetingshuis’,
dat de instelling speciaal voor dit doel in bezit heeft. Ze zijn onafhankelijk
van plaatser of pleegzorgorganisatie en bieden begeleid bezoek in
hun huizen aan als service aan de overheid. Ze adviseren ook over
de mate van begeleiding en frequentie van de ontmoetingen, maar ze
moeten uiteraard binnen de wet hun werk doen. Waar wij als workshopbezoekers
over verbaasd zijn, zijn de intensieve contacten bij langdurige plaatsingen.
Toch komt het maar zeer zelden voor dat een rechter minder contacten
toewijst dan minimaal één keer per maand.
Dagpleegzorg
De derde conferentiedag bezoek ik een workshop van twee deskundigen
uit Nederland over dagpleegzorg: Lenie Bouman, pleegzorgwerker en
Nicolet de Wit, pleegmoeder in dagpleegzorg. Natuurlijk ken ik het
concept van dagpleegzorg, waarbij kinderen na school minimaal drie
keer in de week opgevangen worden in een pleeggezin, maar wel thuis
slapen. Ik ben vooral benieuwd naar de reacties van de overige aanwezigen:
die komen uit Zweden, Roemenië, Oekraïne, Engeland, Denemarken,
Finland, Noorwegen en Kroatië. Na de presentatie en een video,
komen de vragen. Men verbaast zich over de geringe betaling van dagpleegouders,
die minder is dan voor de reguliere pleegzorg. Op Zweden en Engeland
na, blijkt in de andere landen een vergelijkbaar fenomeen niet te
bestaan. Weer een idee voor hen om mee naar huis te nemen!
Finse vergelijking
Een spreker uit Engeland van de universiteit van Glasgow had, op
de laatste dag van de conferentie, voor zijn presentatie een mooie
overeenkomst gevonden tussen de Finse gewoonte van mobiel telefoneren,
die inmiddels de rest van de wereld aan het veroveren is, en pleegzorg.
Nokia, producent van mobiele telefoons ligt op een steenworp afstand
van Tampere en is een grote werkgever in dat gebied. Mobiel bellen
is contact over een afstand en pleegkinderen hebben ook contact over
een afstand met hun ouders en andere mensen die belangrijk zijn in
hun leven.
Argentinië
Tijdens de slotbijeenkomst worden de vier dagen conferentie in Finland
nog even tegen het licht gehouden. Geslaagd mag hij zeker genoemd
worden. Pleegouders en andere aanwezigen hebben volop de gelegenheid
gehad om ervaringen uit te wisselen. En daar ging het om! Volgend
jaar is er weer een IFCO-conferentie. De locatie is La Tampa in Argentinië,
dicht bij de hoofdstad Buenos Aires. Onder het motto "Spreading
the wings of foster care" (pleegzorg slaat zijn vleugels uit)
wordt de conferentie van 27 juli tot 1 augustus 2003 georganiseerd.
Het zal de eerste keer zijn dat een IFCO-conferentie in Zuid-Amerika
wordt gehouden. U kunt meer informatie vinden op internet:
www.ifco2003.org.ar.
Naschrift
In het portret van een pleeggezin, in dit nummer van Mobiel, wijken
we voor een keer af van de tien vaste vragen aan een pleeggezin. Tijdens
de IFCO stelden we enkele vragen aan twee pleeggezinnen uit Finland.
Lees hun antwoorden op pagina 21 en 22.