artikel uit Mobiel 2, april/mei 2002

Meer dan één kans?

auteur: Bert

In de vorige Mobiel, op pagina 8 en 9, stond een relaas onder de kop ‘Iedereen verdient meer dan één kans.’ In dit verhaal werden de ervaringen van Peter en Anja opgetekend die als kersverse pleegouders zeven maanden lang Richard van zeven jaar opvingen. Een plaatsing met onverwachte wendingen en grote problemen in de communicatie met de vader van Richard en de plaatser. Als klap op de vuurpijl volgde na afloop van de plaatsing een onterechte beschuldiging van Richard dat zijn pleegvader hem seksueel misbruikt zou hebben. Peter en Anja hebben in die maanden een ontwikkeling doorgemaakt van idealisme naar realistisch idealisme. De redactie van Mobiel vroeg Bert, die reeds decennia lang werkzaam is in de jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en pleegzorg, om een reactie.

Pleegzorg is een ingewikkelde manier van zorg. Je hebt te maken met veel partijen, veel belangen, juridische kwesties en gecompliceerde menselijke processen. Als het moeilijk wordt, bestaat de neiging te stellen dat harde maatregelen getroffen zouden moeten worden; dat zou het belang van het kind dienen. Heel vaak dienen versimpelingen van het probleem en van de oplossingen het kind juist niet; althans niet op langere termijn. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen. Het is altijd ploeterend zoeken naar het maximaal haalbare c.q. het minst slechte compromis. Daar moet je vrede mee kunnen hebben in dit werk.

Het is, gelukkig, normaal dat een ouder de uithuisplaatsing van zijn kind moeilijk kan verkroppen. Eigenlijk vind ik het wel een prettig idee voor het kind dat het ervaart dat een ouder aan hem of haar trekt; niets is zo funest als een onverschillige ouder. Ik vind het ook niet zo vreemd dat een ouder afspraken probeert te ondermijnen die het contact met het kind belemmeren. Als ouder wil je jouw kind toch zoveel mogelijk bij je hebben!
Het is zo gemakkelijk ouders te beoordelen op hun falen of tekortkomingen. Het is zo gemakkelijk om vanuit een braaf gesetteld leven de mislukkelingen voor te houden dat ze verstandig moeten handelen. Als het zo gemakkelijk was, dan waren ze geen cliënt bij de hulpverlening maar zaten ze lekker met hun kind thuis op de bank. Ik vind dat je als pleegouder en als medewerker in de jeugdzorg je uitermate goed moet verdiepen in de positie van degene die het in de samenleving niet gered heeft. Pas als je fundamenteel begrip kunt opbrengen voor de mens in problemen, pas als je echt kunt invoelen hoe hopeloos het vaak is, pas dan kun je een rol vervullen in de hulpverlening en dus ook in de pleegzorg.

Dat betekent niet dat je over je heen moet laten lopen:

– Natuurlijk moet er vooraf informatie gegeven worden; als er al eerder bemoeienis was vanuit de hulpverlening dan is er voldoende bekend bij de instelling;
– Natuurlijk moeten afspraken goed gemaakt en nagekomen worden; maar ga er niet bot en rigide mee om;
– Natuurlijk is het niet goed dat een plaatsing zo abrupt en zonder dat pleegouders vooraf van die optie weten, afgebroken wordt. Maar als burger ben ik wel blij dat een onafhankelijke rechter een beslissing van een instantie teniet kan doen, als daar reden voor is;
– Natuurlijk mag Richard proberen in de ochtend tv te kijken, maar je hoeft daar als pleegouder niet in mee te gaan.
Het kan allemaal gebeuren, het hoort erbij. Hoewel de beschuldiging van sexueel misbruik wel erg heavy is. Je moet het voor een deel accepteren en voor een deel moet je ermee leren omgaan: zeg je mening, geef weerwoord, zorg dat de pleegzorgwerker zijn/haar taak uitvoert en eis dat er fatsoenlijk met je wordt om gegaan door alle betrokkenen.

Op losse schroeven

Een factor waar je als individu minder invloed op hebt is het gegeven dat, althans in mijn ogen, veel gezinsvoogden, raden voor de kinderbescherming, pleegzorgwerkers en kinderrechters slappe knieën hebben. Te gemakkelijk hobbelt men achter ouders, verzoeken en incidenten aan. Een kleine verbetering is al gauw reden om het beleid op losse schroeven te zetten. Het is prima medemensen telkens opnieuw kansen te geven, maar dat mag niet tot gevolg hebben dat er geen rode lijn meer in het leven van een kind te creëren is. Opvoeden is veel meer dan het kind door de eerste 18 jaar van zijn leven sleuren; te vaak wordt er van incident naar incident gehopt. Dat is niet goed voor het kind en ook niet voor de ouder, want wat een kans lijkt, is nogal eens de kans om weer te mogen falen. Fundamenteel begrip van de problematiek betekent ook dat je een ouder niet een voor hem onmogelijke opdracht mag geven en dat je het kind niet mag blootstellen aan het volgende risicovolle experiment met de ouder.

De wettelijke mogelijkheden om beslissingen te forceren zijn belangrijke gereedschappen om het belang van het kind te dienen, maar mogen niet overschat worden. ‘Dictatuur’ werkt op de langere termijn namelijk niet. Helaas wordt dat gegeven te vaak gebruikt om de macht dan maar helemaal niet in te zetten. Terwijl het een goed middel kan zijn om breuken in de rode lijn te voorkomen of op de kortere termijn meer stabiliteit te creëren.

Kortom: blijf er vanuit gaan dat het altijd een zoektocht zal blijven, dat dingen anders lopen dan je wenst. Maar je bent er zelf bij om te pogen een en ander in aanvaardbare banen te leiden. Er is voor geen enkele betrokkene reden zich machteloos te voelen. Je kunt heel veel bewerkstelligen met gewone menselijke methodes: praten, overtuigen, onduidelijke communicatie tijdig aan de kaak stellen. Daarin is je eigen kracht gelegen en mobiliseer je andermans constructieve kanten. Het is te gemakkelijk om te volstaan met de wet, de vervelende ouder, de gezinsvoogd achteraf de schuld te geven. Je invloed is beperkt, maar je mag daar pas in berusten als je de middelen die je hebt zorgvuldig en met gezonde mate ingezet hebt. Liever niet vechten; dat levert namelijk altijd schade op, maar ook geen slappe knieën accepteren.