Wij hebben al een pleegzoon van tien jaar, die ruim een jaar bij
ons woont als besloten wordt om nog twee kinderen (een tweeling van
zes jaar) bij te plaatsen. In de aanloop naar de plaatsing van onze
tweeling bleek de TGV (plaatser) te vinden dat beide kinderen niet
tegelijk moesten komen. De kans was groter dat de kinderen goed zouden
hechten als ze met een tussenpoos bij ons geplaatst werden. Wij hadden
daar grote moeite mee. Die twee hummels hadden hun hele leven samen
doorgebracht. Ze waren ook al zes keer samen verplaatst en nu moesten
ze uit elkaar...? Na veel wikken en wegen werd toch besloten om ze
tegelijk te plaatsen. En wat hadden ze er een moeite mee dat ze ieder
een eigen kamer hadden: ze hadden nog nooit zonder elkaar geslapen…
Kinderpsychiater Frits de Boer deed onderzoek naar
broers en zussen en besteedt ook aandacht aan broers en zussen in
de pleegzorg. In het algemeen is hij er een voorstander van om kinderen
uit één gezin bij elkaar te plaatsen in één
pleeg- of adoptiegezin. Het geeft kansen, maar er zitten ook risico’s
aan. Per geval zul je dus goed moeten overwegen wat de beste keus
is.
Steun
Een van de positieve kanten van het samen plaatsen van twee (of meer)
kinderen in hetzelfde pleeggezin is dat de kinderen steun hebben aan
elkaar in de moeilijke overgang van het eigen gezin naar een pleeggezin.
En ouders stellen het vaak erg op prijs als de kinderen bij elkaar
blijven. Een ander, moeilijk te meten, voordeel is het behoud van
de familieband. Het besef dat iemand je broer of zus is, betekent
vooral op volwassen leeftijd veel.
De minpunten van gezamenlijke plaatsing beginnen bij een praktisch
aspect. Het is gewoon moeilijk om een gezin te vinden waar meer dan
één kind geplaatst kan worden. Een ander bezwaar heeft
te maken met de voorgeschiedenis van de kinderen. Wanneer die is gekenmerkt
door ernstige verwaarlozing of mishandeling, bestaat de kans dat dit
bij een of meerdere kinderen heeft geleid tot emotionele problemen
of gedragsstoornissen. Soms zijn die zo ernstig dat plaatsing in een
pleeggezin niet mogelijk is. Als er nog wel aan plaatsing in een gezin
wordt gedacht, is de zorg die het betreffende kind vraagt zo groot,
dat het niet mogelijk is deze nog eens te delen met andere pleegkinderen,
ook al zijn dit eigen broers of zussen.
Voorgeschiedenis
De voorgeschiedenis van de kinderen kan ook negatieve gevolgen hebben
gehad voor hun onderlinge relatie. Beleven ze elkaar nog als broer
of zus, of hebben ze nauwelijks een gezamenlijk gezinsleven gekend.
Vaak zijn ze al eerder uithuis geplaatst en bij die gelegenheid al
gescheiden. In al deze gevallen is er niet veel reden om te verwachten
dat de kinderen elkaar steun bieden bij de overstap naar een pleeggezin.
De kans is groot dat deze problemen een geslaagde plaatsing eerder
in de weg zullen staan.
Het kan ook voorkomen dat deze kinderen juist zo’n sterke onderlinge
band hebben ontwikkeld, dat het moeilijk is voor de pleegouders om
nog een band te ontwikkelen met ieder individueel kind.
Tot slot noemt de Boer nog dat de kinderen elkaar ongunstig kunnen
beïnvloeden. Als een kind in een vorige situatie de zondebokrol
had, is de kans aanwezig dat die rol wordt meegenomen. Ook emotionele
en gedragsproblemen kunnen elkaar versterken.
Afweging
Er is weinig onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het samen
plaatsen. In de praktijk zal er telkens een afweging gemaakt worden
om te kijken wat de beste optie is. Wel is duidelijk dat behalve factoren
aan de kant van de kinderen, ook factoren van het pleeggezin een rol
spelen bij de kans op een geslaagde plaatsing. De aanwezigheid van
andere kinderen verhoogt de kans op mislukken. Dit geldt zowel voor
kinderen die alleen geplaatst worden als voor degenen die met een
broertje of zusje worden geplaatst. Alleen als de onderlinge leeftijd
drie jaar of meer scheelt, is dit gevaar minder. Bij een afwijkende
hechtingsgeschiedenis geeft het contact met leeftijdsgenoten vaak
veel problemen.
Verder speelt de tijd tussen de plaatsing van de verschillende kinderen
een rol bij de kans op het slagen van een plaatsing. Als kinderen
niet tegelijk komen maar met tussenpozen is er een grotere kans van
slagen. De gelijktijdige plaatsing van meer kinderen is vergelijkbaar
met de komst van een meerling. Opeens moet er zoveel gedaan worden
en is de belasting voor de ouders veel groter. Als er geen haast is
en de kinderen zitten bijvoorbeeld al in een tehuis, kan dit effect
worden voorkomen door na enkele maanden pas de volgende te plaatsen.
Gehecht
In het geval van de tweeling is er besloten om ze samen èn
tegelijk te plaatsen. Ondanks een zeer turbulent verleden, waarin
ook verwaarlozing een grote rol speelde, zijn ze na vier jaar verbazend
goed gehecht in het pleeggezin. Het zou goed wel kunnen zijn dat juist
doordat de kinderen zo aan elkaar gehecht waren, ze ook de mogelijkheid
hadden om aan hun pleegouders te hechten. De Boer geeft ook aan dat
zijn verhaal gebaseerd is op gemiddelden en dat je in individuele
gevallen telkens heel zorgvuldig zult moeten afwegen wat wijsheid
is.
Tot slot geeft hij nog aan dat als kinderen niet bij elkaar geplaatst
worden, het van groot belang is dat ze wel contact onderling blijven
houden; vergelijkbaar met neefjes en nichtjes. l
Zie verder:
Frits de Boer, Een gegeven relatie; over broers en zussen. Prometheus,
Amsterdam, 1994
Femmie Juffer, Broers en zussen. In: Adoptie tijdschrift jaargang
4, nummer 4 december 2025