"Gooi die tent open", dit zijn de woorden van Klaas Wilting,
tot voor kort hoofd voorlichting bij de Amsterdamse politie. Hij weet
alles van omgaan met de pers in precaire situaties. De laatste tijd
is pleegzorg vaak in het nieuws. Er was grote commotie rondom een
aantal zaken die breeduit werden uitgemeten in de media (denk bijvoorbeeld
aan het zusje van het meisje van Nulde en een incestzaak in Amsterdam).
Hoe spectaculairder het nieuws, hoe groter de media uitpakken met
hun verhalen. Het zijn onderwerpen die veel emoties oproepen bij de
lezers en kijkers. Maar ook veel onbegrip en verontwaardiging: ‘Kan
dat nu zomaar, wat denken die instellingen wel’ en noem maar
op. Pleegouders moeten zich soms op feestjes gaan verdedigen, want
de publieke opinie is al snel voor de slachtoffers.
De instellingen hullen zich in de meeste gevallen in stilzwijgen onder
het motto ‘vanwege de privacy van de cliënt kunnen wij er
niet op ingaan’. Dit maakt het vaak alleen nog maar erger. ‘Kan
dat nou niet anders?’ vroegen wij ons af. Daarom gingen we te
rade bij Klaas Wilting. Hij heeft veel ervaring in het omgaan met
gevoelige zaken in de media. Is de jeugdhulpverlening (waaronder ook
de pleegzorg) rijp voor mediatraining?
Herkent u het spanningsveld tussen informatie geven enerzijds en
bescherming van de privacy van betrokkenen anderzijds?
Jazeker, in mijn werk bij de politie Amsterdam had ik daar constant
mee te maken. De gepleegde strafbare feiten vroegen om toelichting
bij het grote publiek, maar de privacy van de plegers moet natuurlijk
niet onnodig geschaad worden.
Hoe vindt u dat de hulpverlening met dit dilemma omgaat?
Ik heb het altijd raar gevonden dat de hulpverlening daar zo spastisch
mee omgaat. Het lijkt wel of de hulpverlening angst heeft voor journalisten
en dat is onterecht. Er gebeuren ongetwijfeld toch vele goede dingen,
dus dan heb je ook niets te verbergen. Door niet goed met de publiciteit
om te gaan houd je het beeld in stand dat er veel dingen fout gaan,
dat er nooit tijd is voor de cliënt en van alles wat er nog meer
aan kwalijke dingen over de hulpverlening geroepen wordt.
Hoe zou de hulpverlening anders met de media om kunnen gaan?
Ik vind dat ze veel meer aan de weg zouden moeten timmeren. Laten
zien waar ze mee bezig zijn. En trots zijn op hun werk. Je mag best
open zijn over hoe beslissingen tot stand komen en aangeven welke
knelpunten je tegenkomt.
Hoe ging u om met de journalisten?
Wij hadden een open communicatie met de pers. Persoonlijk contact
met een aantal voor ons belangrijke journalisten en één
keer per jaar gingen we over en weer bij elkaar op bezoek. Dan bespraken
we heel informeel hoe het ging, hoe wij werkten, wat we tegenkwamen
en welke uitdagingen er lagen. Dat onderlinge contact had als voordeel
dat je in geval van escalaties ook meer op elkaar kon vertrouwen.
En als er echt iets mis was gegaan?
Dan gaven we dat toe. Er is niets zo funest als om de hete brij heen
draaien of de boel belazeren door het mooier proberen voor te stellen
dan het is. Wel is het belangrijk bij zo’n fout dat je dan aangeeft
hoe het had moeten gaan en wat je eraan wilt doen om het in de toekomst
beter te laten verlopen.
Is het belangrijk om in de contacten met de pers een bepaald imago
in je achterhoofd te hebben dat je als organisatie wil uitstralen?
Ja natuurlijk. Wij wilden in Amster-dam uitstralen: ‘We zijn
een integere politie, waar iedereen terecht kan’. Ik kan me voorstellen
dat je in de hulpverlening en de pleegzorg wilt uitstralen: ‘Het
belang van het kind prevaleert te allen tijde’. Al je handelingen
en beslissingen zijn daar dan op terug te voeren.
Hebt u nog belangrijke tips?
1) Gooi je tent open!
2) Wees niet bang voor journalisten, haal ze binnen!
3) Wees eerlijk!
Kan mediatraining daarbij helpen?
Jazeker. Train bijvoorbeeld een aantal mensen, die woordvoorder kunnen
zijn, in het concreet omgaan met de pers. Niet met de bedoeling dat
ze leren hun mond niet voorbij te praten, maar leer hun dat het perscontact
- op een volwassen manier - ten goede komt aan de beeldvorming over
pleegzorg.