Aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam is het Amsterdams Centrum
voor Kinderstudies (ACK) opgericht. Het ACK is een instituut voor
interdisciplinair onderzoek, waarin wordt samengewerkt door drie faculteiten,
namelijk de psychologie en pedagogiek, de rechtsgeleerdheid en de
geneeskunde. Op dit moment lopen er onderzoeken naar kenmerken van
mishandelende ouders, jeugdzorg voor multi-probleemgezinnen, preventie
en gedragsproblemen van jonge kinderen, onveilige gehechtheid en hulpverlening
en effecten van de OTS. Allemaal onderwerpen die op de één
of andere manier ook verband houden met de pleegzorg.
Half april presenteerde het ACK zich aan het publiek met drie lezingen
en een debat. In zijn openingswoord zei prof. dr. T. Sminia, rector
magnificus van de VU dat het ACK haar onderzoeksresultaten graag wil
delen met instanties. Dat wil ze doen door het houden van studiedagen,
het geven van bijscholingscursussen en het aanbieden van consultancy.
Omgekeerd wil ze graag ‘input’ van mensen die zich in
de praktijk met jeugdwelzijn bezighouden.
Prof. dr. A. van Dantzig, emeritus hoogleraar psychotherapie, hield
de eerste Oliver Twist lezing. Het ACK heeft het voornemen ieder jaar
zo’n lezing te houden voor mensen die geïnteresseerd zijn
in ‘het opvoeden van kinderen door ouders in onze maatschappij’.
Van Dantzig wees op vanzelfsprekendheden, die wel eens wat minder
vanzelfsprekend mogen worden. Zo lijkt het gezin de ideale opvoedingsplaats,
maar die is nog te vaak de ideale mishandelingsplaats. Door de muur
van privacy rondom het gezin wordt kindermishandeling niet vaak genoeg
gesignaleerd of gemeld. Wettelijk gezien zijn kinderen onvoldoende
beschermd tegen mishandeling. Dat komt doordat er in de wet sprake
is van ‘ouderlijk tuchtrecht’, terwijl niet is aangegeven
waar dat overgaat in mishandeling.
Van Dantzig wees op de onmogelijkheid om mensen te screenen op hun
geschiktheid om kinderen op te voeden. Hij noemde het voorbeeld van
adoptiefouders, die wel gescreend worden. Ik moest denken aan pleegouders,
die niet alleen gescreend, maar ook gevolgd worden gedurende de periode
dat ze een kind in huis hebben! Misschien is dat wel de belangrijkste
eigenschap van pleeggezinnen: bereid zijn de privacy op te geven en
opvoedingshulp te accepteren ter wille van het welzijn van hun pleegkind.
Van Dantzig zou graag zien dat het voor iedereen vanzelfsprekend
wordt om opvoedingshulp in te roepen. Net zoals iedereen vanzelfsprekend
met een kind naar het consultatiebureau gaat en het naar school stuurt!
l