artikel uit Mobiel 3, juni/juli 2002

Beste lezers

Door: Ine Scholma-Huisman, redacteur

Eigenlijk had ik het niet verwacht. Dat het vertrek van een pleegkind zo’n gat in je leven slaat. Ik had tenslotte al vele keren in mijn leven afscheid moeten nemen en even zovele rouwprocessen doorgemaakt. Voor u me verkeerd begrijpt: het ging altijd om verhuizingen waardoor ik goede vrienden of familie moest missen.

Ons eerste pleegkind had bijna anderhalf jaar bij ons gewoond en ging terug naar haar moeder. Alhoewel ik niet helemaal gerust was op een goede afloop, overheerste wel het gevoel dat een normale situatie hersteld werd. Ons tweede crisiskind was een baby van nog geen 24 uur oud, die ik uit het ziekenhuis ophaalde. Geen spoortje bekends aan te ontdekken zoals met je eigen kinderen. Wat opviel was zijn vreselijk platte neus, zijn moeder was van Filippijnse afkomst. Na bijna zeven maanden kon hij eindelijk overgeplaatst worden. Zijn moeder was de twijfel te boven. Van abortus tot afstand tot … ‘ik wil zijn moeder blijven, maar kan niet zelf voor hem zorgen’. Een definitief pleeggezin werd gevonden en daar ging ons mannetje. Wat een rust….

Na een week drongen zich de beelden aan mij op van een jongetje dat er niets van snapt: waar blijven ze nou? En ik voelde me schuldig dat ik hem deze breuk had aangedaan. "Waarom heb je hem niet gehouden?" "Moest hij weg van de instanties?" informeerde de omgeving meelevend. Maar ja, zo simpel ligt dat niet. De keuze tussen gevoel en verstand, ook in de pleegzorg. En verder: mijn dagen waren leeg, het leek alsof ik niets te doen had. Winkelen trok me niet aan, ik had geen zin in naaien en waarom zou ik een ingewikkelde taart gaan bakken? M’n diagnose: je gaat door een rouwproces. En het recept: wachten tot het overgaat. Word ik nog eens professioneel of hoort dit er gewoon bij?