artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2002

Opvang in gezinsverband voor vluchtelingenkinderen

auteurs: Jaap Bruijn en Richard Groothoff

Migranten reizen ergens naartoe, vluchtelingen ergens vandaan. Een belangrijk deel van de vluchtelingen bestaat uit kinderen, waarvan velen zonder ouders. Bij aankomst in Nederland worden deze alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA’s) onder voogdij van Nidos (voorheen De Opbouw) geplaatst. De voogdes komt op voor de belangen van deze minderjarigen. Ook zorgt zij ervoor dat de jongeren op een geschikte plaats opgevangen worden. Hiervoor zijn allerlei vormen beschikbaar zoals een pleeggezin, een kinderwoongroep, een kleinschalige wooneenheid of een asielzoekerscentrum. Bij de keuze wordt onder meer gelet op de leeftijd en de benodigde begeleiding. In deze bijdrage zal vooral worden ingegaan op pleegzorg. Maar eerst iets over de AMA’s zelf.

Ten eerste hebben de meeste kinderen vaak diep ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Soms hebben zij te maken gehad met onderdrukking en geweld. Dergelijke ervaringen kunnen leiden tot klachten als slapeloosheid en concentratiestoornissen. Het zijn normale reacties op abnormale omstandigheden. Voor de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen is een stabiel ondersteunend netwerk vereist.
Ten tweede heeft de minderjarige alles wat hem vertrouwd was achter zich moeten laten. Vervolgens moet hij lang wachten op de beslissing over zijn verzoek in Nederland te mogen blijven. Er kan worden besloten dat hij direct dan wel bij het bereiken van meerderjarigheid Nederland dient te verlaten. De jongere moet zich dan voorbereiden op terugkeer naar het land van herkomst, met alle nieuwe onzekerheden van dien. Bij toelating staat hij voor de opdracht zich een plaats te verwerven in de Nederlandse samenleving. Hiertoe moeten allerlei vaardigheden worden ontwikkeld. Hij zal ook beseffen tot een minderheid te behoren en een evenwicht moeten zoeken tussen zijn eigen waarden en die van de dominante Nederlandse cultuur. De jongere is ontworteld en moet aarden in vreemde grond, zal terug moeten naar vaderlandse bodem of belandt misschien wel in het niemandsland van de illegaliteit.

Identiteit

Ontworteling en het ondergaan van ingrijpende gebeurtenissen kunnen de ontwikkeling van de jongere extra belasten. Het is moeilijk om je los te maken van je ouders als ze niet bij je zijn. Het is moeilijk diep ingrijpende gebeurtenissen te verwerken als je je vertrouwde omgeving hebt moeten verlaten en je in onzekerheid verkeert over je asielprocedure. De ontwikkeling van een identiteit valt niet mee als je tegelijk een evenwicht moet zoeken tussen de cultuur van je vaderland en de Nederlandse cultuur.
Op indrukwekkende wijze bieden de meeste jongeren het hoofd aan deze extra belaste ontwikkelingstaken. Uit onderzoek van de Rijksuniversi-teit Leiden blijkt dat het redelijk goed gaat met de AMA’s die inmiddels op eigen benen staan. De meesten hebben een eigen plek in onze samenleving weten te verwerven. In vergelijking met de Nederlandse jeugd vertonen zij bovendien minder probleemgedrag. Nidos probeert de opvang zo aan te sturen dat vooral deze positieve krachten van de jongeren worden gemobiliseerd. In deze visie zal het pleeggezin niet alleen heilzaam voor het verleden, maar vooral ook een brug naar de toekomst moeten zijn.

Cultuurgezinnen

In de jaren zeventig heeft De Opbouw een aantal Vietnamese kinderen in Nederlandse pleeggezinnen geplaatst. Wetenschappelijk onderzoek naar deze inmiddels volwassen pleegkinderen heeft aangetoond dat, hoewel ze goed ingeburgerd zijn, het verlies van contact met de Vietnamese cultuur een belangrijk obstakel in hun welbevinden is.
Ook zonder wetenschappelijk onderzoek is het niet moeilijk voor te stellen dat kinderen zich eerder thuis voelen bij cultuurgezinnen dan in Nederlandse gezinnen. Het zijn van die kleine zaken waardoor een Somalisch kind zich vertrouwd voelt in een Somalisch pleeggezin: de taal, de lucht, de gewoonten, de liedjes.
De pleegzorgwerkers van Nidos zijn op zoek naar cultuurgezinnen en hebben inmiddels een ruime ervaring in het werven van deze gezinnen. De methodiek komt er in het kort op neer dat culturele gemeenschappen persoonlijk worden benaderd door de pleegzorgwerkers. Een succesvolle maar ook tijdrovende manier.

Nederlandse pleeggezinnen

Er wordt ook gebruik gemaakt van Nederlandse pleeggezinnen. De plaatsing en begeleiding zijn erop gericht om de culturele ‘eigenheid’ van het kind te bewaren. Van hen wordt verwacht dat ze de culturele achtergrond van het pleegkind respecteren. Nederlandse pleeggezinnen hebben vaak een breder aanbod. In Nederlandse gezinnen kunnen pleegkinderen uit verschillende landen worden geplaatst, terwijl cultuurgezinnen vaak hun aanbod beperken tot hun eigen culturele achtergrond. Een Chinees kind is moeilijk te plaatsen in een Afrikaans gezin.
Veel Nederlandse pleeggezinnen melden zich aan bij Nidos omdat de afwezigheid van ingewikkelde bezoekregelingen met ouders hen aantrekkelijk lijkt. De realiteit is dat de pleegkinderen van Nidos net als Nederlandse pleegkinderen worstelen met hun loyaliteit voor hun eigen ouders. De eigen ouders die overleden of afwezig zijn kunnen dominant op de voorgrond staan: "Hoe verder weg de ouders, des te dichterbij lijken ze te zijn". Zo verwoordde een pleegouder eens haar ervaring hierover. Ook een AMA- pleegkind wordt nooit een eigen kind.

Hechting

Veel vluchtelingkinderen komen uit een normaal, warm ouderlijk gezin. In hun jongste jaren hebben ze zich normaal aan hun ouders en opvoeders kunnen hechten. Deze gezonde basis zorgt er over het algemeen voor dat deze kinderen adequaat kunnen ingroeien in een pleeggezin. Er doen zich relatief weinig hechtingsproblemen voor.

Organisatie

In de organisatie en uitvoering van de pleegzorg van Nidos zit een aantal opvallende aspecten. Pleegouders en pleegkind hebben dezelfde begeleidende maatschappelijk werker. De Opbouw heeft jaren geleden besloten niet mee te doen aan het proces van ontvlechting omdat veel AMA’s geen familie in Nederland hebben.

De voorbereiding en screening zijn één geheel en worden door de pleegzorgwerker gedaan. In de voorbereiding komen natuurlijk naast pedagogische ook culturele zaken aan de orde.
Als een voogd een kind voor een pleeggezin indiceert, doet hij een beroep op het pleegzorgteam in zijn regio. Vanuit het pleegzorgteam wordt er een gezin voorgedragen. Als er geen gezin voor het kind is, kan er besloten worden dat de pleegzorgwerker speciaal voor dit kind een gezin gaat zoeken. Hierbij maken de pleegzorgwerkers gebruik van het uitgebreide netwerk van contacten dat Nidos heeft.

Helaas komt het steeds vaker voor dat er geen geschikt gezin gevonden wordt. De meeste aanvragen komen voor kinderen ouder dan 12 jaar. Net zoals in de Nederlandse pleegzorg doen de meeste pleegouders een aanbod voor jongere kinderen. l

Jaap Bruijn (pleegzorgmedewerker) en Richard Groothoff (jeugdbeschermer) zijn werkzaam bij Nidos. E-mail: