Naar aanleiding van het onderzoeksrapport ‘Het is heel knap
van de kinderen’ van Fiet van Beek en Jorien van Meerdink organiseerde
de NVP Overijssel in april een studiedag voor eigen kinderen van pleegouders.
Wel mochten ze hun ouders meenemen. Fiet van Beek en Bram de Groot,
die opgroeit met vier pleegbroers, presenteerden het onderzoeksrapport.
Wat moeten ouders wel en wat juist niet doen?
Veel kinderen vinden hun pleegbroer of -zus weleens lastig,
maar uit begrip voor hun situatie en uit schuldgevoel ("als ie
dan weg moet, is het mijn schuld") houden ze hun mond hierover.
Toch willen ze hier graag over praten. Ouders zouden hierin zelf het
initiatief moeten nemen. Ze moeten ook het vervelende gedrag van het
pleegkind, hoe verklaarbaar dat op zichzelf ook is, niet altijd vergoelijken.
Een ander heet hangijzer is de verplichte gezelligheid. Hoewel de
kinderen een groter gezin leuk vinden - altijd iemand om mee
te spelen, lekker met z’n allen rond de tafel - willen
ze niet verplicht worden tot het samen dingen moeten doen. Elk kind
vindt het heerlijk zijn of haar ouders soms even voor zichzelf te
hebben. Een middagje samen winkelen scoort hoog. Alle kinderen willen
ook graag intensief betrokken worden bij de komst van een pleegkind
èn bij het afscheid: "Ik hoef niet mee te beslissen, maar
ik wil wel graag meepraten."
Welke rol kan de pleegzorgwerker voor de eigen kinderen van de pleegouders
vervullen? De jongeren stellen contact met de pleegzorgwerker op prijs.
De meesten hebben dit echter helemaal niet. Als de pleegzorgwerker
al eens buiten schooltijd op bezoek komt, dan worden zij meestal de
kamer uitgestuurd. Ze zouden graag zien dat de pleegzorgwerker regelmatig
aan henzelf vraagt, hoe het met hen gaat. Juist ook als het goed gaat.
Want dan praat het gemakkelijker dan wanneer er wel iets aan de hand
is. Zo’n gesprek zouden ze het liefst voeren zonder hun ouders
erbij, want dan is het gemakkelijker kritiek op je ouders te uiten
of iets negatiefs over het pleegkind te zeggen.
Maar hoe goed ouders en pleegzorgwerker hun best ook doen, de meeste
steun vinden de kinderen toch bij leeftijd- en lotgenoten. Dit blijkt
uit de presentatie die de kinderen van de KIP-groep deze dag geven.
De KIP(Kinderen In Pleeggezinnen)-groep is twee jaar geleden vanuit
de NVP Overijssel opgericht. Meestal wordt er aan de hand van een
spel gesproken over allerlei onderwerpen uit het dagelijks leven van
een pleeggezin. Met als motto: KIP, gekakel met inhoud. De huidige
deelnemers zijn zeer te spreken over de bijeenkomsten. Heerlijk om
met elkaar te kunnen praten, zonder steeds weer van alles uit te moeten
leggen. De aanwezige kinderen die (nog) geen lid zijn luisteren jaloers
naar hun verhalen.
Dé aanbeveling die de deelnemers tijdens deze dag aan ouders,
pleegvoorzieningen en de diverse NVP’s willen doen is: breng
de ‘eigen’ kinderen uit pleeggezinnen met elkaar in contact.