Eigenlijk had ik het niet verwacht. Dat het vertrek van een pleegkind
zo’n gat in je leven slaat. Ik had tenslotte al vele keren in
mijn leven afscheid moeten nemen en even zovele rouwprocessen doorgemaakt.
Voor u me verkeerd begrijpt: het ging altijd om verhuizingen waardoor
ik goede vrienden of familie moest missen.
Ons eerste pleegkind had bijna anderhalf jaar bij ons gewoond en
ging terug naar haar moeder. Alhoewel ik niet helemaal gerust was
op een goede afloop, overheerste wel het gevoel dat een normale situatie
hersteld werd. Ons tweede crisiskind was een baby van nog geen 24
uur oud, die ik uit het ziekenhuis ophaalde. Geen spoortje bekends
aan te ontdekken zoals met je eigen kinderen. Wat opviel was zijn
vreselijk platte neus, zijn moeder was van Filippijnse afkomst. Na
bijna zeven maanden kon hij eindelijk overgeplaatst worden. Zijn moeder
was de twijfel te boven. Van abortus tot afstand tot … ‘ik
wil zijn moeder blijven, maar kan niet zelf voor hem zorgen’.
Een definitief pleeggezin werd gevonden en daar ging ons mannetje.
Wat een rust….
Na een week drongen zich de beelden aan mij op van een jongetje dat
er niets van snapt: waar blijven ze nou? En ik voelde me schuldig
dat ik hem deze breuk had aangedaan. "Waarom heb je hem niet
gehouden?" "Moest hij weg van de instanties?" informeerde
de omgeving meelevend. Maar ja, zo simpel ligt dat niet. De keuze
tussen gevoel en verstand, ook in de pleegzorg. En verder: mijn dagen
waren leeg, het leek alsof ik niets te doen had. Winkelen trok me
niet aan, ik had geen zin in naaien en waarom zou ik een ingewikkelde
taart gaan bakken? M’n diagnose: je gaat door een rouwproces.
En het recept: wachten tot het overgaat. Word ik nog eens professioneel
of hoort dit er gewoon bij?