In de vorige Mobiel, op pagina 8 en 9, stond een relaas onder de
kop ‘Iedereen verdient meer dan één kans.’
In dit verhaal werden de ervaringen van Peter en Anja opgetekend die
als kersverse pleegouders zeven maanden lang Richard van zeven jaar
opvingen. Een plaatsing met onverwachte wendingen en grote problemen
in de communicatie met de vader van Richard en de plaatser. Als klap
op de vuurpijl volgde na afloop van de plaatsing een onterechte beschuldiging
van Richard dat zijn pleegvader hem seksueel misbruikt zou hebben.
Peter en Anja hebben in die maanden een ontwikkeling doorgemaakt van
idealisme naar realistisch idealisme. De redactie van Mobiel vroeg
Bert, die reeds decennia lang werkzaam is in de jeugdhulpverlening,
jeugdbescherming en pleegzorg, om een reactie.
Pleegzorg is een ingewikkelde manier van zorg. Je hebt te maken met
veel partijen, veel belangen, juridische kwesties en gecompliceerde
menselijke processen. Als het moeilijk wordt, bestaat de neiging te
stellen dat harde maatregelen getroffen zouden moeten worden; dat
zou het belang van het kind dienen. Heel vaak dienen versimpelingen
van het probleem en van de oplossingen het kind juist niet; althans
niet op langere termijn. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen. Het
is altijd ploeterend zoeken naar het maximaal haalbare c.q. het minst
slechte compromis. Daar moet je vrede mee kunnen hebben in dit werk.
Het is, gelukkig, normaal dat een ouder de uithuisplaatsing van zijn
kind moeilijk kan verkroppen. Eigenlijk vind ik het wel een prettig
idee voor het kind dat het ervaart dat een ouder aan hem of haar trekt;
niets is zo funest als een onverschillige ouder. Ik vind het ook niet
zo vreemd dat een ouder afspraken probeert te ondermijnen die het
contact met het kind belemmeren. Als ouder wil je jouw kind toch zoveel
mogelijk bij je hebben!
Het is zo gemakkelijk ouders te beoordelen op hun falen of tekortkomingen.
Het is zo gemakkelijk om vanuit een braaf gesetteld leven de mislukkelingen
voor te houden dat ze verstandig moeten handelen. Als het zo gemakkelijk
was, dan waren ze geen cliënt bij de hulpverlening maar zaten
ze lekker met hun kind thuis op de bank. Ik vind dat je als pleegouder
en als medewerker in de jeugdzorg je uitermate goed moet verdiepen
in de positie van degene die het in de samenleving niet gered heeft.
Pas als je fundamenteel begrip kunt opbrengen voor de mens in problemen,
pas als je echt kunt invoelen hoe hopeloos het vaak is, pas dan kun
je een rol vervullen in de hulpverlening en dus ook in de pleegzorg.
Dat betekent niet dat je over je heen moet laten lopen:
– Natuurlijk moet er vooraf informatie gegeven worden; als
er al eerder bemoeienis was vanuit de hulpverlening dan is er voldoende
bekend bij de instelling;
– Natuurlijk moeten afspraken goed gemaakt en nagekomen worden;
maar ga er niet bot en rigide mee om;
– Natuurlijk is het niet goed dat een plaatsing zo abrupt en
zonder dat pleegouders vooraf van die optie weten, afgebroken wordt.
Maar als burger ben ik wel blij dat een onafhankelijke rechter een
beslissing van een instantie teniet kan doen, als daar reden voor
is;
– Natuurlijk mag Richard proberen in de ochtend tv te kijken,
maar je hoeft daar als pleegouder niet in mee te gaan.
Het kan allemaal gebeuren, het hoort erbij. Hoewel de beschuldiging
van sexueel misbruik wel erg heavy is. Je moet het voor een deel
accepteren en voor een deel moet je ermee leren omgaan: zeg je mening,
geef weerwoord, zorg dat de pleegzorgwerker zijn/haar taak uitvoert
en eis dat er fatsoenlijk met je wordt om gegaan door alle betrokkenen.
Op losse schroeven
Een factor waar je als individu minder invloed op hebt is het gegeven
dat, althans in mijn ogen, veel gezinsvoogden, raden voor de kinderbescherming,
pleegzorgwerkers en kinderrechters slappe knieën hebben. Te gemakkelijk
hobbelt men achter ouders, verzoeken en incidenten aan. Een kleine
verbetering is al gauw reden om het beleid op losse schroeven te zetten.
Het is prima medemensen telkens opnieuw kansen te geven, maar dat
mag niet tot gevolg hebben dat er geen rode lijn meer in het leven
van een kind te creëren is. Opvoeden is veel meer dan het kind
door de eerste 18 jaar van zijn leven sleuren; te vaak wordt er van
incident naar incident gehopt. Dat is niet goed voor het kind en ook
niet voor de ouder, want wat een kans lijkt, is nogal eens de kans
om weer te mogen falen. Fundamenteel begrip van de problematiek betekent
ook dat je een ouder niet een voor hem onmogelijke opdracht mag geven
en dat je het kind niet mag blootstellen aan het volgende risicovolle
experiment met de ouder.
De wettelijke mogelijkheden om beslissingen te forceren zijn belangrijke
gereedschappen om het belang van het kind te dienen, maar mogen niet
overschat worden. ‘Dictatuur’ werkt op de langere termijn
namelijk niet. Helaas wordt dat gegeven te vaak gebruikt om de macht
dan maar helemaal niet in te zetten. Terwijl het een goed middel kan
zijn om breuken in de rode lijn te voorkomen of op de kortere termijn
meer stabiliteit te creëren.
Kortom: blijf er vanuit gaan dat het altijd een zoektocht zal blijven,
dat dingen anders lopen dan je wenst. Maar je bent er zelf bij om
te pogen een en ander in aanvaardbare banen te leiden. Er is voor
geen enkele betrokkene reden zich machteloos te voelen. Je kunt heel
veel bewerkstelligen met gewone menselijke methodes: praten, overtuigen,
onduidelijke communicatie tijdig aan de kaak stellen. Daarin is je
eigen kracht gelegen en mobiliseer je andermans constructieve kanten.
Het is te gemakkelijk om te volstaan met de wet, de vervelende ouder,
de gezinsvoogd achteraf de schuld te geven. Je invloed is beperkt,
maar je mag daar pas in berusten als je de middelen die je hebt zorgvuldig
en met gezonde mate ingezet hebt. Liever niet vechten; dat levert
namelijk altijd schade op, maar ook geen slappe knieën accepteren.