Migranten reizen ergens naartoe, vluchtelingen ergens vandaan. Een
belangrijk deel van de vluchtelingen bestaat uit kinderen, waarvan
velen zonder ouders. Bij aankomst in Nederland worden deze alleenstaande
minderjarige asielzoekers (AMA’s) onder voogdij van Nidos (voorheen
De Opbouw) geplaatst. De voogdes komt op voor de belangen van deze
minderjarigen. Ook zorgt zij ervoor dat de jongeren op een geschikte
plaats opgevangen worden. Hiervoor zijn allerlei vormen beschikbaar
zoals een pleeggezin, een kinderwoongroep, een kleinschalige wooneenheid
of een asielzoekerscentrum. Bij de keuze wordt onder meer gelet op
de leeftijd en de benodigde begeleiding. In deze bijdrage zal vooral
worden ingegaan op pleegzorg. Maar eerst iets over de AMA’s
zelf.
Ten eerste hebben de meeste kinderen vaak diep ingrijpende gebeurtenissen
meegemaakt. Soms hebben zij te maken gehad met onderdrukking en geweld.
Dergelijke ervaringen kunnen leiden tot klachten als slapeloosheid
en concentratiestoornissen. Het zijn normale reacties op abnormale
omstandigheden. Voor de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen
is een stabiel ondersteunend netwerk vereist.
Ten tweede heeft de minderjarige alles wat hem vertrouwd was achter
zich moeten laten. Vervolgens moet hij lang wachten op de beslissing
over zijn verzoek in Nederland te mogen blijven. Er kan worden besloten
dat hij direct dan wel bij het bereiken van meerderjarigheid Nederland
dient te verlaten. De jongere moet zich dan voorbereiden op terugkeer
naar het land van herkomst, met alle nieuwe onzekerheden van dien.
Bij toelating staat hij voor de opdracht zich een plaats te verwerven
in de Nederlandse samenleving. Hiertoe moeten allerlei vaardigheden
worden ontwikkeld. Hij zal ook beseffen tot een minderheid te behoren
en een evenwicht moeten zoeken tussen zijn eigen waarden en die van
de dominante Nederlandse cultuur. De jongere is ontworteld en moet
aarden in vreemde grond, zal terug moeten naar vaderlandse bodem of
belandt misschien wel in het niemandsland van de illegaliteit.
Identiteit
Ontworteling en het ondergaan van ingrijpende gebeurtenissen kunnen
de ontwikkeling van de jongere extra belasten. Het is moeilijk om
je los te maken van je ouders als ze niet bij je zijn. Het is moeilijk
diep ingrijpende gebeurtenissen te verwerken als je je vertrouwde
omgeving hebt moeten verlaten en je in onzekerheid verkeert over je
asielprocedure. De ontwikkeling van een identiteit valt niet mee als
je tegelijk een evenwicht moet zoeken tussen de cultuur van je vaderland
en de Nederlandse cultuur.
Op indrukwekkende wijze bieden de meeste jongeren het hoofd aan deze
extra belaste ontwikkelingstaken. Uit onderzoek van de Rijksuniversi-teit
Leiden blijkt dat het redelijk goed gaat met de AMA’s die inmiddels
op eigen benen staan. De meesten hebben een eigen plek in onze samenleving
weten te verwerven. In vergelijking met de Nederlandse jeugd vertonen
zij bovendien minder probleemgedrag. Nidos probeert de opvang zo aan
te sturen dat vooral deze positieve krachten van de jongeren worden
gemobiliseerd. In deze visie zal het pleeggezin niet alleen heilzaam
voor het verleden, maar vooral ook een brug naar de toekomst moeten
zijn.
Cultuurgezinnen
In de jaren zeventig heeft De Opbouw een aantal Vietnamese kinderen
in Nederlandse pleeggezinnen geplaatst. Wetenschappelijk onderzoek
naar deze inmiddels volwassen pleegkinderen heeft aangetoond dat,
hoewel ze goed ingeburgerd zijn, het verlies van contact met de Vietnamese
cultuur een belangrijk obstakel in hun welbevinden is.
Ook zonder wetenschappelijk onderzoek is het niet moeilijk voor te
stellen dat kinderen zich eerder thuis voelen bij cultuurgezinnen
dan in Nederlandse gezinnen. Het zijn van die kleine zaken waardoor
een Somalisch kind zich vertrouwd voelt in een Somalisch pleeggezin:
de taal, de lucht, de gewoonten, de liedjes.
De pleegzorgwerkers van Nidos zijn op zoek naar cultuurgezinnen en
hebben inmiddels een ruime ervaring in het werven van deze gezinnen.
De methodiek komt er in het kort op neer dat culturele gemeenschappen
persoonlijk worden benaderd door de pleegzorgwerkers. Een succesvolle
maar ook tijdrovende manier.
Nederlandse pleeggezinnen
Er wordt ook gebruik gemaakt van Nederlandse pleeggezinnen. De plaatsing
en begeleiding zijn erop gericht om de culturele ‘eigenheid’
van het kind te bewaren. Van hen wordt verwacht dat ze de culturele
achtergrond van het pleegkind respecteren. Nederlandse pleeggezinnen
hebben vaak een breder aanbod. In Nederlandse gezinnen kunnen pleegkinderen
uit verschillende landen worden geplaatst, terwijl cultuurgezinnen
vaak hun aanbod beperken tot hun eigen culturele achtergrond. Een
Chinees kind is moeilijk te plaatsen in een Afrikaans gezin.
Veel Nederlandse pleeggezinnen melden zich aan bij Nidos omdat de
afwezigheid van ingewikkelde bezoekregelingen met ouders hen aantrekkelijk
lijkt. De realiteit is dat de pleegkinderen van Nidos net als Nederlandse
pleegkinderen worstelen met hun loyaliteit voor hun eigen ouders.
De eigen ouders die overleden of afwezig zijn kunnen dominant op de
voorgrond staan: "Hoe verder weg de ouders, des te dichterbij
lijken ze te zijn". Zo verwoordde een pleegouder eens haar ervaring
hierover. Ook een AMA- pleegkind wordt nooit een eigen kind.
Hechting
Veel vluchtelingkinderen komen uit een normaal, warm ouderlijk gezin.
In hun jongste jaren hebben ze zich normaal aan hun ouders en opvoeders
kunnen hechten. Deze gezonde basis zorgt er over het algemeen voor
dat deze kinderen adequaat kunnen ingroeien in een pleeggezin. Er
doen zich relatief weinig hechtingsproblemen voor.
Organisatie
In de organisatie en uitvoering van de pleegzorg van Nidos zit een
aantal opvallende aspecten. Pleegouders en pleegkind hebben dezelfde
begeleidende maatschappelijk werker. De Opbouw heeft jaren geleden
besloten niet mee te doen aan het proces van ontvlechting omdat veel
AMA’s geen familie in Nederland hebben.
De voorbereiding en screening zijn één geheel en worden
door de pleegzorgwerker gedaan. In de voorbereiding komen natuurlijk
naast pedagogische ook culturele zaken aan de orde.
Als een voogd een kind voor een pleeggezin indiceert, doet hij een
beroep op het pleegzorgteam in zijn regio. Vanuit het pleegzorgteam
wordt er een gezin voorgedragen. Als er geen gezin voor het kind is,
kan er besloten worden dat de pleegzorgwerker speciaal voor dit kind
een gezin gaat zoeken. Hierbij maken de pleegzorgwerkers gebruik van
het uitgebreide netwerk van contacten dat Nidos heeft.
Helaas komt het steeds vaker voor dat er geen geschikt gezin gevonden
wordt. De meeste aanvragen komen voor kinderen ouder dan 12 jaar.
Net zoals in de Nederlandse pleegzorg doen de meeste pleegouders een
aanbod voor jongere kinderen. l
Jaap Bruijn (pleegzorgmedewerker) en Richard Groothoff (jeugdbeschermer)
zijn werkzaam bij Nidos. E-mail: