artikel uit Mobiel 2, april/mei 2002

OTS op een andere manier

Zelf zijn ze pleegouders. Hun zoon heeft OTS.

auteur: José van Ek

Stel: je bent zelf pleegouder en vangt jarenlang kinderen van anderen op in je gezin. En dan gebeurt het ondenkbare: je eigen zoon komt onder toezicht te staan (OTS). Daar is uiteraard een hele moeilijke periode aan voorafgegaan. En het is nog steeds moeilijk. Want volwassen worden in leeftijd is iets anders dan onafhankelijk kunnen functioneren in onze maatschappij. Aan het woord is Sophie, de moeder van Luc.

"Eigenlijk begon Luc’s leven gemakkelijk. Als baby was hij vriendelijk en gezellig. Op de basisschool liep het niet zo lekker. Hij was slim genoeg, maar sociaal en emotioneel liep hij achter bij leeftijdsgenoten. Luc was een jaar of tien toen bij hem de diagnose ADHD werd gesteld. Hij leefde in een fantasiewereld. Anderen vonden hem raar en begrepen hem niet. Vaak werd hij gepest. Onbeheerste woedeaanvallen - zonder reden - bepaalden soms zijn leven.

Schuldig

Voor ons gezin werd het zo zwaar dat Luc na lang wikken en wegen uithuis geplaatst moest worden in een centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Wij voelden ons ellendig en schuldig. Maar we moesten ook constateren dat de andere kinderen tot rust kwamen en eindelijk de nodige aandacht kregen. In het internaat bleek Luc het best naar zijn zin te hebben. Hij werd rustiger (ook door de medicijnen). Hij leerde inzicht te krijgen in zijn handicap en hoe hij ermee om moest gaan. Na een jaar of twee bleek hij "uitbehandeld" te zijn. Luc werd overgeplaatst naar een ander instituut. Opnieuw zagen wij hem opbloeien en vooruit gaan. Na verloop van tijd viel hij echter weer terug in zijn oude patroon.

Opnieuw overplaatsen

Tot onze grote schrik kregen we te horen dat men zijn handicap verkeerd had ingeschat. Luc zou door negatief gedrag voortdurend de andere jongeren belemmeren in hun ontwikkeling en de groepssfeer verpesten. Opnieuw werd Luc overgeplaatst. Hij reageerde overstuur en ook wij waren totaal van slag.
Er werd ons verzekerd dat hij in een nieuw op te starten groep zou komen, die kon voldoen aan de behoeftes van Luc. Er was echter één groot struikelblok: tot onze verbijstering kon Luc alleen geplaatst worden als we instemden met een OTS!

Keuze

Wat voor een keuze was dat? Als we zouden weigeren, belemmerden we Luc in zijn verdere ontwikkeling. Het alternatief was namelijk een jarenlange wachtlijst, die we thuis moesten overbruggen. We konden niet anders dan toestemmen. Luc kreeg een voogd toegewezen met wie wij al goed contact hadden in onze rol als pleegouder. Naïef als we waren dachten we dat kinderen met een OTS extra zorg en bescherming kregen. Maar voor Luc bleek OTS geen enkele garantie voor veiligheid.

Pispaal

Later bleek dat hij vanaf het begin van de plaatsing de ‘pispaal’ van de groep was. Pas na een maand of acht bleek dat hij al die tijd ernstig werd mishandeld en gechanteerd door groepsgenoten. De details zijn te erg voor woorden. Doodsbang verzweeg hij alles. Toen alles uiteindelijk uitkwam, werden de daders opgepakt. De leiding wist al die tijd zogenaamd van niets. Van Luc begrepen we wat het verblijf in dit instituut betekende: simpelweg overleven.

Klacht

We besloten een klacht in te dienen. We werden uitgenodigd voor een gesprek en ontvingen een brief met excuses. Maar daar heb je weinig aan met problemen als onderbezetting en groot verloop van personeel. Waar wij al jaren bang voor waren gebeurde: Luc was niet meer gemotiveerd en maakte ons verwijten. Regelmatig liep hij weg en ging zwerven. Luc, een vrolijke, vriendelijke en betrokken jongen, was somber, hard en onverschillig geworden. Hij wilde bewijzen dat hij niemand nodig had en zich uitstekend zelf kon redden. Omdat het geen enkele zin had om hem tegen zijn zin vast te houden, stemden wij in met ontslag.

Baan

Met de nodige moeite kreeg Luc’s voogd het voor elkaar om hem in een KTC (kamertrainingscentrum) te plaatsen. Daar leek hij zich eerst aan te passen. Hij vond zelfs een baan. De bedrijfsleider van de zaak waar hij werkte, wilde hem een kans geven omdat hij bekend was met ADHD-problematiek. Na een maand of twee barstte de bom. De leiding van het KTC was ten einde raad. Luc vertoonde onaangepast gedrag, accepteerde geen leiding, ging voortdurend in discussie over huisregels, had een dreigende houding naar de leiding toe en noem maar op.

Opgepakt

Onze vrees werd waarheid: Luc werd door de politie opgepakt en vastgezet. Zijn zogenaamd zelfverdiende scooter was van heling afkomstig. Van de ene op de andere dag stond hij weer op straat. Vlak voor zijn achttiende verjaardag. Zijn OTS werd niet meer verlengd. We gaven hem een fijne verjaardag met taart en cadeautjes, maar inwendig huilde ik. In mijn wanhoop schreef ik een brief aan minister E. Borst. Er kwam een telefonische reactie waarin men de situatie betreurde en zelfs onze toestemming vroeg om de inhoud van mijn brief te mogen gebruiken voor een symposium. Een oplossing was er echter niet.

Angst voor toekomst

Alle moeite, verdriet, frustraties en spanningen, al die jaren, waren voor niets geweest. Het enige dat overblijft, is angst voor zijn toekomst. Inmiddels zijn we een half jaar verder. Luc’s situatie is uitzichtlozer dan ooit. Af en toe krijgt hij opvang in een centrum voor daklozen, totdat hij daar weer geschorst wordt. Soms komt hij thuis om uit te rusten, te douchen en eens goed te eten. Maar als na enkele dagen de spanningen oplaaien, vertrekt hij weer. Hoe is het mogelijk dat een kind met een OTS vanwege zijn handicap op zijn achttiende verjaardag volledig wordt losgelaten? Waarom moeten we nu zelf op zoek gaan naar een oplossing? We vinden dat Luc een veilige plek verdient, waar hij kan zijn, wie hij is.

Ondanks alles vinden wij hem een origineel en prachtig mens, die met zijn humor en warme belangstelling betrokken is bij het lot van zijn medemens. Zelf moet hij in de kou staan. We zijn ervan overtuigd dat hij graag ‘anders’ zou willen zijn: net zoals andere jongeren van zijn leeftijd."