artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2002

Eigen kinderen aan het woord

auteur: Antoinette van Wijngaarden

Naar aanleiding van het onderzoeksrapport ‘Het is heel knap van de kinderen’ van Fiet van Beek en Jorien van Meerdink organiseerde de NVP Overijssel in april een studiedag voor eigen kinderen van pleegouders. Wel mochten ze hun ouders meenemen. Fiet van Beek en Bram de Groot, die opgroeit met vier pleegbroers, presenteerden het onderzoeksrapport.

Wat moeten ouders wel en wat juist niet doen?
Veel kinderen vinden hun pleegbroer of -zus weleens lastig, maar uit begrip voor hun situatie en uit schuldgevoel ("als ie dan weg moet, is het mijn schuld") houden ze hun mond hierover. Toch willen ze hier graag over praten. Ouders zouden hierin zelf het initiatief moeten nemen. Ze moeten ook het vervelende gedrag van het pleegkind, hoe verklaarbaar dat op zichzelf ook is, niet altijd vergoelijken. Een ander heet hangijzer is de verplichte gezelligheid. Hoewel de kinderen een groter gezin leuk vinden - altijd iemand om mee te spelen, lekker met z’n allen rond de tafel - willen ze niet verplicht worden tot het samen dingen moeten doen. Elk kind vindt het heerlijk zijn of haar ouders soms even voor zichzelf te hebben. Een middagje samen winkelen scoort hoog. Alle kinderen willen ook graag intensief betrokken worden bij de komst van een pleegkind èn bij het afscheid: "Ik hoef niet mee te beslissen, maar ik wil wel graag meepraten."

Welke rol kan de pleegzorgwerker voor de eigen kinderen van de pleegouders vervullen? De jongeren stellen contact met de pleegzorgwerker op prijs. De meesten hebben dit echter helemaal niet. Als de pleegzorgwerker al eens buiten schooltijd op bezoek komt, dan worden zij meestal de kamer uitgestuurd. Ze zouden graag zien dat de pleegzorgwerker regelmatig aan henzelf vraagt, hoe het met hen gaat. Juist ook als het goed gaat. Want dan praat het gemakkelijker dan wanneer er wel iets aan de hand is. Zo’n gesprek zouden ze het liefst voeren zonder hun ouders erbij, want dan is het gemakkelijker kritiek op je ouders te uiten of iets negatiefs over het pleegkind te zeggen.

Maar hoe goed ouders en pleegzorgwerker hun best ook doen, de meeste steun vinden de kinderen toch bij leeftijd- en lotgenoten. Dit blijkt uit de presentatie die de kinderen van de KIP-groep deze dag geven. De KIP(Kinderen In Pleeggezinnen)-groep is twee jaar geleden vanuit de NVP Overijssel opgericht. Meestal wordt er aan de hand van een spel gesproken over allerlei onderwerpen uit het dagelijks leven van een pleeggezin. Met als motto: KIP, gekakel met inhoud. De huidige deelnemers zijn zeer te spreken over de bijeenkomsten. Heerlijk om met elkaar te kunnen praten, zonder steeds weer van alles uit te moeten leggen. De aanwezige kinderen die (nog) geen lid zijn luisteren jaloers naar hun verhalen.

Dé aanbeveling die de deelnemers tijdens deze dag aan ouders, pleegvoorzieningen en de diverse NVP’s willen doen is: breng de ‘eigen’ kinderen uit pleeggezinnen met elkaar in contact.