Stel: je bent zelf pleegouder en vangt jarenlang kinderen van anderen
op in je gezin. En dan gebeurt het ondenkbare: je eigen zoon komt
onder toezicht te staan (OTS). Daar is uiteraard een hele moeilijke
periode aan voorafgegaan. En het is nog steeds moeilijk. Want volwassen
worden in leeftijd is iets anders dan onafhankelijk kunnen functioneren
in onze maatschappij. Aan het woord is Sophie, de moeder van Luc.
"Eigenlijk begon Luc’s leven gemakkelijk. Als baby was
hij vriendelijk en gezellig. Op de basisschool liep het niet zo lekker.
Hij was slim genoeg, maar sociaal en emotioneel liep hij achter bij
leeftijdsgenoten. Luc was een jaar of tien toen bij hem de diagnose
ADHD werd gesteld. Hij leefde in een fantasiewereld. Anderen vonden
hem raar en begrepen hem niet. Vaak werd hij gepest. Onbeheerste woedeaanvallen
- zonder reden - bepaalden soms zijn leven.
Schuldig
Voor ons gezin werd het zo zwaar dat Luc na lang wikken en wegen
uithuis geplaatst moest worden in een centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie.
Wij voelden ons ellendig en schuldig. Maar we moesten ook constateren
dat de andere kinderen tot rust kwamen en eindelijk de nodige aandacht
kregen. In het internaat bleek Luc het best naar zijn zin te hebben.
Hij werd rustiger (ook door de medicijnen). Hij leerde inzicht te
krijgen in zijn handicap en hoe hij ermee om moest gaan. Na een jaar
of twee bleek hij "uitbehandeld" te zijn. Luc werd overgeplaatst
naar een ander instituut. Opnieuw zagen wij hem opbloeien en vooruit
gaan. Na verloop van tijd viel hij echter weer terug in zijn oude
patroon.
Opnieuw overplaatsen
Tot onze grote schrik kregen we te horen dat men zijn handicap verkeerd
had ingeschat. Luc zou door negatief gedrag voortdurend de andere
jongeren belemmeren in hun ontwikkeling en de groepssfeer verpesten.
Opnieuw werd Luc overgeplaatst. Hij reageerde overstuur en ook wij
waren totaal van slag.
Er werd ons verzekerd dat hij in een nieuw op te starten groep zou
komen, die kon voldoen aan de behoeftes van Luc. Er was echter één
groot struikelblok: tot onze verbijstering kon Luc alleen geplaatst
worden als we instemden met een OTS!
Keuze
Wat voor een keuze was dat? Als we zouden weigeren, belemmerden we
Luc in zijn verdere ontwikkeling. Het alternatief was namelijk een
jarenlange wachtlijst, die we thuis moesten overbruggen. We konden
niet anders dan toestemmen. Luc kreeg een voogd toegewezen met wie
wij al goed contact hadden in onze rol als pleegouder. Naïef
als we waren dachten we dat kinderen met een OTS extra zorg en bescherming
kregen. Maar voor Luc bleek OTS geen enkele garantie voor veiligheid.
Pispaal
Later bleek dat hij vanaf het begin van de plaatsing de ‘pispaal’
van de groep was. Pas na een maand of acht bleek dat hij al die tijd
ernstig werd mishandeld en gechanteerd door groepsgenoten. De details
zijn te erg voor woorden. Doodsbang verzweeg hij alles. Toen alles
uiteindelijk uitkwam, werden de daders opgepakt. De leiding wist al
die tijd zogenaamd van niets. Van Luc begrepen we wat het verblijf
in dit instituut betekende: simpelweg overleven.
Klacht
We besloten een klacht in te dienen. We werden uitgenodigd voor een
gesprek en ontvingen een brief met excuses. Maar daar heb je weinig
aan met problemen als onderbezetting en groot verloop van personeel.
Waar wij al jaren bang voor waren gebeurde: Luc was niet meer gemotiveerd
en maakte ons verwijten. Regelmatig liep hij weg en ging zwerven.
Luc, een vrolijke, vriendelijke en betrokken jongen, was somber, hard
en onverschillig geworden. Hij wilde bewijzen dat hij niemand nodig
had en zich uitstekend zelf kon redden. Omdat het geen enkele zin
had om hem tegen zijn zin vast te houden, stemden wij in met ontslag.
Baan
Met de nodige moeite kreeg Luc’s voogd het voor elkaar om hem
in een KTC (kamertrainingscentrum) te plaatsen. Daar leek hij zich
eerst aan te passen. Hij vond zelfs een baan. De bedrijfsleider van
de zaak waar hij werkte, wilde hem een kans geven omdat hij bekend
was met ADHD-problematiek. Na een maand of twee barstte de bom. De
leiding van het KTC was ten einde raad. Luc vertoonde onaangepast
gedrag, accepteerde geen leiding, ging voortdurend in discussie over
huisregels, had een dreigende houding naar de leiding toe en noem
maar op.
Opgepakt
Onze vrees werd waarheid: Luc werd door de politie opgepakt en vastgezet.
Zijn zogenaamd zelfverdiende scooter was van heling afkomstig. Van
de ene op de andere dag stond hij weer op straat. Vlak voor zijn achttiende
verjaardag. Zijn OTS werd niet meer verlengd. We gaven hem een fijne
verjaardag met taart en cadeautjes, maar inwendig huilde ik. In mijn
wanhoop schreef ik een brief aan minister E. Borst. Er kwam een telefonische
reactie waarin men de situatie betreurde en zelfs onze toestemming
vroeg om de inhoud van mijn brief te mogen gebruiken voor een symposium.
Een oplossing was er echter niet.
Angst voor toekomst
Alle moeite, verdriet, frustraties en spanningen, al die jaren, waren
voor niets geweest. Het enige dat overblijft, is angst voor zijn toekomst.
Inmiddels zijn we een half jaar verder. Luc’s situatie is uitzichtlozer
dan ooit. Af en toe krijgt hij opvang in een centrum voor daklozen,
totdat hij daar weer geschorst wordt. Soms komt hij thuis om uit te
rusten, te douchen en eens goed te eten. Maar als na enkele dagen
de spanningen oplaaien, vertrekt hij weer. Hoe is het mogelijk dat
een kind met een OTS vanwege zijn handicap op zijn achttiende verjaardag
volledig wordt losgelaten? Waarom moeten we nu zelf op zoek gaan naar
een oplossing? We vinden dat Luc een veilige plek verdient, waar hij
kan zijn, wie hij is.
Ondanks alles vinden wij hem een origineel en prachtig mens, die
met zijn humor en warme belangstelling betrokken is bij het lot van
zijn medemens. Zelf moet hij in de kou staan. We zijn ervan overtuigd
dat hij graag ‘anders’ zou willen zijn: net zoals andere
jongeren van zijn leeftijd."